zaterdag 30 juni 2018

Weer terug in Liberia

Ik ben voor twee weken terug in Liberia. NDI heeft een meerjarig programma om politieke partijen te ondersteunen, teneinde slagvaardiger, democratischer en meer inhoudelijk, dan persoonsgericht, te functioneren. De focus is gericht op de grootste vijf partijen. Voor elk van die partijen is een coach aangezocht die op afroep beschikbaar is om die ondersteuning, samen met de lokale NDI-staf, vorm en inhoud te geven. Soms zal de coach naar Liberia afreizen, maar ook op afstand kan er geadviseerd worden.  Ik ben de coach van de Coalition for Democratic Change, de partij van de in december 2017 gekozen president George Weah. (Zie mijn blogs van juli 2017 tot januari 2018, toen ik als Long Term Observer van die verkiezingen in Liberia actief was.). 


Bewondering en weerstand

Het is altijd weer goed om terug in Liberia te zijn, het land -en de mensen- waar ik sinds 2012 mij steeds meer mee verbonden voel. President Weah, die sinds half januari aan de macht is, roept veel bewondering én weerstand op. In de kranten verschijnen artikelen van supporters die zijn eerste daden toejuichen, zoals een lening van 536 miljoen dollar bij een bank uit  Singapore om 830 km weg te asfalteren, als opmaat voor de broodnodige economische ontwikkeling. Verder heeft Weah 8 miljoen dollar uitgetrokken voor de bouw van 568 betaalbare woningen. Een opmerkelijk  -en toe te juichen-initiatief, want tot nu toe toonde de Liberiaanse politiek weinig interesse voor dit onderwerp. Daar staan dan weer critici tegenover die Weah ervan beschuldigen te veel mensen uit de kliek van de voormalige president Charles Taylor te benoemen, alsmede onduidelijke baantjes uit te delen aan partijgenoten.
Weah zei onmiddellijk na zijn verkiezing dat hij gezien wil worden als de president van de armen. Arm is het overgrote deel van de bevolking, dus de gewekte verwachtingen zijn torenhoog. Zijn partij deed vandaag (zaterdag 30 juni) een poging om althans in de PR-sfeer daar iets van in te lossen door een Pro-Poor Day te organiseren, waar Weah aanwezig was om ‘zijn mensen’ te ontmoeten, onder het genot van muziek, eten, drank en spelen.

Bezoekster van de Pro-Poor Day
Liberia en Leiden

Het is nog veel te vroeg om te oordelen over het presidentschap van Weah. Een van de ijkpunten is de staatsbegroting. En aangezien het begrotingsjaar van juli tot juni loopt, zou de onlangs ingediende begroting daar al iets over kunnen zeggen. Allereerst is het al een prestatie van formaat dat die begroting binnen de wettelijke termijn is ingediend én door het parlement is  aanvaard. Dat is iets wat de vorige president, Ellen Johnson-Sirleaf, jarenlang niet is gelukt. Dan die begroting zelf. Nadat het totaal aan uitgaven en inkomsten jarenlang is gedaald, is er nu sprake van een stijging van 536 miljoen naar 562 miljoen dollar. Om even de verhouding te schetsen: Leiden (123.000 inw.) heeft in 2018 ongeveer even veel geld te besteden (520 miljoen euro) als Liberia met 4,2 miljoen inwoners (de internationale hulp grotendeels niet meegerekend, waarover verderop meer).

De meter staat nog op nul.
Onkostenvergoedingen aangepakt

Het gaat te ver om hier uitgebreid op de ruim 600 blz. tellende begroting in te gaan, maar globaal gesproken vindt er een lichte verschuiving plaats van meer geld naar gezondheidszorg en onderwijs en minder naar met name het parlement. Weah lost daarmee wel een belofte in dat hij de vele, vaak buitensporige  onkostenvergoedingen voor parlementariërs (o.a. benzine, huisvesting, reiskosten) aan banden wil leggen. De totale uitgaven voor het parlement gaan omlaag van 49 miljoen naar 36 miljoen dollar. Het is overigens op dit moment voor mij onduidelijk of het parlement daarmee akkoord is gegaan, maar het signaal dat Weah heeft afgegeven is duidelijk.

Armoedebestrijding

De begeleidende beleidsbrief laat er geen twijfel over bestaan dat Weah armoedebestrijding en de aanpak van de wijdverspreide corruptie de hoogste prioriteit geeft. Onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en economische ontwikkeling zijn de sectoren die daarbij de meeste aandacht krijgen. Dat hij daarbij de internationale gemeenschap hard nodig heeft is ook duidelijk. Het bedrag dat dit begrotingsjaar aan internationale hulp binnen stroomt is 595 miljoen dollar (30% daarvan is een lening). De VS en Europa zijn daarin koplopers met ieder zo’n 130 miljoen dollar. Van dat totaal van 595 miljoen dollar maakt 51 miljoen onderdeel uit van de begroting. De rest van de internationale hulpgelden wordt buiten staatsbemoeienis om besteed.
Zijn supporters die ik vandaag sprak op de Pro-Poor Day lieten er geen twijfel over bestaan dat Weah in zijn missie zal slagen. Het zou een bijna bovenmenselijke prestatie zijn, die echter alle steun verdient.

Geen opmerkingen: