zaterdag 4 augustus 2012

Het Centrum van de Beschaving

Het 'Centrum van de Beschaving' is ook in Monrovia doorgedrongen:
'Amsterdam Trudy' staat er op de muur geschilderd.

Weer terug op het honk in Monrovia na 10 dagen ‘met verlof’ te zijn geweest in het ‘Centrum van de Beschaving’ zoals mijn goede vriend Peter Sertons altijd pleegt te zeggen. En daar bedoelt hij dan Amsterdam mee. Uitgezonderd de ArenA heeft hij daar wel (een beetje) gelijk in.
Het gezin Platvoet-Turel was weer (even) herenigd, nadat we onze stoere dochter Layla op maandag 23 juli met familie en vrienden op Schiphol inhaalden. Vijf maanden lang had ze Zuidoost-Azië met rugzak doorkruist. ‘Layla: wat een wereldmeid! thuis is ook leuk’ stond op ons spandoek bij de gate waar ze breed lachend uit liep. Fietsen door Waterland en langs de Kromme Mijdrecht, wandelen in ’s Graveland, op de Gooise hei liggen, met familie en vrienden op terrassen lunchen, het hoge gras op ons volkse landgoed Vinckesteyn maaien, de nieuwe Eye bezoeken in Amsterdam-Noord, uit eten bij de hoge Johannes Van Dam-scores Saigon en Pomorosso: alles wat het leven extra leuk maakt kwam in die tien dagen in sterk gecondenseerde vorm voorbij. 
"Wat een wereldmeid!'': 2de meid van rechts.
Waar ik ook weer kennis mee maakte (de politiek was met vakantie) was het onverbeterlijke Nederlandse sportoptimisme. Bij het EK-voetbal was het dan wel grandioos misgegaan, maar de 4x 100 meter wisselslag in Londen zou ongetwijfeld goud opleveren. Vier jaar lang waren de meiden ongeslagen! Dat de logica dan onweerlegbaar er op uit draait dat de kans op verliezen met de dag groeit kon er bij het nationale bewustzijn niet in. Maar gelukkig maakt die geweldig zwemmende Ranomi Kromowidjojo het allemaal weer goed.
Overigens valt er in Liberia weinig te merken van de Olympische Spelen. Het land heeft vier sporters, twee mannen en twee vrouwen, naar Londen uitgezonden: Jangy Addy (tienkamp), Phobay Kutu-Akoi (100 meter hardlopen), Raasin McIntosh (400 meter hardlopen) en Liva Saryee (judo). Namen waar jij (en ik) tot nu toe nog nooit van hebben gehoord. En ik vrees dat dit zo al blijven. Phobay en Liva zijn inmiddels in de eerste rondes uitgeschakeld. En voor het lot van de overige twee zul je de komende dagen in de krochten van het internet moeten afdalen om in de kleine lettertjes van de eindeloze uitslagenreeksen hun namen te ontdekken.
Terug in Liberia heb ik het abonnement op de betaalTV maar weer met een maand verlengd, om de Spelen –en het overige nieuws- te kunnen volgen. En in de hoop Feyenoord–Dinamo Kiev op een van de talloze sportzender tegen te komen. Vooral SuperSport is onovertroffen. Maar liefst tien kanalen biedt deze Zuid-Afrikaanse zender, waarvan er nu zes met de Spelen worden gevuld. En na de Spelen begint het voetbal weer: de grote voetbalcompetities en alles van de Champions League wordt rücksichtslos uitgezonden.

Geen komkommertijd

De politiek kent hier geen komkommertijd in juli of augustus. Die worden pas in het najaar geoogst. De laatste week voor mijn vertrek naar Amsterdam waren de trainingen begonnen die we organiseren voor de medewerkers van de parlementariërs. Zes dagen lang, in twee groepen van elk drie dagen, werden de ‘chiefs of staff’ getraind in het ambacht van ‘policy paper writing’. Een parlementariër wordt overspoeld met nota’s, wetten en ander papierwerk (valt hier overigens reuze mee in vergelijking met ‘Den Haag’) en zijn of haar medewerkers moeten die kunnen samenvatten. Daarnaast –nog belangrijker- moeten ze in staat zijn om over een belangrijke maatschappelijk probleem –en die zijn er genoeg- een nota te schrijven, die naast een analyse ook concrete voorstellen voor oplossingen moet bevatten. Daarbij is het uiteraard van belang dat de medewerker goed in de huid van de parlementariër kan kruipen, en dus weet wat zijn of haar opvattingen zijn. Dat laatste is overigens een gevoelig punt. Er zijn namelijk ook parlementariërs die helemaal niet zitten te wachten op medewerkers, die opschrijven wat zij moeten vinden. Dit type politicus ziet de stafleden meer als hulpjes, die de telefoon aannemen, boodschappen doen, de tuin aanharken en meer van dat soort huishoudelijke klussen. En dat alles dan in een sterk hiërarchische verhouding, zonder tegenspraak te dulden. Het parlementaire model heeft Liberia van de VS overgenomen, het land dat sinds lang –zij het in afnemende mate- als groot voorbeeld wordt gezien. Inclusief de enorme staf waarover iedere parlementariër beschikt, zo’n vijftien mensen. Deze voor Nederlandse begrippen gigantische staf moet je met 103 vermenigvuldigen, want zoveel parlementariërs heeft Liberia. En dan is te begrijpen waarom er in en rond Capitol Hill altijd een enorme bedrijvigheid is van mensen die vooral met elkaar staan te kletsen. Minder mensen, meer betalen en een betere kwaliteit zou een mooie, maar vooralsnog onbespreekbare, oplossing zijn.

Cursisten aan de slag.
De ruim honderd cursisten zijn echter zeer gemotiveerd om de adviezen van hun trainers, een Liberiaan, Ghanees en Amerikaan, ter harte te nemen. Uit de enquête, die zoals gebruikelijk achteraf wordt gehouden, blijkt een overgrote meerderheid zeer tevreden. En dat is niet uit beleefdheid, want tijdens de workshops was er een grote betrokkenheid bij de deelnemers. Uit de antwoorden blijkt ook dat drie dagen niet genoeg is. Er is een grote behoefte aan meer en diepgaandere trainingen. Dat ervaar ik bij veel van onze activiteiten: een enorme drang om te leren en vooruit te komen.