Posts tonen met het label Slavernij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Slavernij. Alle posts tonen

maandag 2 december 2019

De Drakendochter en Liberia: onverwerkt verleden, ongemakkelijk heden, onzekere toekomst


Het is altijd leuk als er in Nederland een boek verschijnt over Liberia. Mede omdat het zeer weinig voor komt. En dus kocht ik voor ik het vliegtuig in stapte naar Monrovia het zojuist verschenen Drakendochter van Clarice Gargard. Zij is een spraakmakende columniste van NRC/Handelsblad, een in de VS geboren Liberiaanse die op jonge leeftijd in Nederland verzeild raakte. Dat had uiteraard te maken met de burgeroorlog. Zij is in 1988 geboren en heeft de burgeroorlog (1990-2003) niet bewust meegemaakt. Haar vader woonde echter praktisch al die tijd -en nog steeds- in Monrovia en was lange tijd directeur van de Liberia Telecommunication Corporation, een staatsbedrijf. Hij diende onder de presidenten Doe (1980-1990, die in 1980 de macht greep via een militaire coup), Amos Sawyer (1990-1994, interim-president) en warlord/president Charles Taylor (1997-2003). De drie tussenpausen tussen 1994 en 1997 laat ik ongenoemd. Omdat haar vader een hoge positie had, vroeg zij zich in toenemende mate af, hoe schuldig, dan wel medeverantwoordelijk hij was voor de wandaden van name Charles Taylor. De ondertitel van het boek luidt dan ook ‘Op zoek naar mijn vader, rechterhand van Liberiaanse dictator Charles Taylor.’ Over deze zoektocht maakte ze al een documentaire (Daddy and the Warlord/De waarheid over mijn vader) die in het voorjaar al op de TV te zien was en een Gouden Kalf won. Zie hier de trailer.

Achterflap van 'Drakendochter'.
Van Philadelphia naar Purmerend

In een film kun je niet alles kwijt. Regisseurs, hoe aardig en motiverend ook, snijden er toch op los, vandaar dat dit boek er kwam. Het boek is gelaagd, zoals dat tegenwoordig schijnt te horen. Ze vlecht verschillende verhalen door elkaar heen: de geschiedenis van Liberia, haar persoonlijke familiegeschiedenis, het huidige Liberia, de zoektocht naar haar vader en haar opvattingen over migratie, kolonialisme en racisme. Dat maakt het tot een wat lastig te lezen boek waarin de chronologie heen en weer flippert. Dat het goed geschreven is helpt om de aandacht vast te houden.
Maar is het ook een goed boek? Dan kom ik met die verschillende lagen toch in de knoei.
Het persoonlijke verhaal is zonder meer boeiend. Geboren in Philadelphia,  na een kort verblijf als baby in Liberia weer terug naar de VS, daarna naar Ghana, weer naar Liberia en in 1992, als de burgeroorlog in Liberia blijft voortduren, wordt ze door haar vader, inmiddels gescheiden, met haar oudere zus naar Purmerend gebracht.

De niet voor niets gepantserde auto van Charles Taylor, tentoongesteld
achter het Nationale Museum in Monrovia.
Ik ga mijn hand nooit meer wassen

In 1997, ze is dan negen jaar, bezoekt ze haar vader in Liberia. Charles Taylor is dan net tot president gekozen. Ondanks zijn reputatie als warlord werd hij door een meerderheid van de kiezers gezien als man die orde en voorspoed zou brengen na de chaos die hij overigens zelf had geschapen. Ze beschrijft hoe Daddy, zoals ze haar vader consequent in het boek noemt, haar meeneemt naar het huis van Charles Taylor en haar aan hem voorstelt. ‘In het midden stond een chaise longue. De persoon die erop lag voelde zich niet gedwongen om de stilte te verbreken of om zelfs maar op te staan. Aan weerzijden van de bank stonden beveiligers. ‘Clarice, ontmoet de president van Liberia.’ Zo stelde Daddy mij voor aan Charles Taylor, president en warlord. Ik aanvaardde zijn hand (…).’ Haar vader schrikt als ze een beetje brutaal is, maar Taylor moet hartelijk lachen en stuurt haar met een paar dozen koekjes de deur uit. ‘Ik ga mijn hand nooit meer wassen.’ zegt ze als ze met haar vader wegloopt. Het boek is gelardeerd met herinneringen aan haar familie en haar verblijf in 2018 als ze terugkeert om op zoek te gaan naar wat haar vader bewoog. De geuren en kleuren, de markten en straathandel, de vaak vriendelijke mensen die, als ze wat ouder zijn, met het trauma van de burgeroorlog hebben leren leven, of niet.

