Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen

woensdag 20 januari 2021

This, Too, is Liberia, selected writings of Tom Kamara

Binnenkort verschijnt 'This, Too, is Liberia' met een verzameling artikelen, geschreven door Tom Kamara, de bekendste Liberiaanse journalist. Hij stond bekend om zijn scherpe, gevreesde en bewonderde pen. Hij gebruikte zijn pen als een wapen om op te komen voor mensenrechten, democratie en sociale ontwikkeling in een van de donkerste perioden van zijn land. Zijn creatieve schrijfstijl is een mix van feitelijkheid, ironie en diepgang, wat zijn artikelen bijzonder lezenswaardig maakt.

 

Tom Kamara

Tom Kamara is de oprichter van de New Democrat, een krant die tijdens de dictatuur van Charles Taylor letterlijk en figuurlijk onder vuur werd genomen, maar nog steeds springlevend is. Hij schreef tijdens zijn leven (1949-2012) een groot aantal artikelen in deze krant. Tijdens de Liberiaanse burgeroorlogen (1990-2003) werd hij gedwongen Liberia te verlaten en vond hij in Nederland zijn tweede huis. Tijdens die periode schreef hij voor het online magazine The Perspective dat door de Liberiaanse diaspora in de VS wordt uitgegeven. In 2003 keerde hij weer terug naar Liberia en zette zijn journalistieke arbeid voort, totdat hij plotseling in Brussel, op weg naar Nederland voor een medische behandeling, in 2012 overleed.

Van de honderden artikelen die hij heeft geschreven zijn er 53 geselecteerd voor 'This, Too, is Liberia'. Deze 53 artikelen zijn over vijf onderwerpen verdeeld. De tijdperken van de presidenten Samuel Doe, Charles Taylor en Ellen Johnson-Sirleaf. Verder behandelt een hoofdstuk de vaak gespannen relatie tussen Liberia en het door velen als 'moederland' beschouwde Amerika. Het vijfde hoofdstuk staat vooral stil bij ontwikkelingen in andere Afrikaanse landen.

De Nederlandse Liberia-kenner Fred van der Kraaij gaat in een uitvoerige inleiding in op de persoon en het werk van Tom Kamara. Het boek wordt afgesloten met een viertal artikelen over het leven van Tom Kamara, waarvan er twee zijn geschreven door Liberianen die hem goed hebben gekend. Jimmy Shilue, die ook een paar jaar in Nederland heeft gewoond – en daar herinneringen over Tom ophaalt – en Siahyonkron Nyanseor, die in de VS woont, uitgever is van The Perspective, en mét Tom Kamara een strijder voor vrede en voorspoed in Liberia.

 


'This, Too, is Liberia', geeft een rijk beeld van de recente geschiedenis van dit West-Afrikaanse land, dat nog steeds worstelt met problemen die nauw samenhangen met die geschiedenis. Door verkoop in Europa en de VS hopen wij het (Engelstalige) boek betaalbaar te maken voor studenten in Liberia, want er is een groot gebrek aan boeken over de recente geschiedenis van Liberia.

Het boek is een initiatief van de Rachael Kamara, weduwe van Tom Kamara, Jimmy Shilue en Leo Platvoet en wordt uitgegeven door de Tom Kamara Foundation. Het is in Nederland geproduceerd, maar zal (ook) zijn weg vinden naar Liberia en de VS.

Het boek kost 25 euro.

Je kunt het boek bestellen door een e-mail te sturen aan: mailto:tomkamarafoundation@gmail.com. Je krijgt dan een betaallink toegestuurd. Verzendkosten hoef je niet te betalen.

 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

This, Too, is Liberia, Selected writings of the renowned Liberian journalist Tom Kamara

272 blz – ISBN 9789461231321


maandag 25 november 2019

Het vertrouwen in president George Weah slinkt


Ik ben weer terug in Liberia voor een bijdrage aan het programma van NDI dat beoogt de politieke partijen beter te laten functioneren. Dat NDI-programma richt zich vooral op de vijf grootste partijen, die ieder een eigen adviseur hebben. Ik ben een van hen. Eerst wordt er van iedere partij op grond van vele gesprekken met partijbestuur, parlementariërs, jeugdafdeling en vrouwengroep een analyse gemaakt van de sterke en zwakke punten, de kansen en bedreigingen. Op grond daarvan is samen met hen een ‘modernization plan’ opgesteld met een aantal actiepunten ter verbetering. Dan moet je denken aan een goede interne communicatie tussen de verschillende partijgeledingen, hoe zet je een goede ledenadministratie op, wat moet er gebeuren om er een democratische ledenpartij van te maken en, heel belangrijk, hoe zorg je ervoor dat het programma van een partij niet een serie loze, algemene beloften is, maar herkenbare, concrete veranderingen biedt, waar je je als partij na de verkiezingen ook aan houdt. Nu gelden dit soort punten voor veel partijen in veel landen. Zo moet er bijvoorbeeld in mijn eigen partij (GroenLinks) wel het een en ander veranderen om er een democratische ledenpartij van te maken. Maar in Liberia geldt voor de meeste partijen dat op alle vlakken stappen gezet moeten worden. Voor de partij die ik adviseer is zo’n ‘modernization plan’ ontwikkeld en aanvaard – en worden de eerste activiteiten nu ontplooid. Zoals bijv. het opstellen van een reglement van de parlementaire fractie, die nu als los zand aan elkaar hangt, en het ontwikkelen van een activiteitenplan voor de fractie voor 2020: welke belangrijke onderwerpen (werkloosheid? gezondheidszorg? onderwijs? corruptie?) moeten er met parlementaire initiatieven worden aangepakt. Het is mooi en nuttig om op deze wijze bij te dragen aan de versterking van de democratie in een land als Liberia, al gaat het met vallen en opstaan, met een stap vooruit en soms twee stappen terug. Maar daarin is dit land niet uniek. Vraag maar aan Rutte. Echter, de problemen zijn wel onvergelijkbaar met die van Nederland. Om een voorbeeld te noemen. Waar het in Nederland gaat om hogere salarissen van leerkrachten in het basisonderwijs, gaat het in Liberia om boeken in de klas, leraren die het vak beheersen (én zelf kunnen lezen en rekenen) en het uitbannen van seks of geld voor een hoger cijfer.

De auto's van de voormalige presidenten (v.l.n.r.) Doe, Taylor en Tubman
tentoongesteld achter het Nationaal Museum in Liberia
Pro-Poor Agenda for Prosperity and Development

De politieke situatie is fragiel. President George Weah is weliswaar met een fors kiezersmandaat in 2017 (ruim 61,5% van de stemmen) gekozen voor een periode van 6 jaar, maar zijn partij, de Coalition of Democratic Change (CDC) heeft noch in het Huis (Tweede Kamer), noch in de senaat de meerderheid. Weah, die niet bekend staat als een krachtig bestuurder, heeft een aantal mensen om zich heen benoemd (ministers, adviseurs, voorzitters van overheidsinstanties), vaak meer ingegeven door politieke motieven dan dat ze er iets van kunnen bakken. En het grootste probleem is dat hij niet kan waarmaken wat hij voor de verkiezingen heeft beloofd. Nu is dat niet verwonderlijk. Het overheidsbudget is zeer bescheiden ($511 miljoen, begrotingsjaar 2019-2020), belastingen in een land met massale werkloosheid en een negatieve handelsbalans brengen weinig geld in de schatkist. De inflatie is hoog: toen ik in 2012 arriveerde was de waarde van de Amerikaanse dollar 75 Liberties (de Liberiaanse dollar) en nu is die 194. Weah heeft een zeer ambitieuze Pro-Poor Agenda for Prosperity and Development  (PPAD) gepresenteerd die zich uitstrekt tot 2023, inclusief financiering ($3,5 miljard over 5 jaar) . Dat is op zich prima, maar voor 2019-2020 is er $548 miljoen nodig die praktisch geheel door de internationale gemeenschap zou moeten worden opgebracht. In de meerjarenraming daalt die internationale hulp tot 462 miljoen in 2022/2023 en stijgt de belastingopbrengst van 430 naar 560 miljoen. Tegelijkertijd stijgt het te begrote tekort van de PPAD van $116 miljoen dit jaar tot $264 miljoen in 2022/2023. Je hoeft geen econoom te zijn (dat ben ik niet, al was mijn bijvak op de UvA Het Kapitaal van ene K. Marx) om te begrijpen dat een ambitieus plan dat op papier gedekt is door onzekere internationale hulp, stijgende belastingopbrengsten van een labiele, kleine economie én een toename van een (ongedekt) tekort, weinig kans van slagen heeft.
Dát is dan ook het grote risico dat deze regering met dit plan neemt, en de CDC haar daarin steunt, door veel te beloven, maar niet duidelijk te maken wat er allemaal nodig is over een periode van 5 jaar om dat te realiseren. De verwachtingen moeten dus getemperd worden en tegelijkertijd zou er ingezet moeten worden op enkele belangrijke onderwerpen waar zichtbaar resultaat kan worden geboekt én die een positief effect hebben op andere beleidsdoelen. Landbouw en onderwijs lijken mij die prioriteiten.

Het budget van de Pro-Poor Agenda per sector voor de jaren 2018/2019 - 2022/2023
Het vertrouwen slinkt

Het gevolg is dan ook dat het vertrouwen in Weah en zijn CDC slinkt. Dat bleek al bij de verkiezingen in juli van de vacant gekomen senaatszetel in Montserrado (de provincie waar de hoofdstad Monrovia in ligt). Dit is een bolwerk van de CDC, maar haar kandidaat behaalde 35%, terwijl de winnaar, Darius Dillon, de kandidaat van de samenwerkende oppositiepartijen, 56% scoorde. Deze Dillon voert al jarenlang op Facebook oppositie tegen Weah onder de vlag van The Darius Dillon Center For Intellectual Exchange. Zijn Facebook-groep telt ca. 196.000 leden.
Verleden week verscheen het 6de jaarrapport van de lokale NGO Naymote (Partners for Democratic Development) waarin de perceptie van de Liberianen wordt gemeten van de kwaliteit van de overheid. Vond in 2018 64% van de respondenten dat het in Liberia de verkeerde kant uitgaat, nu is dat % gestegen tot 83.
Afgelopen vrijdag demonstreerden de werknemers van het nationale waterleidingbedrijf. Ze hebben vijf maanden geen salaris ontvangen en 7 maanden geen reiskostenvergoeding.
De Council of Patriots, die al eerder op 7 juni (zie mijn blog van 17 mei) demonstreerde en een petitie aan de regering aanbood, heeft nu op 30 december een Weah Step Down protest aangekondigd. Echter de steun van de oppositiepartijen lijkt nu weg te vallen, omdat Weah volgens hen een legitiem gekozen president is die in zijn termijn moet waarmaken wat hij heeft beloofd. En zo is het.
Zelfs de EconomicFreedom Fighters of Liberia (EFFL), zichzelf noemend  ‘a radical and socialist political institution’, en een belangrijke kracht achter de 7 juni demonstratie volgens de meestal goed geïnfomeerde krant Front Page Africa, is tegen de demonstratie van 30 december. Hun verklaring: ‘We have witnessed the death of thousands in other African Countries trying to force out a president. Here are few countries to reference; Tunisia, Egypt, Libya, Sudan and etc. (…) The EFFL has been taught to break the chain of ‘Usual Job Seeking’, ‘Haunt for Quick Cash’ and ‘Power Struggle’ under the canopy of the suffering masses. (…) we Liberians are not prepared to experiencing such situation in the name of masses struggle.’



zondag 12 mei 2019

Partijontwikkeling en democratie


Ik ben weer terug in Liberia. Zo eens in de twee/drie maanden ben ik er een paar weken om mee te werken aan het NDI-programma dat beoogt het functioneren van politieke partijen te verbeteren. En dan hebben we het niet alleen over allerlei organisatorische zaken, zoals ledenwerving, interne democratie en communicatie, en een transparante partijbegroting. Het gaat ook over het ontwikkelen van politieke initiatieven en het betrekken van kiezers om hun invloed op het landsbestuur te vergroten. Want dáár gaat het uiteindelijk om in een democratie.


Taai werk is niet populair

Er zijn enkele boekenplanken te vullen met boeken en nota’s over het nut van dit soort ontwikkelingsprogramma’s. Hoewel de opvatting vrij algemeen gedeeld wordt dat economische en sociale ontwikkeling in een land als Liberia hand in hand moet gaan met democratische ontwikkeling en goed bestuur, is het steunen van die democratische ontwikkeling lang niet altijd een populair thema bij internationale donoren. Met één uitzondering: het steunen en monitoren van (hopelijk vrije) verkiezingen. Dat is overzichtelijk en korte-termijn werk met een meestal duidelijke conclusie van de internationale waarnemers. Maar het taaie werk van partijontwikkeling en ondersteuning van het parlement stuit op meer scepsis. Daar zijn wel goede argumenten voor. In veel ontwikkelingslanden is de democratische dynamiek nogal verschillend van wat in de westerse wereld als norm wordt beschouwd, hoewel die norm daar ook aan zware erosie onderhevig is. Namelijk dat politiek en democratie een strijd is, waar ideologieën en opvattingen botsen, gedragen door politici die gaan voor de inhoud. Terwijl in veel ontwikkelingslanden, en zeker ook in Liberia, politiek persoonsgebonden is, corruptie hoogtij viert en politieke partijen nauwelijks te onderscheiden opvattingen hebben, anders dan dat ze voor de macht gaan.
Een andere reden voor de scepsis is dat in het verleden internationale steun aan democratie- en partijontwikkeling weinig zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. Het -zeer valide- argument dat daar altijd tegenin te brengen is, dat dit een kwestie van lange adem is, die ook in ontwikkelde landen niet van de ene op de andere dag heeft plaatsgevonden. Maar internationale donoren werken veelal met hooguit vierjarenplannen die de lange adem ontberen en het gehijg van politici in de nek voelen die waar voor ‘hun’ geld willen.

Capitol Building: parlementsgebouw in Monrovia
De parlementaire democratie wordt ondermijnd door democraten

De discussie over het nut van internationale steun aan democratie- en partijontwikkeling heeft echter ook opgeleverd, dat de focus anders moet komen te liggen. De ontwikkeling van de democratie in de westerse wereld heeft daar zeker toe bijgedragen. Na de val van de Berlijnse Muur was het democratische, westerse model in de jaren ’90 het wenkend perspectief voor veel landen. Niet alleen in Oost-Europa, maar ook in Afrika en Azië werd dit model ijverig gepropageerd en gekopieerd. Maar in de loop van deze eeuw bleek dat democratische modellen niet zo maar met copy and paste overgedragen kunnen worden. Tegelijkertijd bleek dat in het westen de democratie aan uitholling ten prooi viel:

  • Privatisering en globalisering ondermijnden in grote mate de kracht en invloed van de westerse parlementaire democratieën. 
  • Sociale basisvoorzieningen als gezondheidszorg, onderwijs, wonen en openbaar vervoer werden op de zogenaamde vrije markt geslingerd.
  • Multinationals, gepamperd met ‘legale’ belastingontduikingen, grepen hun kans en staan aan de basis van een nog steeds groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid.
  • De toenemende macht van internationale samenwerkingsorganisaties, zoals de EU, zonder beslissende democratische legitimatie, droeg daar het zijne aan bij.
Als resultaat van dit alles is het belang van politieke partijen, als dragers van een verzwakkende parlementaire democratie, daarmee in welhaast gelijke mate geërodeerd. Het is navrant dat uitgerekend partijen die het woord democratie in hun naam hebben (VVD, CDA, D66) de initiators en supporters van dit democratie-ondermijnende beleid zijn.
En als laatste ontwikkeling die van invloed was op een andere visie: in een aantal Arabische landen stuurden volksopstanden dictators het land uit, om vervolgens tot hun ergernis te moeten constateren dat andere potentaten er voor terug kwamen.


Wat is de goede weg?

Dit alles moet meegenomen worden in het antwoord op de vraag: wat voor partijontwikkeling moet er worden nagestreefd in een land als Liberia? Het idee dat het type van een westerse politieke partij als een voorbeeld geldt, en waar mogelijk gekopieerd moet worden, ligt dus al achter ons. Hoewel het nog steeds van belang is om te streven naar een degelijke en democratische partijstructuur, gedragen door een ideologie of samenhangend programma -en dat is op zich al een enorme uitdaging - is het vooral belangrijk om partijen zélf te laten formuleren, waar ze behoefte aan hebben. Daarbij moet je wel oog hebben voor de ontstaansgeschiedenis van partijen in ontwikkelingslanden, zeker in die landen, zoals Liberia, waar een hevig conflict, zoals een burgeroorlog, nog niet zo lang geleden heeft plaatsgevonden.
Ruwweg kun je in dat soort landen twee typen partijen onderscheiden: partijen die ontstaan zijn na een vredesproces, waarbij strijdende milities de strijdbijl hebben moeten begraven en de jas van een politieke partij hebben aangetrokken. En partijen die ‘van onderop’ gegroeid zijn en meestal het karakter van een beweging hebben. Het eerste type partij zal vooral geïnteresseerd zijn in het gebruiken van het middel democratie om de eigen agenda en machtsposities te continueren, terwijl het tweede type democratie ziet als het middel om de controle en invloed van burgers op het regeringsbeleid te vergroten.

Rijk partijpolitiek landschap

Om mij tot Liberia te beperken: het partijpolitieke landschap is rijk en divers. In het parlement (Huis van Afgevaardigden en Senaat) zijn meer dan 10 partijen vertegenwoordigd.  Mengvormen van beide hiervoor beschreven types komen het meest voor.
Het beter laten functioneren van politieke partijen zal die tweede opvatting als leidraad moeten hebben: democratie als middel om de controle en invloed van burgers op het regeringsbeleid te vergroten. Dat is iets anders dan democratie te reduceren tot ‘u vraagt en wij draaien’. Politieke partijen blijven daarbij van groot belang, omdat het bestrijden van sociale en economische ongelijkheid óók (en misschien wel juist) in ontwikkelingslanden een politieke visie én gedrag van partijen vergen die geen gemeengoed zijn.
Programmatische én organisatorische ontwikkeling van partijen is dus van groot belang, maar moet bijdragen aan het vergroten van de invloed van burgers op het beleid. Aan dit programma wil ik graag mijn energie steken.

Links VS ambassadeur Christine Elder, rechts president George Weah
Intussen in Liberia

Intussen stapelen de problemen in Liberia zich op voor president Weah en zijn Coalition for Democratic Change. Het burgerprotest lijkt opgebloeid te zijn, weliswaar zonder gele hesjes, maar een Council of Patriots (COP) organiseert op 7 juni een demonstratie onder het motto ‘Save the State’. Oppositiepartijen wisten niet hoe snel ze dit moesten ondersteunen.  Christine Elder, de ambassadeur van de VS, het meest invloedrijke land in Liberia, heeft in een pittige toespraak Weah gemaand de corruptie aan te pakken en haast te maken met het bestrijden van seksueel geweld tegen vrouwen. De invloedrijke All Liberian Conference of Diaspora Leaders gaf deze week een verklaring uit waarin zorg werd uitgesproken over de groeiende politieke spanningen.  De Center for Transparency and Accountability in Liberia, een NGO, riep Weah op om schoon schip te maken in zijn regering, die gebukt gaat onder financiële schandalen. En dan zijn twee katholieke bisschoppen ook nog beschuldigd van homoseksuele verkrachtingen
Kortom, never a dull moment, waarover volgende week meer.


zaterdag 16 april 2016

Een koe voor een parlementariër

Deze week weer eens upcountry geweest: een workshop in Gbarnga en een in Zwedru. Bijzonder interactieve workshops zoals het zo mooi heet. De deelnemers waren activisten van burgergroepen die getraind wilden worden om zelf als trainer workshops te organiseren en te geven. Omdat ons programma zich richt op ‘bruggen bouwen’ tussen parlementariërs en belangengroepen, ging het vooral om trainers op dat onderwerp. De basis voor de training was het handboek (‘Step-down Training on Legislative Engagement’) dat we vorige maand hebben uitgebracht over het organiseren van dergelijke workshops. Zie daarvoor mijn blog van 28 februari jl.

Zij bereiden hun presentatie voor
Avondwerk

Het waren enerverende dagen. Omdat het een Train de Trainers aanpak was, gooiden we de deelnemers zoveel mogelijk voor de leeuwen. Ze werden de eerste dag voortdurend uitgedaagd om actief mee te discussiëren en ideeën aan te dragen over onderwerpen als: ‘waarom zou je trainen’, ‘wat zijn 10 tips om een goede trainer te zijn’, ‘wat zijn de zeven belangrijke stappen als je een workshop wil organiseren’ en ‘welke interactieve trainingsmethoden zijn er’. ’s Avonds, zeer ongebruikelijk in Liberia, moesten ze in kleine groepjes een presentatie voorbereiden die ze zelf de volgende dag moesten houden. Ze konden kiezen uit de 21 sessies die in de Toolkit zijn beschreven. Sessies over het functioneren van het parlement, hoe bewoners te organiseren en over lobbyen en actievoeren. Omdat de Toolkit vergezeld gaat van een diskette met 75 voorbeelden, zoals handleidingen, video’s, PowerPoint presentaties enz over deze onderwerpen, konden ze putten uit een rijk gevulde bron.  

Met de Toolkit op schoot
Van fouten leer je

De tweede dag moesten ze dus zelf als trainer aan de bak. En presentatie geven, het vraag- en antwoordspel leiden en discussies voeren. Omdat de deelnemers van verschillend niveau waren, was het hard aanpoten om iedereen op dat persoonlijke niveau aan te spreken en mee te laten doen. Cultuur speelt daarbij ook een rol, die onderkend moet worden. Het maken van fouten, maar daar geen verantwoordelijkheid voor nemen, maar naar ‘de ander’ wijzen, is een algemeen menselijk tekort, dat in Liberia naar mijn ervaring sterk aanwezig is. Terwijl het trainen, dat wil zeggen doen wat je moet leren, niet zonder fouten gaat. Van fouten leer je, zegt het wijze spreekwoord, en dat hebben we tijdens de workshop in allerlei variaties vaak herhaald. Wees niet bang om fouten te maken, dat geldt voor iedereen die voor het eerst een presentatie over ‘de drie functies van het parlement’ moet geven.

IJsbreker
IJsbrekers

Ik weet het, in het Nederland van nu is het een vloek, maar cultuurverschillen zijn heel leerzaam. Zo is het een bijzondere ervaring als je het zaaltje ’s morgens om halfnegen binnenkomt en een groepje deelnemers rond een tafel zit en een fraai, meerstemming lied zingt. Ongetwijfeld over Jezus, maar toch de moeite waard. Spectaculair en vrolijk makend zijn de ‘ijsbrekers’. Door de warmte, en vooral na de Liberiaanse lunch van rijst met vlees- en vleessaus, sluipt de slaperigheid binnen. In Liberia kent iedere workshopdeelnemer een rijk palet van korte, vaak grappige fysieke oefeningen, gecombineerd met gezang en handgeklap, waar iedereen wakker en vrolijk van wordt.

Lunch
Don’t bribe

Liberianen kunnen hartstochtelijk discussiëren. Een argeloze voorbijganger zou denken dat ze op de vuist gaan, maar dat is zelden het geval. Mijn Liberiaanse collega, die tijdens de burgeroorlog in Ghana woonde, kan met smaak vertellen hoe hij met een aantal landgenoten in een huis woonde, waarvan de Ghanese buren dachten dat er constant ruzie werd gemaakt.
Op één onderwerp brak de discussie ook in volle hevigheid los tijdens de presentatie van ‘do’s and don’ts’  voor burgergroepen als zij willen lobbyen bij politici voor hun zaak. ‘Don’t bribe’ was één van de aanbevelingen. Onmiddellijk ontvlamde de discussie. ‘Wat is omkoperij?’, vroeg een deelnemer. Als in zijn regio een parlementariër wordt gevraagd in zijn kiesdistrict er voor te zorgen dat er een school of kliniek komt, krijgt hij een koe als geschenk aangeboden. Dat is geen omkoperij, maar traditie. Onmiddellijk doken de meeste anderen daar boven op. Argumenten voor en tegen vlogen over tafel. De meesten leken zich toch op het standpunt te stellen dat de zeer goed verdienende lawmakers gekozen zijn om voor dat soort zaken op te komen. ‘Ze hebben al een geschenk van mensen ontvangen, namelijk hun stem bij de verkiezingen’ merkte een deelnemer snedig op. Een leerzaam voorval om verschillende redenen. Allereerst valt nu beter te begrijpen, waarom de corruptie, door velen gezien als het grote kwaad in Liberia, zo goed kan gedijen. Er is geen heersende moraal dat wat corruptie wordt genoemd, als fout is te bestempelen. De koe is daarvan een goed voorbeeld, maar veel voorkomend is ook de opvatting dat als iemand je een dienst bewijst. Je hem of haar daarvoor beloont. Ook als die dienst gewoon het werk van diegene is. De arts die je onderzoekt, de onderwijzer die een cijfer voor een proefwerk moet geven, de parlementariër die voor een besluit moet stemmen dat een ondernemer een opdracht oplevert.

