zondag 21 juli 2013

Kapmessen, hakbijlen en een kettingzaag

Afgelopen zaterdag was een mooie dag. We togen in de jeep naar een klein dorp, twintig km buiten Monrovia. Het ligt verscholen in het oerwoud en is alleen via een, weliswaar berijdbaar, bospad te bereiken is. Een enkele keer moet je door een beekje rijden of een simpele brug over die bestaat uit vijf naast elkaar gelegde boomstammen. Aan boord waren Miatta, Milton, Jemima, Cecilia, Jacq, Iris en de schrijver van dit blog, die als chauffeur dienst deed. De eerste drie zijn Liberianen, die met Jacq (mijn vrouw), het initiatief hebben genomen om samen met de dorpsbewoners een landbouwcoöperatie te beginnen op een stuk grond dat bij het dorp ligt. Cecilia is de vrouw van George; George komt uit het dorp en wil zijn stuk grond graag in gebruik geven aan de coöperatie. Allemaal wonen ze in Fiamah, een landelijke, maar arme buurt in Monrovia, niet ver van ons huis vandaan. En Iris? Ruim 20 jaar geleden heeft ze voor de Odyssee Reisgids Kreta de foto’s gemaakt. Sindsdien nooit meer gesproken. Drie maanden geleden kreeg ik een mail van haar. Ze zou in een klein team van vijf Nederlanders in juli naar Liberia komen om een hoorspel op te nemen, dat eind deze week op de Liberiaanse radio wordt uitgezonden. De radio is hier het belangrijkste medium en het hoorspel (drama) een populaire programmavorm. Zelf zou ze niet heel veel om handen hebben, haar partner en de drie anderen des te meer. Of ik niet een project wist waarvoor ze filmopnamen zou kunnen maken? Nou, dat wist ik wel.



Kapmessen, hakbijlen en een kettingzaag

Afgelopen week trok Iris met Miatta, Milton Jemima en Jacq erop uit om het leven van de drie jonge Liberianen vast te leggen en hen te interviewen over hun toekomstplannen met de coöperatie. In hun golfplaten huisjes werd gefilmd, op de markt waar Miatta koekjes verkoopt, de motorfiets van  Milton die gerepareerd moet worden, de kamer waar Jemima met haar vriend en hun zoontje woont. Dat is de realiteit van vandaag.

V.l.n.r.: Jemima, Milton en Miatta
Op zaterdag gingen we naar het dorp. Daar ligt de toekomst. Maar dan moet er wel iets gebeuren. Om het stuk land te kunnen beplanten met cassave, mais, hete pepers, pinda’s en kleine aubergines moet eerst de weelderige begroeiing gekapt worden. Dus zijn er kapmessen, hakbijlen en een kettingzaag nodig. Om de zaden en stekken te planten zijn er hakken nodig. En laarzen als bescherming tegen de slangen.
Onze aankomst was al een belevenis. Iris was er voor het eerst, Jacq en ik kwamen er voor de tweede keer en Milton, Miatta en Jemima waren er al meerdere keren geweest. Eerst naar de dorpsoudste om te vragen of we mochten filmen en de bewoners interviewen over wat er allemaal moest gebeuren om de coöperatie aan de gang te krijgen. De oude, rijzige man glimlachte en zei blij te zijn dat we er weer waren. Enkele mannen waren er niet, omdat er een rechtszitting was over landrechten, een van de grote problemen waar Liberia mee kampt. Omdat er geen kadaster is en de burgeroorlog veel overhoop heeft gehaald, worden vele stukken land betwist. Maar er waren nog genoeg dorpelingen over om ons hun verhaal te doen.


Op het dorpsplein deden  mannen voor hoe dat allemaal in zijn werk gaat. Deskundig legden ze uit wat er nodig is om bijvoorbeeld mais en cassave te laten groeien, hoe lang dat duurt, wat het oplevert, hoe diep het gat moet zijn om te planten enz. Daarbij soms aangevuld, of gecorrigeerd, door toekijkende vrouwen, die ook niet van gisteren waren. We gingen even met ze een stukje het oerwoud in. Kijk, zo klim je een palmboom in: met een sterke soepele band die hij om de stam slaat, klimt een dorpsbewoner op blote voeren razend snel de palmboom in om met een machete bladeren te kappen. Palmolie is de basis voor de maaltijden en ze kunnen net genoeg maken voor eigen gebruik. En dat geldt voor alles wat het dorp verbouwt en aan kippen houdt. Met de coöperatie kan er meer worden geproduceerd, zodat het overschot verkocht kan worden en er geld binnenkomt waardoor de bewoners het wat beter kunnen krijgen.



I want to make progress in my life

Eén van hen is in het weekend ook de dominee. Trots liet hij ons de kerk zien die vorig jaar was gebouwd: een mooie, harmonische constructie van dunne boomstammen met een golfplaten dak en banken van bamboe. Op zaterdag en zondag wordt hier bijbelles gegeven en diensten gehouden. Hij wil graag de kinderen ook leren lezen en schrijven, maar heeft geen schoolbord, geen krijt, geen boeken. Er gaan een paar jongens naar school, een uur lopen verderop. Maar die zijn al tien jaar oud en leren nu pas lezen en schrijven. De tien, vijftien kleuters die rond dartelen zouden nu al spelenderwijs de eerste lessen moeten krijgen. We beloven de volgende keer een schoolbord, krijt en boekjes mee te nemen. Kunnen we ook voor wat bijbels zorgen, vraagt de dominee. Nee, helaas, we moeten hem teleurstellen. Wij geloven meer in het leven vóór dan ná de dood.

De kerk, met kip.
Na enkele uren keren we terug naar Monrovia. We beloven snel terug te komen om de video te laten zien. En uiteraard wordt er verder gewerkt aan de coöperatie. De video zal daarbij goed van pas komen. Zij laat zien hoe enkele Liberiaanse jongeren niet bij de pakken neerzitten, maar werken aan hun toekomst. Zoals Milton af en toe zegt: ‘I want to make progress in my life’.