Amos Sawyer
Zo glad als en aal

De zoektocht naar de diepere beweegredenen van haar vader om op zijn post te blijven, het centrale thema van de film en het boek, levert jammer genoeg weinig op. Dat komt niet door de dochter Clarice, maar door de vader. Daddy blijft ongrijpbaar. ‘Zo glad als een aal’. Hij laat nooit het achterste van zijn tong zien en doet uitspraken over de presidenten die hij gediend heeft als ‘ze waren allemaal slecht’. Op vele manieren probeert ze familieleden, voormalige collega’s en partijgenoten van Taylor uitspraken over Daddy te ontfutselen, maar dat blijft hooguit steken in algemeenheden. Op een persoonlijke manier praten met iemand over wat er gebeurd is tijdens de burgeroorlog, blijft een moeilijk iets in Liberia. Dat is mijn ervaring als witte buitenstaander, maar ook haar ervaring als Liberiaanse ‘buitenstaander’, die het niet zelf heeft meegemaakt.
Ze gaat wat dieper in op het ‘hoogverraad’ van Daddy: hij zou informatie van de interim-regering van Amos Sawyer (1990-1994) hebben gelekt aan -toen- rebellenleider Taylor om zijn strijd tegen de regering van Sawyer te steunen. Sawyer kwam daar achter en liet haar vader arresteren. De rechtszaak leidde tot niets, onduidelijk blijft waarom precies, maar dat is een euvel dat tot op de dag van vandaag voortduurt. Ze beschrijft nog een geheel ander akkefietje tussen Taylor en Sawyer: zij zouden hebben samengespand om ijzererts op de zwarte markt te verkopen en zo hun zakken te vullen. Haar vader zou communicatie tussen die twee hierover hebben onderschept. En volgens Daddy, zo schrijft ze, ‘was dat de reden waarom Sawyer zo’n hekel aan hem had: hij beschikte over vernietigende persoonlijke informatie over de regeringsleider’. Tsja, dit is een van de redenen waarom ik af en toe moeite heb met de Drakendochter. Op vier verschillende plekken in het boek worden deze affaires genoemd, onduidelijk blijft wanneer precies en in welke volgorde ze plaatsvinden.  Bovenal lijkt het enorm tegenstrijdig: Daddy helpt Taylor in zijn strijd tegen Sawyer, maar ze spannen ook samen om hun zakken te vullen en Daddy kiest dan toch blijkbaar partij voor Taylor.


Bronnenlijst

Ergens schrijft ze: ‘Ik heb mensen vooral met angst over Doe horen praten.’ Hoewel ze vrij uitvoerig de wandaden van Taylor beschrijft, is dat zinnetje toch veelbetekenend. Veel van wat ze schrijft over de recente geschiedenis is van horen zeggen, en zonder bronvermelding. Zoals ‘Het volk had genoeg van de regering van Sawyer’. Zijn interim-regering, die zich alleen tot Monrovia beperkte, werd van alle kanten onder vuur genomen door vechtende, moordende en plunderende milities en kon inderdaad daardoor weinig uitoefenen. Sawyer, die er toch al niet te best van afkomt in dit boek, wordt door velen gezien (hij leeft nog) als een van de meest onkreukbare politici die Liberia heeft gehad. Heb ik dat van horen zeggen? Ja, maar wel met een bron: het in 2013 verschenen boek van de Nederlandse Liberia-kenner Fred van der Kraaij, Liberia: van vrijheidsideaal naar verloren paradijs. Dit, ook in het Engels vertaalde, boek is een van de zeer weinige, gedocumenteerde boeken over de recente geschiedenis van Liberia. Het is onbegrijpelijk dat dit boek niet in de Bronnenlijst van Drakendochter wordt vermeld. Evenmin wordt hét standaardwerk over de burgeroorlog en de relatie met de Afrikaanse religie en cultuur vermeld als bron: The Mask of Anarchy, The Destruction of Liberia and the Religious Dimension of an African Civil War van Stephen Ellis. Kent ze die boeken niet? Zo veel boeken zijn er niet over Liberia geschreven.


Zoals het ook vreemd is dat ze het zeer uitvoerige rapport van de Truth and Reconciliation Commission niet als bron noemt. Deze ‘waarheidsvinding commissie’ heeft in 2009 een uitstekend, 335 blz. tellend rapport over de burgeroorlog uitgebracht, op grond van verhoren en bronnenonderzoek. Inclusief een lijst van schuldigen die gestraft moeten worden. (Daddy komt daar overigens niet in voor). Clarice Gargard bepleit aan het eind van haar boek, terecht, alsnog een vorm van gerechtigheid voor de slachtoffers van de burgeroorlog. ‘Daar is meer voor nodig dan een commissie die haar beloften niet nakomt.’ Wat krijgen we nou? Die commissie kon natuurlijk geen strafvervolging instellen. Het lag op het bordje van toenmalig president Johnson-Sirleaf om met de adviezen van de commissie aan de slag te gaan. Zij borg het rapport echter zo snel mogelijk op in de onderste la die ze kon vinden. Waarom? Ze stond zelf op de lijst van ‘daders’ die op advies van de commissie 30 jaar geen openbaar ambt zouden mogen bekleden.  De lezer blijft verstoken van dit toch niet onbelangrijke detail.


Kolonialisme, racisme en discriminatie

Het boek kent ook een aantal passages over actuele discussies in Nederland over kolonialisme, racisme en discriminatie. Hoewel ik wel begrijp waarom ze op dit vlak haar mening kwijt wil, is de relatie met Liberia lang niet altijd duidelijk. Uiteraard beschrijft ze de tegenstelling in Liberia tussen de inheemse bewoners en de nakomelingen van de vrijgemaakte slaven die vanaf 1820 vanuit de VS naar West-Afrika ‘emigreerden’. Deze, aanvankelijk kleine groep, zou zich in rap tempo ontwikkelen tot de politieke, economische en culturele elite van Liberia, die de inheemse bevolking uitbuitte, kort hield en ruim 100 jaar allerlei rechten onthield. Er is de bekende theorie -en praktijk- van gevestigden en nieuwkomers, waarbij gevestigden allerlei mechanismen hanteren om die nieuwkomers dwars te zitten. Er is de bekende theorie -en praktijk- van discriminatie, uitsluiting, uitbuiting en geweld op basis van huidskleur. Er is de bekende theorie – en praktijk- van kolonialisme en imperialisme, waarbij grondstoffen worden geroofd en de lokale bevolking wordt onderdrukt. Laat in Liberia het nu allemaal net even anders liggen. In Liberia onderdrukten de nieuwkomers de gevestigden, beide van Afrikaanse origine. Liberia is niet door imperialistische mogendheden gekoloniseerd, toch is 90% van de bevolking straatarm omdat de elite de rijkdommen van het land (hout, palmolie, ijzererts, goud, rubber) tegen afbraakprijzen heeft verkocht aan westerse bedrijven. Het is jammer dat ze hierover niet in meer beschouwende zin haar licht over laat schijnen, in plaats van te refereren aan de zwart-wit discussies in Nederland (waarin ik het overigens met haar eens ben).
Gargard heeft ook kritiek op de ontwikkelingshulp: ‘De ontwikkelingshulp is een industrie waar bakken met geld verdiend kunnen worden, zonder dat de situatie in Afrikaanse landen aanzienlijk verbetert.’ En: ‘Het westen helpt ‘Afrika’ maar zou het niet efficiënter zijn als het westen Afrikanen helpt om zichzelf te helpen.’ Dit is werkelijk gemakzuchtige kritiek uit de oude doos. Het is al lang standaard voor verreweg de meeste hulporganisaties dat hulp is gericht op ‘skill building’ en ‘empowerment’ van Afrikanen in kwetsbare posities. Die bakken met geld (over populistisch taalgebruik gesproken) worden voor het grootste deel in die projecten gestopt, onder streng toezicht van de donoren. En helaas verdwijnt een deel in de zakken van de Afrikaanse elite.
Er staan nogal wat rare passages over Nederland in. Om er twee te noemen. Zo zou het ‘officieel beleid’ zijn in Rotterdam en Amsterdam om Surinaamse en Antilliaanse studenten in bepaalde wijken te weren om de blanke homogeniteit te waarborgen. Enige onderbouwing ontbreekt en deze geïnstitutionaliseerd apartheidspolitiek bestaat dan ook niet. De Bijlmer in Amsterdam, ontworpen tussen 1962 en 1965 (!), zou ‘impliciet’ bedoeld zijn voor ‘avontuurlijke witte mensen uit de middenklasse’ (cursief van mij, LP). Ik raad haar aan de bevolkingsstatistieken uit die jaren nog eens te raadplegen.


Onverwerkt verleden, ongemakkelijk heden, onzekere toekomst

Tot slot. Is Daddy nu schuldig of medeverantwoordelijk aan de misdaden van de presidenten die hij heeft gediend? De ondertitel van het boek ‘rechterhand van dictator Charles Taylor’ wordt in het boek niet gestaafd. Toen ik een Liberiaanse collega, die alle ellende van de burgeroorlog heeft meegemaakt, de voorkant van het boek met deze ondertitel liet zien, moest hij lachen. ‘Taylor had duizenden rechterhanden, die hij gebruikte als het hem uit kwam en weer even hard liet vallen’. De dochter komt er aan het slot van het boek ook niet uit. En zo loopt die ‘kleine’ geschiedenis van haar vader parallel met de ‘grote’ geschiedenis van Liberia: een onverwerkt verleden, met een ongemakkelijk heden en een onzekere toekomst.


Clarice M.D. Gargard: Drakendochter, Op zoek naar mijn vader, rechterhand van Liberiaanse dictator Charles Taylor, Uitgeverij De Arbeiderspers, €19,99.

zondag 15 september 2013

Nederlandse slavenhandel in Ghana

Afgelopen week met vrouw Jacq en dochter Layla (uit Amsterdam overgevlogen!) een week vakantie gevierd in Ghana. Over de weg, via Ivoorkust, 1531 km, zo leert Google Maps mij, maar daar doe je dan wel zeker vijf dagen over, zo verzekerde mij een ervaren Liberiaanse chauffeur. En dat is wel iets langer dan de 21 uur en 9 minuten die Google Maps voorspelt. Dus toch maar het vliegtuig naar de Ghanese hoofdstad Accra genomen.
Ghana, ruim zes keer zo groot als Nederland en 25 miljoen inwoners, wordt wel het –voor toeristen- meest toegankelijke land van Afrika genoemd. Het is beduidend welvarender dan Liberia, maar dat zijn praktisch alle landen op deze aardkloot. Niet dat er geen ontstellende armoede is. Ook in Ghana wonen miljoenen mensen in een hutje, wordt er gebedeld en proberen veel mensen met straathandel het hoofd boven water te houden. Maar er zijn ook opmerkelijke verschillen met Liberia. Zo is er goed openbaar (bus) vervoer, een functionerend elektriciteitsnet (ook voor die hutjes), een nationaal theater, verschijnen er leesbare kranten, zijn er musea en goed aangeschreven universiteiten. Om maar enkele zaken te noemen die in Liberia helaas ontbreken.  
Als je dan zo’n krant leest, de Daily Graphic in dit geval, valt weer op dat er nog meer overeenkomsten zijn. Zo analyseert een commentator dat er veel corruptiezaken worden onderzocht, maar zelden iets wordt gepubliceerd, laat staan vervolgd. In een ingezonden brief vraagt een belastingbetaler zich af waarom hij/zij de auto, het huis en de diners van de al goed verdienende parlementariërs moet betalen. En de ‘kleine’ misdaad wordt fors bestraft. Zo kregen vier mannen ieder 30 jaar straf voor een roofoverval, zonder slachtoffers, waarbij 700 dollar werd buitgemaakt.

Boven de toegangspoort van het Kasteel van Elmina
paradeert de Nederlandse Leeuw
Het Kasteel van Elmina

Een stuk vaderlandse geschiedenis ligt aan de kust van Ghana, dat vroeger de Goudkust werd genoemd, vanwege het vele goud dat er werd gevonden en verhandeld. Maar deze Goudkust herbergde ook de doorvoerhavens van de slaven die door stamhoofden vanuit het binnenland werden aangevoerd en in ruil voor wapens, alcohol en andere ‘westerse’ goederen aan Portugezen, Engelsen, Hollanders, Zweden en Denen werden verkocht. Op hun beurt verscheepten deze de slaven naar de overkant van de Atlantische Oceaan, om ze daar weer te verkopen. Langs de kust van Ghana herinneren een aantal door Europeanen gebouwde slavenkastelen aan deze mensenhandel. Een van de bekendste staat in Elmina, een vissersstadje met zo’n 35.000 inwoners, 160 km ten westen van Accra. Het kasteel werd rond 1500 door de Portugezen gebouwd om hun handelsbelangen (met name goud) te beschermen. Vanaf 1621, toen de West Indische Compagnie werd opgericht, nam de invloed van de Republiek der Nederlanden op de handel van de Afrikaanse westkust toe. Zo’n veertig schepen voeren af en aan en om Nederlandse steunpunten te creëren werden kastelen gebouwd, dan wel veroverd. In 1637 werden de Portugezen uit het kasteel in Elmina gebombardeerd. Het zou tot 1872 in Nederlandse handen blijven. Vanaf de 2de helft van de 17de eeuw komt de slavenhandel op gang die tot de afschaffing van de Trans-Atlantische slavenhandel in 1814 naar schatting tussen de 12 en 20 miljoen Afrikanen als vee naar de Americas zal brengen, waarbij miljoenen door uitputting de overkant niet zouden halen.


  
Nederlandse slavenhandel

Dit soort (boeken)informatie komt pas echt tot leven als je de stenen, vochtige kelders bezoekt waarin vijfhonderd mannen en vrouwen, streng van elkaar gescheiden, drie maanden moesten doorbrengen, alvorens ze via een smal poortje naar het schip werden gebracht dat hen zou vervoeren. Al met al werden er naar schatting zo’n 300.000 slaven door de Nederlanders in ongeveer 150 jaar vanuit dit kasteel verscheept. Op de eerste verdieping van het kasteel woonden de Nederlanders. De ‘directeur-generaal’ kon vanuit zijn riante verblijf een balkon oplopen vanwaar hij op een binnenplaats uitkeek, vlak bij het vrouwenverblijf. Als hij zin had liet hij de vrouwen uit hun kelder op de binnenplaats bijeenkomen, om de meest aantrekkelijke voor de nacht uit te zoeken. Als een vrouw dan zwanger werd, was ze als slavin onverkoopbaar en mocht ze het kasteel verlaten. Dat gold echter niet voor vrouwen die al zwanger waren toe ze binnen kwamen. Kinderen van slavenechtparen waren tot hun 12de jaar bij de prijs van hun ouders inbegrepen. Uiteraard waren er ook slaven die probeerden te ontsnappen. Hoe vaak dat voor kwam kon de gids ons niet vertellen, maar als de poging werd verijdeld, werd de ongelukkige opgesloten in een kleine, raamloze cel en stierf de hongerdood.

Toegangshek van de Dutch Cemetery
In Elmina zijn nog meer Nederlandse sporen te vinden. Er is een speciaal kerkhof in de Dutch Cemetery straat, waar vanaf 1802 de Nederlanders van het kasteel werden begraven. Sommige straatnamen en enkele huizen hebben Nederlandse sporen. Dat geldt ook voor de familienamen, zoals Bartels, Van Dyck, de Graft, de Heer, Vroom, de Veer of van der Puye, waarmee menig Ghanees zit opgescheept. Sommigen hebben het ver geschopt. De huidige burgemeester van Accra heet Alfred Vanderpuije.
Apart is de geschiedenis die verhaalt wordt in het Elmina-Java museum. Tussen 1831 en 1872 dienden ruim 3000 Ghanezen als KNIL-soldaat op Java. Het is een tamelijke bizarre loop van de Nederlandse koloniale geschiedenis, die in het museum op beeldende wijze wordt verhaald.

(De geschiedenis van het Elmina kasteel wordt boeiend beschreven in het dit jaar verschenen boek ‘Het Kasteel van Elmina – In het spoor van de Nederlandse slavenhandel in Afrika’ door Marcel van Engelen, uitgeverij De Bezige Bij.)