Presentatie
Bossman

Ten tweede laat het geval koe nog een ander, diepgeworteld cultuuraspect zien dat volgens mij corruptie genereert. ‘Gewone’ Liberianen zien op tegen ‘boven hen geplaatsten’. Of het nu de Town Chief, een parlementariër of de chef op je werk is. Hoe vaak ik niet met ‘bossman’ ben aangesproken. Je kunt dat afdoen als een restant van een op racisme en slavenhandel gestoeld gedragspatroon. Een woord dat niet meer zijn oorspronkelijk betekenis en context heeft. Was het maar waar. Door zeer velen worden parlementariërs letterlijk als hun bazen gezien. En die moet je behagen om iets gedaan te krijgen. En zij (nou ja, een groot deel, er zijn gelukkig ook uitzonderingen) laten zich dat graag aanleunen. Parlementariër mogen gaag rondbazuinen dat zij de leiders zijn van hun kiesdistrict en dat zij lid zijn van het voornaamste en belangrijkste orgaan dat alom diep gerespecteerd moet worden. Het gaat daarbij niet om de daden, niet om de inhoud, maar om het omhulsel, de status, de schijn.

Ook tijdens de beide workshops kwam het weer ter sprake. ‘Zij zijn onze bazen’. Ik word daar niet goed van. ‘Niets daarvan, het is juist andersom. Jullie hebben ze gekozen om voor en namens jullie hun parlementaire werk te doen. Jullie, de kiezers, zijn de bazen, de opdrachtgevers van de parlementariërs!’ Zolang het misverstand over wat corruptie en omkoping nu eigenlijk is en zolang de hiërarchische, autoriteitsgevoelige mentaliteit de overhand heeft, zal de ontwikkeling van Liberia worden gefrustreerd en geschaad.

Groepsfoto in Zwedru



zondag 6 maart 2016

Angst en Afkeer in Liberia (deel 2)

Enkele weken geleden schreef ik in mijn blog onder de titel Angst en Afkeer in Liberia over toegenomen spanningen in Liberia naar aanleiding van de dood van Harry Greaves. Greaves was ex-directeur van de Liberiaanse Petroleum Maatschappij, een staatsbedrijf, en een geharnaste criticaster van belangrijke politieke onderwerpen die hoog op de agenda van de regering staan. Zijn lichaam werd drie weken geleden onder verdachte omstandigheden ontzield aangetroffen op het strand van Monrovia. Meteen werden van alle kanten verdachtmakingen geuit tegen de regering van president Johnson-Sirleaf. Er werd snel een Amerikaanse patholoog-anatoom ingevlogen, de Amerikaan Thomas Bennett, die binnen twee dagen rapporteerde dat Greaves verdronken was en dat de sporen van geweld na zijn dood waren ontstaan. Maar al even snel doken berichten op dat deze Bennett in eigen land omstreden was. De politie haastte zich op te merken dat rechercheonderzoek zal plaatsvinden om de ware toedracht boven tafel te krijgen. Vervolgens gaf Simeon Freeman, leider van de oppositionele Movement for Progressive Change, een persconferentie waarin hij wist te vertellen dat de regering van Liberia een dodenlijst van tien belangrijke politici had opgesteld, waaronder hijzelf. Freeman werd gesommeerd op het politiebureau te verschijnen, maar dook onder, waarschijnlijk in het buitenland,  en is sindsdien uit het nieuws verdwenen.

(Infographic FrontPage Africa)
Campaigners for Change

Omdat er na deze verwikkelingen een week lang geen nieuws werd vernomen van de zijde van de regering over de kwestie, organiseerden studenten onder het motto ‘Campaigners for Change’ op 22 februari een bijeenkomst voor de ‘Temple of Justice’, het gerechtsgebouw van Liberia. Namens hen legde de ‘rights activist’ Vandalark Patricks een verklaring af, waarin hij de regering van doofpotpraktijken beschuldigde, een onafhankelijk, diepgaand onderzoek eiste en een massademonstratie op 11 maart aankondigde voor het gebouw van UNMIL (de vredesmacht van de UN) om de UN-peacekeepers te verzoeken Liberia nog niet verlaten, zoals nu voorzien is in juni van dit jaar. Patricks werd de dag erop in de kraag gegrepen en achter slot en grendel gezet, beschuldigd van ophitsing en criminele belastering van de regering. En toen waren de poppen echt aan het dansen. Het regende over en weer van beschuldigingen. De journalistenbond kwam uiteraard op voor de vrijheid van meningsuiting, oppositionele partijen bekritiseerden onomwonden de arrestatie.

Weinig zachtzinnige politie

Maandag 29 februari  organiseerde een coalitie van studentenorganisaties en de jongerenorganisaties van drie oppositiepartijen (Congress for Democratic Change - CDC, All Liberian Party – ALP, en de  Movement for Progressive Change - MPC) een demonstratie voor de vrijlating van Patricks, wederom voor de ’Temple of Justice’. De doorgaans weinig zachtzinnige politie was snel ter plaatse: het politiebureau ligt, evenals de Universiteit van Liberia, en de parlementsgebouwen, om de hoek van het gerechtsgebouw. De politie liet het traangas en de gummiknuppels niet onaangeroerd en de demonstranten begonnen met stenen te gooien. Het verkeer in de hoofdstad lag voor enige uren stil.
Een dag later werd Patricks tegen een borg van een kleine 3000 dollar vrijgelaten. Bij zijn vrijlating kondigde hij opnieuw de demonstratie op 11 maart aan, waarbij uiteraard de gebeurtenissen van de afgelopen week het gelijk van de demonstranten lijken te bevestigen. Liberia is nog steeds een uiterst fragiele staat. De politie, noch de regering is in staat om op een verstandige manier maatschappelijke onrust te kanaliseren. Kritiek op het regeringsbeleid wordt al snel als opruiing en crimineel gedrag bestempeld. Patricks beschuldigde de politie er ook van hem in de zes dagen dat hij in de cel moest doorbrengen fysiek en psychisch gemarteld te hebben.
Juridisch bekeken is de kwestie niet afgehandeld. De rechtszaak moet nog plaatsvinden, al heeft zijn advocaat een uitgebreid verweer naar de rechtbank gestuurd met als boodschap dat de zaak geseponeerd moet worden, aangezien de actie van de politie tegen Patricks geen enkele wettelijke basis heeft.

Vandalark Patricks
Actie coördinator

Politiek bekeken is de kwestie ook nog niet afgehandeld. Omdat de grootste oppositiepartij, de Congress for Democratic Change (CDC), mede-organisator was van de demonstratie werd partijbestuurslid Mulbah Morlu dwingend gevraagd om op het politiebureau tekst en uitleg te geven. Morlu is verantwoordelijk voor ‘operaties en mobilisatie’ van de CDC, zeg maar de actie coördinator van de partij, zoals wij die vroeger bij de PSP hadden, een functie de helaas bij GroenLinks is geschrapt (wie de memoires van Femke Halsema leest, begrijp waarom). En zo verscheen afgelopen donderdag een stoet van CDC-voertuigen, met activisten, partijbestuursleden en parlementariërs, inclusief partijleider en senator George Weah, ten politieburele om Morlu af te leveren. Een min of meer ludiek actie, die de politie enigszins in hun hemd zette en bij voorbaat het ‘verhoor’ van Morlu tot een farce maakte.

Mulbah Morlu spreekt met de pers tijdens de demonstratie op 29 februari 

Persconferentie

De Liberty Party heeft inmiddels aangekondigd dat de wetgeving inzake ‘ophitsing en belediging’ moet worden aangepast om de vrijheid van meningsuiting te garanderen. Kandidaat voor de komende presidentverkiezingen (2017) Benoni Urey, de rijkste man van Liberia, vriend van Charles Taylor, eigenaar van de mobiele telefoon provider LoneStar en leider van de All Liberian Party die de demonstratie mede organiseerde, hield afgelopen vrijdag een persconferentie. Hij stelde, niet gespeend van enig eigen belang, na gerefereerd te hebben aan de dood van Greaves. ‘Adding to the simmering tension is the recent arrest of Vandalark Patricks on criminal libel and sedition charges based upon laws from our dark past. The arrest clearly shows the hypocrisy of the Ellen Johnson Sirleaf Administration, which was hailed internationally for signing the Table Mountain Declaration,” (Deze -Afrikaanse- verklaring beoogt de decriminalisering van de vrijheid van meningsuiting.)

Vele krantencommentaren wijzen erop, zoals dat van ‘The News’, dat de gebeurtenissen van de laatste weken het gevaar in zich houden dat Liberia afglijdt in een afgrond van gewelddadige conflicten en dat, als de UNMIL niet een stevig mandaat krijgt tot de verkiezingen (in 2017), het land in chaos ontaardt.


zaterdag 13 februari 2016

Angst en Afkeer in Liberia

Fear and Loathing on the Campaign Trail was de titel van een huiveringwekkende serie artikelen in het Amerikaanse blad Rolling Stone van Hunter S. Thompson over de campagne voor de (Amerikaanse) presidentverkiezingenverkiezingen die in 1972 plaatsvonden. Dezelfde titel (‘Angst en Afkeer’) kan gebruikt worden om de huidige situatie in Liberia te kenschetsen, waar verkiezingen overigens pas in het najaar van 2017 plaatsvinden.



Angstaanjagende oceaan

Vorige week werd op het strand in Monrovia, achter het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar ook de president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf kantoor houdt, het lichaam gevonden van Harry Greaves. Greaves was ex-directeur van de Liberiaanse Petroleum Maatschappij, een staatsbedrijf, en een geharnaste criticaster van belangrijke politieke onderwerpen die hoog op de agenda van de regering staan. Zo voerde hij een half jaar geleden uitgebreid (papieren) actie tegen de privatisering van de Liberiaanse Elektriciteitsmaatschappij en bekritiseerde hij het wanbeleid rond de teloorgang van de National Oil Company of Liberia (NOCAL). Zijn kritiek was vooral gericht op de geld verspillende toplaag van deze bedrijven wier inkomen omgekeerd evenredig was met de wanprestaties die geleverd werden.  Zijn dood houdt nu al een week lang de gemoederen bezig. Hij werd het laatst gezien bij een hotel, een kilometer of 10 verwijderd van de plek waar zijn lijk op het strand werd gevonden. Hij leek te zijn verdronken in de Atlantische Oceaan, maar er waren sporen van geweld. Veel Liberianen en media waren -en zijn- ervan overtuigd dat Greaves vermoord is. Mensen die hem goed kennen, een collega van mij is zijn nicht, sluiten uit dat hij een duik in het water heeft genomen. De oceaan is voor de meeste Liberianen een angstaanjagende plek, trouwens de meesten kunnen ook niet zwemmen.


Bedenkelijke reputatie

Omdat er al eerder bekende criticasters van de zittende politieke elite onder verdachte omstandigheden de dood hebben gevonden, kwam de regering snel in actie. Een Amerikaanse patholoog-anatoom werd ingevlogen, de Amerikaan Thomas Bennett. Volgens de Amerikaanse Billings Gazette heeft deze Bennett een bedenkelijke reputatie en mag hij in Montana geen autopsie meer verrichten. Hij rapporteerde binnen twee dagen dat Greaves verdronken was en dat de sporen van geweld na zijn dood waren ontstaan. De minister van justitie maakte het rapport bekend, maar voegde daar aan toe dat het onderzoek naar zijn dood hiermee niet was afgelopen. Hij zou immers met geweld verdronken kunnen zijn,  dan wel zonder sporen van geweld vermoord zijn en in zee geworpen, dus verder onderzoek is nu in handen van de Liberiaanse politie. Of dat iets oplevert moet worden afgewacht; de politie blinkt hier niet uit in recherche-kwaliteiten om het vriendelijk uit te drukken.

Simeon Freeman
Dodenlijst

In dezelfde week kwam de leider van de Movement for Progressive Change, een oppositiepartij, met een opmerkelijke persconferentie. Simeon Freeman wist te vertellen dat de regering van Liberia een dodenlijst van tien belangrijke politici had opgesteld, waaronder hijzelf, maar bijvoorbeeld ook George Weah (senator en leider van de oppositionele Congress for Democratic Change). Met het oog op de komende presidents- en parlementsverkiezingen zou de regering van plan zijn belangrijke tegenstanders uit de weg te ruimen. Uiteraard baarde deze ‘onthulling’ veel opzien. Freeman werd door de politie uitgenodigd om op het bureau zijn beschuldigingen nader toe te lichten en met wat aanwijzingen te komen. Hij reageerde prompt dat hij alleen zou komen als hij schriftelijke werd uitgenodigd. Daarop rukte een speciale politie-eenheid uit om Freeman uit zijn huis te halen. De omgeving werd afgezet, aanstormende journalisten en fotografen werden hardhandig verwijderd, maar de vogel bleek gevlogen. Sindsdien is Freeman ergens ondergedoken en onvindbaar. De minister van Justitie liet echter doorschemeren dat justitie inderdaad van plan was Freeman in staat van beschuldiging te stellen, vanwege zijn beledigende verklaring en het feit dat hij er tussenuit was geknepen. Hij wilde echter niet zeggen wat de aanklacht precies zou zijn. ‘Schrijf maar op’, zo vertelde hij de verzamelde pers, ‘dat Freeman zich eerst moet melden, dan krijgen jullie de aanklacht te weten’. Nu houdt Freeman van gepeperde uitspraken, waar ik al eerder een blog aan wijdde. Maar deze keer lijkt hij te ver te zijn gegaan. Hoewel de moord op Greaves hem in zijn eigen gelijk zal stijven. Hij schijnt inmiddels Liberia ontvlucht te zijn.

48 uur cel voor minister

Tegelijkertijd is de minister van Financiën, Konneh, verwikkeld in een heftige strijd met de senaat. Zijn staatssecretaris had in een brief meegedeeld dat op het budget van de senaat gekort zou worden. Hoewel parlementariërs in Liberia, een van de armste landen ter wereld, tot de meest verdienenden van deze beroepsgroep ter wereld behoren, ontstaken de senatoren  in woede. Zij vatten dit op als een ongrondwettelijke beledigingen van dit ‘hoge huis’ en riepen de minister ter verantwoording. Deze gaf aanvankelijk geen krimp en verdedigde zijn staatssecretaris. De senaat greep naar het uiterste middel en dreigde de minister met 48 uur opsluiting in de gevangenis; een straf die staat op het moedwillig belemmeren van het werk van de senaat. 

Minister Konneh
De minister verscheen daarop met een team van juristen in de senaat, die de senatoren voorhielden dat de minister de zaak aan de ‘Supreme Court’ zou voorleggen. De dag daarop kwam de minister weer in de senaat, deze keer zonder advocaat, en vroeg de senatoren, desnoods achter gesloten deuren, de kwestie politiek op te lossen. Dat zagen de dames en heren echter niet zitten. De senaat herhaalde het ingenomen standpunt dat de minister voor 48 uur achter slot en grendel zou moeten. De kwestie loopt nog steeds. Robert Sieh, een van de meest spraakmakende journalisten van Liberia en kwelgeest van de politiek elite, nam het op voor de minister en noemde de actie van de senaat ‘rubbish’. ‘Het feit dat iemand je budget wilt korten, betekent niet dat je hem daarvoor moet opsluiten’, aldus Sieh. Hij heeft daarin gelijk. Jammer alleen dat kritische journalisten in Liberia altijd zo voorzichtig zijn met het aan de kaak stellen van de schandalige hoge inkomens van de parlementariërs.

zondag 4 mei 2014

Het politieke landschap in Liberia op 1 mei



Als je het politieke landschap analyseert valt op dat er geen linkse partij in het Liberiaanse parlement is vertegenwoordigd. Aanvankelijk dacht ik dat de Congress for Democratic Change (CDC) van oud-voetbalcrack George Weah voor links kon doorgaan, maar daar ben ik van terug gekomen. Hun website verraadt weliswaar enig (centrum)links gedachtegoed, maar in de dagelijkse praktijk van hun parlementariërs blijft dat gedachtegoed redelijk goed verborgen. Ze voeren weliswaar fel oppositie, maar dat is vooral een spel om de macht. De CDC heeft geen uitgewerkte agenda, noch een uitgekiende strategie hoe Liberia te transformeren tot een democratische, sociale rechtsstaat. Nu is dat natuurlijk makkelijk gezegd dan gedaan, maar de belangrijkste opdracht voor een geloofwaardige oppositiepartij is toch dat naast die agenda en strategie de politici van die partij geloofwaardig zijn. En dat zou betekenen: vrij van iedere verdenking van corruptie  en zelfverrijking, een bescheiden levensstijl, consequent politiek gedrag en het bestrijden van de dikke salarissen en onkostenvergoedingen die parlementariërs in hun zak steken. Van dit alles is weinig tot niets te merken.
Website van de Congress for Democratic Change
Liberia: nooit een kolonie geweest?

Nu zijn er allerlei argumenten te bedenken waarom links niet –of nauwelijks- een rol speelt. Veel gehoord is de verklaring dat Liberia geen koloniaal verleden heeft, dus nooit strijd heeft moeten voeren tegen een Europese koloniale macht voor onafhankelijkheid. En aangezien die onafhankelijkheidsstrijd in vele andere Afrikaanse landen door links geïnspireerde bevrijdingsbewegingen werd gevoerd, is er in die landen een links politiek spectrum. Of misschien moet ik zeggen was, want de tragiek van de geschiedenis is dat in veel van die landen die bevrijdingsbewegingen veranderd zijn in lang aan het pluche plakkende regeringspartijen, die meer gericht zijn op het behouden van de macht, en alle financiële voordelen van dien, dan het uitvoeren van een links en democratisch program. Een andere verklaring, die je wel van  kritische ‘autochtone’ Liberianen hoort, is dat de in het begin van de 19de eeuw naar Afrika terugkerende ex-slaven uit de VS, in Liberia een land hebben gesticht dat in alles een kopie moest zijn van het land waar ze vandaan kwamen. Deze groep heeft zich in twee eeuwen ontwikkeld tot een machtige elite in Liberia, waarin dat oerconservatieve DNA nog steeds huishoudt. Er wordt dan ook wel geschamperd dat Liberia in feite nu de enige Afrikaanse kolonie is: van de VS.
Een derde factor is dat stammen, religie en een traditionele leiderschapscultuur in veel Afrikaanse landen een veel dominantere factor is in de dynamiek van de samenleving dan politieke ideologie. Politieke partijen weerspiegelen dat, ook in Liberia.

Liberia Labour Congress

Partijen als PvdA, GroenLinks en de SP hebben geen vergelijkbare evenknie in Liberia. Ik heb wel een keer een ‘uithangbord’ van een sociaaldemocratische partij gezien, maar dat is dan ook het enige. De African Greens is een koepel van groene partijen uit dertig Afrikaanse landen, maar Liberia ontbreekt. De Socialist International , waar de PvdA tot mijn verbazing geen lid van is, maar waarnemer, heeft evenmin een Liberiaanse partij onder de leden. En linkse partijen à la de SP zijn, voor zover mij bekend, alleen op Europees niveau georganiseerd; vanuit Liberia zal hier geen verandering in komen.
Een vakbond is er wel:  het Liberia Labour Congress (LCC). Zoals bekend stonden vakbonden aan het eind van de 19de eeuw aan de wieg van socialistische partijen in Europa, dus dat geeft hoop. Het LLC is een kleine vakbond; dat kan ook moeilijk anders, want er is slechts een klein percentage van de beroepsbevolking in loondienst. De meerderheid probeert een karig inkomen te verwerven met straatverkoop. Hoeveel (betalende) leden ze hebben is onbekend. De vakbond heeft het niet makkelijk. Volgens de grondwet mogen ze zich in verkiezingstijd niet roeren; politieagenten en soldaten mogen geen lid zijn.
Ik heb een goed contact met een aantal bestuurders; in ons programma (versterking van de positie van belangengroepen) participeert de LLC ook. De secretaris-generaal pleegt een e-mail te beginnen met ‘Comrade Platvoet’ en eindigt steevast met ‘Solidarity!’. Dat laatste is hard nodig, want solidariteit is een spaarzaam goed in Liberia.


Toch was ik helaas niet op de hoogte van de 1 mei-viering die de LCC afgelopen donderdag hield. Maar de kranten besteedden er veel aandacht aan. Volgens de ‘Daily Observer’ waren er  honderden arbeiders aanwezig. Maak je dat in Nederland nog mee? De belangrijkste toespraak werd gehouden door ‘oppositiepoliticus’ (maar geen parlementariër) van de Movement for Progress Change, Simeon Freeman. Hij pakte flink uit tegen de regering van president Johnson-Sirleaf en maakte aantal rake observaties. Hieronder volgt  een aantal citaten. Het gehele verslag is hier te lezen. Wordt Freeman de verlosser  van Liberia?

We live in difficult times

Opposition Politician, Simeon Freeman, has called on the Liberia Labour Congress to collaborate with well-meaning parties committed to the process of change to work out a peaceful exit for the Ellen Johnson-Sirleaf's led government
"The Labour Congress must collaborate with well-meaning parties committed to the process of change to work out a peaceful exit for this government. We have talked and talked. Our complaints enable further exploitation and consistent exposure to depravation. We must assemble quickly and rewrite Liberia's history through the Congress," Mr. Freeman said while delivering the keynote address at yesterday's observance of World Labour Day.
Mr. Freeman who was the Standard Bearer of the Movement for Progressive Change (MPC) during the 2011 Presidential Election said no ruler or leader of Liberia has exposed Liberia's young women to prostitution, early childbirth, poor educational institutions, poor health institutions and poor infrastructures like this administration.
"We live in very difficult times when people are existing and not living. This country has huge human resources with the degree of transformative capacity that this ruler can never know. The time for change is now and not later. The Liberia Labour Congress, the challenge is yours," Mr. Freeman said.

High economic growth but very poor development

On celebration of Labour Day in Liberia, Mr. Freeman said, "In Liberia, we have been beneficiaries of declarations originating from other countries. Through engagement and negotiations, the Liberian government embraced internationally accepted standards of labour practices, but there is a very interesting twist to these adaptations."
He said Liberia has long been a country of low employment and high underemployment. He further noted that Liberia is a place of high economic growth but very poor development; a place of increasingly prosperous public officials with fat salaries, whose aspirations and dreams are realized while its people are increasingly hopeless; a place where public schools are miserably equipped while public officials' children attend foreign or private schools."
"This is truly a country of huge inequalities; with 83.9% living on less than $1.25 a day - according to UNICEF. This means, hundreds of thousands of Liberians are unemployed and those with some form of employment are underemployed at a time when Liberia enjoys so much international goodwill," he said.
Simeon Freeman
 Nine years of consistent complaining

The MPC political leader it has been nine years of consistent complaining and talking and the more Liberians talk; the more the severity of the people's hopelessness and deprivation; while the governors show less likelihood to change course. "Their prosperity enabled our hopelessness. While we dine with deprivation, they party with prosperity at our expense," Freeman intimated.
He said, "The occurrences in Liberia are a global phenomenon and international workers day arouse out of the reluctance of well-meaning men and women, who give their freedom and lives for their ideals. People who chose death over a life of slavery; people who refused to be intimidated by guns and powerful men; people who recognized that a decent wage and proper working conditions would enable them raised up their children in dignity; people who knew all too well human indignity caused by man's domination of man must be resisted whenever it rears its head".

The refusal of one man to be dominated by another

Turning to what he called outlook and Future, Mr. Freeman said Liberia has become a Wild-Wild West, a gangster's paradise and a looter's haven.
"Only those with access to state resources benefit. Those that are without are damned. When it is your time, get, grab, hire your family or children; attract international attention, mortgage national resources, pay lip service to press freedom, economically suppress and deprive your people, expose them to limited education, provide poor health facilities, spend more on security and dare people to revolt against your style of governance," Freeman noted.
"Those who have studied history or been an avid observer of the events of history know all too well that man will always dare to dominate man. It is not the domination of one man by another that is the issue; but the refusal of one man to be dominated by another; the unwillingness of one man or a group of persons to be subjected to slavery and economic deprivation and the reluctance of a people to live in hopelessness want and poor sanitary conditions," he said.