zondag 24 januari 2016

Fietsen is voor armoedzaaiers

Fietsen in Liberia is een wonderlijke aangelegenheid. Liberianen fietsen nauwelijks. Je ziet nog weleens een kind op een fiets en heel soms een volwassene. Verder zijn er een paar expats die zich op een tweewieler wagen. Waaronder wij. In de loop van 2012, toen wij hier langzaam maar zeker ingeburgerd raakten, togen we naar de mini-tweedehands fietsenmarkt in het centrum van de stad. Uit het aanbod van pakweg twintig fietsen kozen we de twee beste. Kettingbladen en wielen hadden weinig speling, de remmen voldeden, evenals de versnelling. Made in China uiteraard, maar nu, ruim drie jaar later, rijden ze nog steeds.


Good excercise!

Het meest wonderlijke aan het fietsen is dat je regelmatig commentaar krijgt. ‘Good excercise!’ is een veel gehoorde kreet, die vergezeld gaat met een glimlach. Veel Liberianen zien het als een soort trimmen. Sommigen lopen hard, anderen fietsen. Maar ook krijg je de, vaak wat minder vriendelijk geuite, uitnodiging om de fiets maar af te staan, dan wel weg te geven als je Liberia weer verlaat. Verder zijn er ook boze blikken. Vooral van taxi’s (auto’s en motorfietsen) die laten merken niet te begrijpen hoe iemand het in zijn hoofd haalt te gaan fietsen in plaats van een taxi te nemen.

Files, geld en regenpakken

Naast verbazingwekkend is er ook een ergerlijke kant aan het fietsen in Liberia. Of beter gezegd het niet-fietsen van de overgrote meerderheid der Liberianen (en expats). Natuurlijk, het is een veel gehoord ‘algemeen bekend feit’ dat in (met name Afrikaanse) ontwikkelingslanden fietsen wordt gezien als een armelui's bezigheid. Hoewel het overgrote deel van de bevolking een schamel inkomen heeft, besteedt ze een deel van dat weinige geld liever om aan te schuiven in een overbevolkte taxi of plaats te nemen achterop een motorfiets dan aan het kopen van een tweedehands fiets. Hoe vaak wij onze collega’s en Liberiaanse vrienden ook voorgerekend hebben dat de fiets veel voordeliger (en gezonder) is dan de taxi: men wil er niet aan. En het is niet alleen voordeliger. Liberianen die een baan in het centrum hebben en bijv. 8 kilometer van hun werk wonen, moeten ’s morgens en ’s avond twee tot drie uur in de file staan op de enige weg die het centrum ontsluit in noordelijke en zuidelijke richting. Om nog maar te zwijgen van de enorme luchtvervuiling, want Liberia is, zoals vele Afrikaanse landen, het afvoerputje van oude, afgekeurde auto's uit Europa.
Eerlijk gezegd zijn er ook wel verzachtende omstandigheden. In het regenseizoen kan het zó met bakken uit de lucht vallen dat daar geen regenpak tegen opgewassen is. Het openbare leven valt dan voor een tijdje stil. Maar goed, dat is uiteindelijk toch maar op een beperkt aantal dagen van het jaar het geval. Een andere tegenwerping die veel wordt gehoord is de prijs van een tweedehands fiets (rond de 70 dollar) die toch al snel de helft van het gemiddelde maandloon beslaat. Dat argument snijdt zeker hout, maar vergelijkbaar met andere grote uitgaven die ook gedaan moeten worden (huur, schoolgeld kinderen) is de fiets een investering die zich méér dan terugverdient. Uitgerekend dat aspect is moeilijk tussen de oren te krijgen.

De twintig autobussen uit Istanbul worden overhandigd in Monrovia
Neem de bus!

En de bus dan? Sinds kort rijden er in Monrovia twintig rode stadsbussen rond die geschonken zijn door Istanbul. Een dienstregeling of duidelijke route heb ik niet kunnen ontdekken. Evenmin is duidelijk hoe veel een kaartje kost. De chauffeur wil geld hebben. Maar ook zijn als conducteur optredende handlanger die de mensen erin laat. En de tarieven schijnen nogal eens te verschillen, afhankelijk van het humeur of de financiële situatie waar de chauffeur of conducteur zich in bevindt.
Monrovia slipt langzaam maar zeker dicht. De enorme files die elke dag de stad in en uit gaan, zorgen nog niet voor een omslag in het denken. De paar verkeerslichten helpen geen zier. Voor het door rood heen rijden is bij wijze van spreken nog nooit iemand bekeurd. Sommige verkeerslichten staan na de kruising en er zijn links- of rechtsaf pijlen, terwijl er geen zijweg is. De parkeerdruk in het centrum heeft ertoe geleid dat er betaald parkeren is ingevoerd. Maar het tarief is, overigens niet onbegrijpelijk, zo laag dat het geen rem vormt.
Naast de taxi’s en personenauto’s is ook het aantal auto’s van de Verenigde Naties, ontwikkelings-NGOs en regeringsburelen gigantisch. De vele expats en Liberiaanse bonzen die zich hierin laten rondrijden, meestal nodeloos door vier wielen aangedreven, zouden zich ook weleens mogen afvragen of hun mobiliteit niet was duurzamer geregeld kan worden.



Wellicht dat het voorbeeld uit Ghana inspirerend werkt voor enige ondernemende Liberianen. Op kleine schaal worden hier fietsen gemaakt van bamboo. Nu kun je in Nederland voor heel veel geld ook dit soort fietsen kopen, maar het project in Ghana heeft naast een duurzame, ook een sociale dimensie. Het schept werkgelegenheid voor jongeren en gehandicapten en het bedrijfje doneert fietsen aan communities om zo het fietsen populairder te maken. Changing the face of transport is het motto dat ook in Liberia méér dan nodig is.

Geen opmerkingen: