Posts tonen met het label Onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderwijs. Alle posts tonen

zaterdag 25 januari 2020

Werken aan een eerlijke politiek


Het was een mooie leerschool voor dertig ambitieuze leden van de vijf grootste politieke partijen in het West-Afrikaanse Liberia. De straat op gaan met een vragenlijst. Over corruptie, de kwaliteit van het onderwijs en van de gezondheidszorg. En dan vragen aan voorbijgangers wat ze ervan vonden. Dat leverde soms verrassende antwoorden op. En vaak ook niet. Dat de meeste mensen denken dat corruptie praktisch nooit wordt aangepakt en bestraft, is niet zo verwonderlijk in een land waar de politie en het rechtssysteem als de meest corrupte overheidssectoren worden gerekend. Of dat de meeste mensen in het geval van nood moeten lopen naar een ziekenhuis. En dat de kwaliteit van de leraren niet hoog wordt aangeschreven. Dat is allemaal niet zo verwonderlijk in dit land , waar 64 % onder de armoedegrens leeft, het gemiddelde inkomen per inwoner €2 per dag is en 40% analfabeet is, zoals cijfers van de Verenigde Naties laten zien. Verrassend was dat de meeste mensen toch nog steeds van de regering verwachten dat zij de problemen oplossen.


Luchtfietserij

Dat is verrassend en hoopgevend. Verrassend omdat je zou denken dat na tientallen jaren van wanbeleid, burgeroorlog, ebola en corruptie mensen de hoop opgeven dat de politiek er nog -in positieve zin-  toe doet. Dat zij blijkbaar vinden dat ‘de politiek’ er een puinhoop van heeft gemaakt, maar tegelijkertijd dat ‘de politiek’ erin zou moeten slagen om het tij te keren. Een soort politieke Houdini-act. En dat is dan ook hoopgevend. Althans voor die mensen die erin blijven geloven dat uiteindelijk de democratie, de mensenrechten en de rechtstaat moeten overwinnen.
De geloofwaardigheid terugbrengen in de politiek was het – ongeschreven- thema van een tweedaagse training die ik -mede- gaf aan dertig ambitieuze, gemotiveerde partijleden in Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Op het programma stonden zaken als hoe kun je een politiek ontwikkelen die aansluit bij de behoeften van de bevolking, hoe pak je dat dan aan, waar vind je de argumenten en cijfers om je voorstellen te onderbouwen en wat heb je nodig om dat ook gerealiseerd te krijgen. Het gevaar bij zo’n aanpak is dat de luchtfietserij tot grote hoogte kan stijgen. Wat in werkelijkheid ook volop gebeurt. De beloften die de in 2017 gekozen president George Weah -en zijn Coalition for Democratic Change – waren zo torenhoog, dat je daarna alleen maar diep kunt vallen. En dat is precies wat er nu gebeurt.
En dus vlochten wij een dikke rode draad door deze training: wees ervan bewust dat uiteindelijk de kiezers de jury zijn van je politieke daden. Koester je idealen, werk aan concrete voorstellen en veranderingen, maar begrijp dat als je luchtkastelen belooft de kiezers je zullen afrekenen.

Leuk bericht uit Tanzania
Hoogdravende woorden

Nogal hoogdravende woorden die we verpakten in discussies, voorbeelden en praktische oefeningen, waarvan de straat op gaan er dus een van was. Gewapend met een vragenlijst die ze in hun eigen partijgroep hadden opgesteld. Gebaseerd op een aanname dat corruptie, gezondheidszorg en onderwijs dé grote problemen zijn waar mensen mee kampen. Maar dat zou natuurlijk wel eens heel anders kunnen uitpakken. De komende weken gaan de deelnemers, uiteraard opgesplitst in partijgroepjes, dat ondervinden als ze in de verschillende districten van Monrovia gaan uitzoeken wat de problemen zijn. Wat de mensen ‘in de wijken’ daar zelf over zeggen, wat voor oplossingen zij hebben en hoe er samengewerkt kan worden om samen een vuist te maken. En hoe uiteindelijk de parlementariërs van hun eigen partijen er echt werk van gaan maken. Uiteraard kun je dan niet om de belabberde economische situatie heen. Een praktisch lege staatskas en een inflatie van rond de 30% in 2019. Maar dan nog kunnen – en moeten - er keuzen gemaakt worden, die op een eerlijke manier uitgelegd moeten worden. Maar daarover een volgend blog.


    

zondag 28 oktober 2018

Het zoet en zuur van de politiek

Ik ben, opnieuw, voor twee weken terug in Liberia voor een training van activisten van de vijf grootste politieke partijen. Dit in het kader van het programma van NDI in Liberia om partijen beter (lees: democratischer, minder persoonsgebonden, effectiever) te laten functioneren. (Zie mijn blog van 30 juni jl.)

Deze week werden partisans getraind die actief zijn in de vrouwen- en jongerengroepen van deze partijen. Het was de eerste driedaagse training: in januari en april 2019 zullen nog twee ‘modules’ van drie dagen elk volgen. Ik hield drie presentaties, met opdrachten, over het nut en belang van politieke partijen, het vormen van coalities in een meerpartijenstelsel (wat Liberia heeft) en hoe je na verkiezingen de resultaten moet analyseren, om daar vervolgens van te leren. Collega trainers richtten zich op campagne voeren en leiderschap.
Het waren pittige dagen. De deelnemers, zoals gebruikelijk in Liberia, namen de zaken serieus zonder een blad voor de mond te geven, met af en toe felle discussies, die uiteindelijk altijd met humor werden afgesloten.


 Loze beloften

Politieke partijen zijn zwak in Liberia. Alles is politiek, maar sterk persoonsgebonden. De partijleider is de baas. Een programma, als het er al is, speelt nauwelijks een rol. Ledendemocratie bestaat er niet echt, omdat een goede administratie vaak ontbreekt en er, mede daardoor, nauwelijks betalende leden zijn. Dit alles neemt niet weg dat politieke partijen toegewijde leden hebben, die graag willen leren.
Er werd over van alles gediscussieerd. Moet een partijleider alleenheerser zijn (nee was de heersende mening). Over de noodzaak om in een verkiezingscampagne meer met politieke standpunten en concrete, betaalbare voorstellen te werken, in plaats van loze beloften en geschenken of geld uit te delen. Veel discussie ook over hoe belangrijk het is om als partij voortdurend actief te zijn in de communities om te weten wat er leeft en daar dan als partij of volksvertegenwoordiger iets mee te doen.

Een kandidaat voert campagne, oktober 2017
Zoet en zuur

De parlements- en presidentsverkiezingen zijn een jaar geleden, en staan nog vers in het geheugen gegrift. De regerende Unity Party werd na 12 jaar regeren, afgelost door de Coalition for Democratic Change (CDC), die nu de president (George Weah) levert. Beide partijen waren vertegenwoordigd en het zoet van de een en het zuur van de ander sijpelden regelmatig door de discussies heen. Liberia heeft een presidentieel systeem, zoals de VS, maar noch in de senaat, noch in het Huis van Afgevaardigden, heeft de CDC een meerderheid. Er zijn in het Huis maar liefst 12 partijen vertegenwoordigd. Coalities zijn dus noodzakelijk, en die worden op dit moment ook gesmeed. Liberia heeft een districtensysteem, waarbij de winnende kandidaat de zetel pakt. Soms met maar 15% van de stemmen. Ik kreeg de discussie over het weinig democratische gehalte van zo’n districtenstelsel aardig op stoom met het laten zien van het resultaat van de laatste verkiezingen: de 73 gekozen Kamerleden vertegenwoordigen slechts 33% van de opgekomen kiezers (overigens bij een goede opkomst van 75%). Geen wonder dat het vertrouwen van kiezers in het Huis niet hoog is: 33 Kamerleden wilden graag verder, maar werden niet herkozen. Verder neemt het aantal partijloze, gekozen Kamerleden toe: van 7 in 2005, 9 om 2011 naar 12 in 2017. Kortom: genoeg stof om over na te denken, zo hield ik de deelnemers voor, en daar bij de komende evaluatie van de Kieswet rekening mee te houden. 



Orange Knowledge Programme

Ik viel met mijn neus in de boter, want de Nederlandse ambassadeur voor Liberia, die overigens in Ghana zetelt, was deze week in Liberia vanwege het Orange Knowledge Programme. Waarom dat oranje toch overal bijgesleept wordt, weiger ik als republikein te weten, maar verder is het (Dutch!) Knowledge Programme wel sympathiek. Het beoogt o.a. voor professionals in een aantal ontwikkelingslanden, waaronder Liberia, een vervolgopleiding bij een Nederlandse universiteit te financieren. Weer terug in hun eigen land kunnen zij dan beter toegerust bijdragen aan een ‘duurzame en inclusieve ontwikkeling’ van hun land, zoals het enigszins ronkend op de website van het Nuffic staat. Het Nuffic voert het programma uit, waar minister Kaag onlangs nog een extra 10,1 miljoen euro aan heeft toegevoegd.
Ik kon vanwege de training helaas niet aanwezig zijn bij de lancering van het programma in de Universiteit van Liberia, maar ’s avonds was er een cocktail party voor de kleine Nederlandse kolonie in Liberia. De ambassadeur, Ron Strikker, gaf nog een korte toelichting op het programma. En daarna was het een gezellig samenzijn. Strikker lijkt me een prima vent op deze plek van de aardbol. Hij vond de juiste woorden en toon om de, overigens bescheiden, bijdrage van Nederland een goede plek te geven. Het is overigens voor het eerst sinds lange tijd dat Nederland iets aan ontwikkelingshulp doet in Liberia. En dat is mede het gevolg van de ebola, en het bezoek dat minister Ploumen daarna aan het land bracht. Zie daarvoor mijn blog van 11 juli 2015.


Weah schaft collegegeld af

Overigens lanceerde  president Weah deze week ook een onderwijsinitiatief: hij kondigde aan dat de collegegelden voor de vier openbare universiteiten worden afgeschaft. Hij haalde daarmee de internationale, Afrikaanse pers. Er waren al studentendemonstraties geweest, die hem herinnerden aan zijn verkiezingsbelofte, en vrij onverwacht loste hij die deze week in. Overigens komt er van alle kanten weer kritiek hierop, want de kwaliteit van het onderwijs is allerbelabberdst, en daar helpt deze maatregel geen sier bij. Voor arme Liberianen, en dat is de grote meerderheid, zijn de lagere- en middelbare openbare scholen, die formeel gratis zijn, maar ook geld vragen, eveneens moeilijk te betalen.
Weah kan wel een steuntje in de rug gebruiken, want de laatste maanden is hij steeds meer onder vuur komen te liggen. Zo wordt hij al weken achtervolgd met het 16 miljard Liberiaanse dollar schandaal. Met de huidige koers is dat ruim 100 miljoen Amerikaanse dollar. Zijn voorganger, Johnson-Sirleaf, had aan het eind van haar regeerperiode de Bank van Liberia opgedragen deze enorme hoeveelheid bankbiljetten te drukken. Niemand weet wat er sindsdien met het geld is gebeurd. De wildste beschuldigingen doen de ronde, maar niemand weet het fijne. Johnson-Sirleaf, inmiddels 80 jaar oud, zegt het vergeten te zijn. De oppositie, die een meerderheid heeft in het Huis van Afgevaardigden, wil de FBI inschakelen. Weah zou overwegen de minister van financiën te ontslaan, maar dat is (nog) niet gebeurd. De ontknoping van dit alles laat nog, wellicht eeuwig, op zich wachten.
Dit weekend heeft Weah in het ver van de hoofdstad Monrovia gelegen Ganta zijn Pro-Poor Agenda for Development and Prosperity (PADP) gelanceerd. Hij doet hiermee opnieuw een verkiezingsbelofte gestand. Over hoe die Agenda er uit gaat zien, kan ik wellicht volgende week bloggen.



zaterdag 2 april 2016

Minister onder druk en parlementariërs met de billen bloot

De afgelopen week gebeurde er van alles in Liberia. De eerste Ebola-dode sinds een paar maanden moest helaas worden genoteerd. In Monrovia, de hoofdstad. Het bevestigt wat velen vreesden: het is erg moeilijk om de heftige Ebola-uitbraak van 2014/2015 voor 100% uit te roeien.

Onderwijsminister onder druk

Het plan van de minister van Onderwijs, Werner, om, weliswaar als pilot, 50 openbare lagere scholen in het land in handen te geven van Bridge International Academies, deed zeer veel stof opwaaien. Boze vakbond van leraren, een scherpe afkeurende reactie vanuit de Verenigde Naties, politieke partijen, kranten (‘Stupid Guy’ Werner) en radioprogramma’s: van alle kanten werd de minister aangevallen. Hij zou het openbare onderwijs, een publieke taak bij uitstek, privatiseren, leraren zouden met tablets uitgerust kinderen les moeten geven wat een te hoog gegrepen technologische sprong zou zijn, ouders zouden 6 dollar per maand moeten gaan betalen enz. 

Werner wordt ingezworen als minister (foto: FrontPage Africa)
De minister verdedigde zich door dit alles te ontkennen: de scholen bleven gratis (wat ze feitelijk nu ook niet zijn), Bridge zou onder de controle van de, overigens nauwelijks bestaande, onderwijsinspectie vallen en het was toch tenslotte maar een pilot. Het is een duivels dilemma. Het onderwijs, en dat wordt alom erkend, is van een erbarmelijke kwaliteit. Om het ‘van binnenuit’ te veranderen vereist een hercules-inspanning. Grootste struikelblok is de kwaliteit en mentaliteit van de leraren, Laagbetaald, ongeschoold, corrupt en liefdeloos voor het vak. Uiteraard geldt dat niet voor allemaal, maar wel voor een zeer groot deel. Het ministerie beklemtoont dat er van privatisering geen sprake is en dat de overheid de kwaliteitsbewaking van de Bridge-interventies ter hand zal nemen. Maar aangezien die kwaliteitsbewaking nu ook al bedroevend is, begrijpt niemand, hoe dat zou moeten gebeuren.

Omweg via Boston

En uiteraard is er een groot gebrek aan geld. De pilot aanpak van Bridge zou voor het eerste schooljaar 2016/2017, inclusief aanloop, 11,7 miljoen dollar gaan kosten. Zo’n 10,3 miljoen dollar daarvan gaat naar Bridge (een multinational uit Boston die in onderwijs ‘doet’) voor een groot scala van te verlenen diensten. Geld dat van donoren moet komen, maar dat volgens de criticasters beter rechtstreeks in het onderwijs gestoken kan worden, in plaats via een omweg in Boston, waardoor veel geld weglekt. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd.
In Kenia en Uganda is Bridge al enkele jaren actief. De resultaten zijn bemoedigend, maar er zijn ook twijfels over de aanpak, zoals uit dit artikel van de Engelse Independent blijkt. Of dit artikel uit de Mail Guardian Africa.

Website van Bridge International Academies
Gereedschapskist voor activisten

Er zijn ook goede zaken te melden. Zo produceerde NDI een ‘Step-down Toolkit on Legislative Engagement’. Een mondvol. Het is een handboek waarmee actieve belangen- en burgergroepen zich zelf kunnen trainen om beter onderlegd, met goede actiemiddelen en effectieve strategieën, voor hun zaak kunnen opkomen. Hoe ze parlementariërs onder druk kunnen zetten, de media kunnen gebruiken, een campagne moeten opzetten, buurtbewoners en dorpelingen kunnen organiseren enz. Het handboek is een neerslag van drie jaar NDI-activiteiten op het snijpunt van binnen- en buitenparlementaire actie, waarmee activisten aan de slag kunnen. De gereedschapskist heeft ook een digitaal ‘opbergvak’. Op een CD en USB stick zijn zo’n 70 ‘resource materials’ verzameld: video’s, powerpoint presentaties, werkboeken en allerhande andere les- en actiematerialen, uit alle hoeken van de wereld, die als stimulans en voorbeeld gebruikt kunnen worden. We organiseren de komende maand nog een viertal ‘train de trainers’ bijeenkomsten, waar we in totaal 100 mensen trainen die vervolgens in hun eigen dorp of actiegroep aan de gang gaan het geleerde in praktijk te brengen. Het handboek, met de ruim 70 hulpvaardige bijlagen is ook te vinden op de website van NDI.


Parlementariërs met de billen bloot

Positief is ook dat de ‘parliamentary monitoring’ organisatie IREDD die NDI ondersteunt en adviseert, haar rapport over 2014 heeft uitgebracht, ernstig verlaat door de Ebolacrisis van vorig jaar. Daarin wordt gerapporteerd wat de parlementariërs zoals hebben uitgespookt. Hoe vaak verschijnen ze op hun werk, doen ze in vergaderingen van het parlement hun mond open, dienen ze wetsvoorstellen in, stellen ze kritische vragen aan ministers enz. In Liberia houden de parlementariërs het liefst verborgen wat ze voor hun riante salarissen aan prestaties leveren. Maar nu gaan ze met de billen bloot. Het openbaar maken van hun activiteiten draagt bij aan de broodnodige transparantie, informeert kiezers over wat er met hun stem gebeurt én kan hen helpen met het uitbrengen bij een volgende stem. Het rapport over 2014 werd op een goed bezochte persconferentie gepresteerd, waarna het veel publiciteit genereerde. Het rapport over 2015 volgt volgende week. Wat naar verwachting een nog grotere publicitaire en politieke klap zal opleveren is de lancering van de ‘Liberian Lawmakers Watch’ website, eind april, waarop alle verzamelde informatie over de parlementariërs op toegankelijke wijze wordt gepresenteerd. Op dit moment werk ik hard met stafleden van IREDD om de website af te krijgen. De bèta-versie is al in de lucht, maar nog ‘under construction’. Het 2014 rapport, dat uiteraard verwerkt is in de digitale ‘scorecards’ van de individuele parlementariërs, is ook integraal op de website te vinden.



zaterdag 19 maart 2016

Flipperende dolfijnen en een strijdvaardige oma

Dit wordt ‘Bericht uit Liberia’ nummer 127. Verreweg de meeste berichten gingen over serieuze zaken. Over corruptie, slecht onderwijs, dolende parlementariërs en een in het buitenland zwaar overschatte president. Over Charles Taylor, Ebola en onopgeloste politieke (?) moorden. Maar ook over allerhande activiteiten die de juiste ontwikkeling op gang moeten brengen. Actiegroepen ondersteunen om de autoriteiten onder druk te zetten eindelijk eens te ‘leveren’, samenwerken met goedwillende politici om hun rol als volksvertegenwoordiger geloofwaardiger te vervullen, het basisonderwijs in Monrovia proberen op te krikken door kinderen, vaak voor het eerst in hun leven, van een boekje, wereldkaart of woordspelletje laten genieten.


Luchtige zaken

Af en toe ging het blog ook over luchtigere zaken. Een country and western band die een live concert gaf in de populaire (en enige) strandtent in Monrovia, Golden Beach, het eerste Kriterion Filmfestival en driedaagse autotochten over rode zandwegen diep het binnenland in.  Soms een uitstapje naar het verre Nederland: gebeurtenissen die, afgezet tegen wat zich zoal voordoet in Liberia, tot de categorie luchtige zaken gerekend moeten worden. Zoals strubbelingen in GroenLinks (affaire Sap) of verkiezingen. Wat ik nadrukkelijk daar niet toe reken is… Feyenoord. Sinds ik via een schotelantenne FoxSport Afrika kan ontvangen, heb ik de laatste maanden alle wedstrijden van mijn club, voorzien van Portugees commentaar, kunnen zien. Al die verschrikkelijke, zeven nederlagen op rij, heb ik lijdzaam moeten ondergaan. Ja, ik ken het cliché, Feyenoord-supporter ben je niet voor je plezier, maar dit clubrecord had nooit gevestigd mogen worden. Aanvankelijk had het magisch denken in mij postgevat dat de schotelantenne in combinatie met dat zo fraai uitgesproken Portugese commentaar, de reden van de misère was, maar zie: ineens begon de zegetocht die nu al vier wedstrijden duurt!


Captain Paul

Maar af en toe heeft ook Liberia zo zijn lichtvoetigheden. Een paar weken geleden hebben we met vier vrienden (een bont gezelschap van twee Nepalezen, een Amerikaan, Pakistaanse en twee Nederlanders) een boottocht met captain Paul op de oceaan gemaakt om dolfijnen te zien en wellicht een visje te vangen. Captain Paul is een Amerikaan die in de regentijd in de VS woont, maar in de droge tijd vanuit Monrovia boottochten op de Atlantische Oceaan aanbiedt. Het was het leukste wat we in Liberia hebben meegemaakt. Alleen het begin was al vertederend. Paul heeft een boothuis, annex kantoor, met steiger aan de St. Paul’s River, die in de oceaan uitmondt. Er hing een superrelaxed hippiesfeer met wat oude banken, oudere jongeren in kleurige T-shirts, en netten knopende Liberianen. Met zijn vrij snelle motorboot, begeleid door Beach Boys en Creedence Clearwater Revival, voeren we een uur of vijf op de oceaan. Zon, helblauwe lucht en een rustige zee. 


Flipperende dolfijnen

Dolfijnen worden uiteraard niet van tevoren gegarandeerd. Het is geen Harderwijk. Maar na ruim twee uur varen zagen we in de verte witte, verspreide golfjes die volgens het kennersoog van Paul op een school dolfijnen duidden. En inderdaad, na nog een half uur voeren we tussen de tientallen snel zwemmende dolfijnen die er plezier in schepten om rakelings langs de boeg van de boot op en neer te flipperen. En dat herhaalde zich een paar maal. Intussen hadden Paul en zijn Griekse scheepsmaat vier geavanceerde hengels uitgeworpen. De laatste keer dat ik gevist heb moet in 1968 of zo geweest zijn met een bamboehengeltje in de trekvaart, tussen Naarden en Muiderberg, overigens zonder ooit iets te vangen. Ik bleef dus op gepaste afstand kijken hoe mijn vrienden en het  Grieks-Amerikaanse duo een ‘coalition of the willing’ vormden en  enorme, ook bloedige gevechten moesten leveren om twee geelvin tonijnen van ieder rond de 30 kg aan boord te hijsen. Na met zijn allen nog even een duik in de oceaan te hebben genomen, voeren we terug naar het belegen hippieoord, waar behendige Liberianen de beide vissen schoonmaakten. Met zo’n 30 kilo verse vis gingen we naar huis. Acht kilo leverden we af bij de wel zeer aardige Vietnamese eigenaar van Golden Beach, waarvoor we in ruil een paar dagen later heerlijk Vietnamees hebben gegeten. 
(Een week na dit plezierige uitje verongelukte de Liberiaanse schoonzoon van Paul in de donkere, tropische nacht. Hij reed met zijn auto tegen een stilstaande, onverlichte vrachtauto aan. Wie op zijn Facebookpagina  Pirates of the Liberian Sea bekijkt ziet zijn verdrietige mededeling. Als je naar beneden scrolt op zijn Facebook, vind je op 28 februari een tragi-komische time laps van onze visvangst.)  


Oma warrior

Een week later gingen we, met dezelfde Nepalese vrienden, met Sam naar zijn ‘boerderij’, zo’n 80 km landinwaarts, midden in een tropisch regenwoud. Sam is een van de vier chauffeurs die NDI in Liberia heeft. Hij had me al een paar keer over zijn boerderij verteld, en die wilden we weleens zien. Onderweg vertelde hij dat het stuk oerwoud, want dat bleek het te zijn, al zes generaties in bezit is van zijn familie. Zijn over-over-over grootmoeder was een ‘warrior’ in het grensgebied met Guinea. Om de vrede ‘af te kopen’ kreeg zij, net al vele anderen, een stuk grond om te bebouwen. (In dat grensgebied is vroeger menig stammenstrijd gevoerd. De in Nederland woonachtige Liberiaanse schrijver Vamba Sherif heeft daar onlangs de prachtige roman ‘De zwarte Napoleon’ over geschreven – Uitgeverij de Geus.)


‘Big man’ Sam

De boerderij lag bij een dorpje, waar we stopten. Sam was hier de ‘big man’ uit de grote stad, die zakken rijst mee nam om de paar ‘managers’ die voor hem werkte, te betalen. Het dorp bestond uit een twintigtal vrij nieuwe, lemen huisjes. Tijdens de burgeroorlog was alles vernield, vandaar. We bezochten het dorpsschooltje. Drie klassen voor 175 kinderen uit de omtrek. De onderwijzer, tevens de ‘pastor’, vertelde ons over zijn moeizame strijd. De kinderen moesten hun eigen stoel meenemen en er was een waterput in aanbouw. In de kale lokaaltjes was wel een schoolbord, waar leerstof stond opgeschreven, die de kinderen uit het hoofd moesten leren. Eén stond volgeschreven met rekensommen, één met staatsinrichting en de derde met een verhaaltje dat als moraal had dat meisjes naar school moeten en niet thuisgehouden moeten worden om water te halen en andere huishoudelijke klussen te doen. Dit type kinderarbeid is een hardnekkig verschijnsel in Liberia.

Staatsinrichting...
Vrouw aangeboden

Daarna togen we in een optochtje (er hadden zich inmiddels een tiental dorpelingen bij ons aangesloten) naar Sam zijn ‘boerderij’, die we na 10 minuten bereikten. Een stuk oerwoud met een klein perceeltje jonge rubberbomen. Sam is van plan ananassen en cassave te planten, maar dat is er nog niet van gekomen. Zijn twee personeelsleden waren in een kuil aan het werk om zand af te graven dat werd gebruikt om lemen ‘bak’stenen van te maken, die hij kon verkopen.  Als opslag was er een houten schuur, waar Sam soms overnachtte. Hier verorberden we de uit Monrovia meegebrachte lunch.  Daarna liepen we terug naar het dorp, waar een vrouw, dronken of stoned, zich aanbood om als mijn echtgenoot verder door het leven te gaan. Ik moest haar teleurstellen. Ik heb al een vrouw.

Sam in gesprek met zijn manager
Houtskool

We bezochten ook nog een zwartgeblakerd veldje waar de houtvoorraad werd verbrand om daar vervolgens houtskool van te maken. Houtskool is nog steeds dé brandstof in de Liberiaanse keukens.  Op alle uitvalswegen van Monrovia, tot ver landinwaarts, wordt houtskool in grote, grijze zakken te koop aangeboden. Sam betaalde de familie die de houtskool verwerkte met een stapel Liberiaanse dollars. Het veld is niet van hem, maar hij koopt de houtskool op, en vervoert het naar Monrovia, om het in de stad te verkopen.

Stilstaand leven

Op de terugweg praatten we na over wat we gezien hebben. Waarom in zo’n dorpje, net als al die vele andere honderden dorpen die in het binnenland verspreid liggen, het leven lijkt stil te staan. Mensen wonen en leven er op dezelfde wijze als 100 of 200 jaar geleden. Sam vertelt dat er weinig gemeenschapszin is. Als een dorpeling een veldje bebouwt, komen de anderen vragen of ze mee kunnen eten van de oogst. Als je goed kijkt in zo’n dorp valt op dat er jonge kinderen en oudere mensen zijn. De groep tussen 18 en 35 jaar is praktisch afwezig. Die trekken naar de grote stad in de hoop op een beter leven. Als ze een baan vinden druppelt er wat geld door naar achtergebleven familie in het dorp. Sommige noemen het een pastoraal leven, maar het is bittere armoe. Niet voor niets staat Liberia op de 150ste plaats (van de 157 landen) op de deze week verschenen ‘World Hapiness Index’ van de Verenigde Naties.


zondag 5 juli 2015

Ebola is terug en anders nieuws van deze week uit Liberia

(Van onze correspondent te Monrovia)

De Ebola is terug

Liberia is niet meer Ebola vrij. Er was verleden week een dode te betreuren en er zijn twee besmettingen. Het gaat om een drietal jonge mannen die samen hondenvlees zouden hebben gegeten. Volgens sommige berichten zou het zelfs om vlees van een opgegraven hondenlijk gaan. Het nieuws is een kleine week onder de pet gehouden. Uiteraard zijn de contacten van de drie nagespeurd: het zou om ca 135 mensen gaan. De traditionele genezer, waar de Ebola-patiënt die overleden is, zijn heil bij heeft gezocht, is voortvluchtig. Tot zover de bekende ‘feiten’ hoewel het altijd riskant is om in Liberia over feiten te spreken die je niet met eigen ogen heb aanschouwd. Het is een zware tegenvaller voor het land dat, anders dan de buurlanden Guinee en Sierra Leone, Ebola-vrij was, omdat het na een valse start met veel internationale hulp de zaak goed op de rails had gekregen. De Ebola Treatment Units zijn bijna allemaal ontmanteld en de internationale gezondheidswerkers naar huis. Toen de Ebola-dode bekend werd,  togen hun Liberiaanse collega’s naar het ministerie van volksgezondheid om hun achterstallige salarissen op te eisen. Kortom, de spanningen zijn niet van de lucht.


Winst voor de negende straat

De negende straat heeft het voetbaltoernooi gewonnen, dat afgelopen weekend is georganiseerd in de achtertuin van George Weah. De voetballegende heeft een huis schuin tegenover ons, waar hij overigens zelden is, en achter zijn huis is een voetbalveldje waar vaak op wordt gevoetbald. Deze keer dus een toernooi van elftallen uit de buurt, die met zes tegen zes in zand en modder tegen elkaar hartstochtelijk speelden. De finale werd door zeker honderd buurtbewoners bijgewoond en de hoofdprijs was een echte beker. Als enige witten werden we vriendelijk doch dringend gevraagd met de winnaars op de foto te gaan en de organisator vroeg of wij konden helpen bij het vinden van een sponsor. Daarbij gaat het niet zozeer om geld, maar om spullen: shirtjes, broeken, schoenen en ballen. Suggesties zijn welkom! (Ik zou graag een team in een Feyenoord-shirt steken, maar ik verwacht uit Rotterdam daar weinig medewerking van, nadat ik vorig jaar de documentaire op het IDFA zag over Leonardo, de Braziliaan die op jonge leeftijd naar Rotterdam kwam in een… Ajax-shirt omdat Feyenoord weigerde het op dat moment voor hen onbekende talent een Feyenoord-shirt te geven!)


Verplichte zomervakantie leidt tot grote woede

Afgelopen donderdag vond er een demonstratie plaats van boze onderwijzers, boze ouders en boze leerlingen. De president had namelijk besloten, daarbij gesteund door de kersverse minister van onderwijs, om de scholen vanaf eind juli tot begin september zes weken te sluiten. Op zich is dat ook de normale vakantieperiode, maar omdat tijdens de Ebola-uitbraak de scholen maandenlang dicht waren, was aanvankelijk besloten om deze keer geen zomervakantie te houden, om zo de achterstand in te lopen. Dat besluit is dus weer terug gedraaid, waarbij tevens werd bepaald  dat alle leerlingen automatisch overgaan naar het volgende jaar behalve twee jaargangen.  Een dergelijke ondoorgrondelijke besluitvorming is typerend voor Liberia. Omdat daarmee de, veelal straatarme, ouders van de verplichte zittenblijvers twee keer schoolgeld voor hetzelfde jaar moeten betalen, ontstond er grote woede. Ook in Het van Afgevaardigden, waar een grote meerderheid de protesten steunde en via een motie de president sommeerde voor de plenaire vergadering te verschijnen om verantwoording af te leggen. Iets wat zelden voorkomt; en dat wil de president zo houden, want ze maakt tot nu toe weinig aanstalten. Tijdens de demonstratie, die voor haar kantoor plaats vond, kwam ze naar buiten en nodigde de leiders van de demonstratie uit om met haar binnen de zaak te bespreken. Daarmee lijkt de kous af, maar dat weten we volgende week pas zeker, als het Huis zich daarbij neer zou leggen.


Amerikaans bezoek in Monrovia

Deze week bezocht een delegatie van het Amerikaanse House of Representatives Liberia. Het ging om stafleden van parlementariërs, die lid zijn van de commissie die zich inzet voor het House Democracy Partnership (HDP). Dit partnership beoogt banden te versterken tussen het Amerikaanse House en parlementen van een aantal ontwikkelingslanden, vooral door het organiseren van trainingen voor parlementariërs en stafleden. Zoals voorzitters van parlementscommissies die in Washington zien hoe dat daar werkt of stafleden die leren hoe je een hoorzitting organiseert. Maar soms ook anderszins, zoals in Liberia, waar het Amerikaanse congres de inrichting van de bibliotheek van het parlement heeft verzorgd.  Omdat het HDP tien jaar bestaat, kwam er een delegatie langs om te evalueren: wat hebben die trainingen opgeleverd, hoe gaat het met de bibliotheek en wat is er nodig en mogelijk voor de toekomst. Omdat NDI betrokken is bij dit HDP, was het bezoek door NDI georganiseerd, en waren wij twee dagen met de delegatie op stap. Er werd met stafleden en parlementariërs gesproken die deelgenomen hadden aan die werkbezoeken en trainingen, die veelal in Washington, maar soms ook in een Afrikaanse hoofdstad plaats vonden. Er was een lunch -met discussie – met vrouwelijke parlementariërs en vrouwenorganisaties. En een bezoek aan een wijk in Monrovia waar tijdens de Ebola-crisis een kamerlid bijzonder actief was geweest, die daar hartstochtelijk over vertelde. De delegatie ging met veel verschillende indrukken het vliegtuig in, maar de overheersende was dat er nog heel veel moet gebeuren om van het Liberiaanse parlement een ware volksvertegenwoordiging te maken die onkreukbaar met een scherp oog voor de grote noden in het land zijn wetgevende en controlerende taak waar maakt.


zaterdag 23 mei 2015

Rake rapportages, goede voornemens en concrete maatregelen

De afgelopen twee weken ben ik op pad geweest naar het verre zuidoosten van Liberia: Barclayville, Harper en Fish Town, de hoofddorpen van de counties (provincies) Grand Kru, Maryland en River Gee. Met mijn collega’s Varney, Romeo en Mardia over (grotendeels) onverharde wegen via Ganta en Zewdru (zie kaartje rechts op de pagina). Van Monrovia naar Harper is zo’n 750 km, en daar doe je dan een kleine drie dagen over.

Varney en Romeo
Het is voor de derde keer dat ik deze reis maak en het blijft boeiend om door dat eindeloze tropische regenwoud  te rijden over een met rood gruis bedekte weg. Zo om de vijf tot tien minuten kom je een auto of motorrijder tegen. Om de tien/vijftien kilometer is er wel een dorpje langs de weg  met wat schamele hutten. Vaak wordt er door dorpsbewoners wat te koop aangeboden: fruit (ananas, bananen, mango’s), groenten (komkommer, cassave) en benzine in allerlei maten flessen en glazen potten. Je komt langs rubberboomplantages, een ijzerwingebied en aangeplante palmbomen waar de bekende olie uit wordt gewonnen. Elk dorp heeft wel tien borden waarop NGO’s meedelen wat ze hebben achtergelaten: een school, een waterput, een toiletgebouwtje, dan wel met opgewekte leuzen de dorpsbewoners oproepen een boek te lezen, op vrouwen te stemmen, handen te wassen en de Ebola te stoppen. Af en toe een verlaten autowrak dat er aan herinnert dat de wegenwacht een onbekend fenomeen is.



Een miljoen dollar per kilometer

Het eerste deel van de route, tussen Monrovia en Ganta is verhard. Toen ik deze 180  km lange weg in 2012 voor de eerste keer aflegde, was het een verschrikkelijk slechte weg met om de haverklap diepe gaten en weggeslagen asfalt, zodat het rijden een permanente, zeer hobbelige slalom was. Inmiddels is de weg voor een groot deel bedekt met  glad asfalt dank zij het tienjarige  Liberia Road Asset Management Project van de Wereld Bank. De totale lengte Monrovia-Ganta-Yekepa (grens met Guinea)  is 335 km, waarvan 250 km opnieuw wordt geasfalteerd. Het budget is 250  miljoen dollar, waarvan de Wereld Bank 175 miljoen dollar op tafel legt, de rest is extern gefinancierd, maar hoe precies is me onduidelijk, hoewel de website van de Wereld Bank over dit project veel informatie geeft. (Volgens Wikipedia financiert de EU dit project ook.) Veel mensen die de weg rijden, denken dat het een door de Chinezen betaalde vorm van ontwikkelingshulp is, want al het oranje gekleurde materieel (vrachtwagens, walsen) is van een Chinees bedrijf. De opzichters en landmeters komen eveneens uit China. Het project is echter, zoals het hoort, door de Wereld Bank via een open procedure aanbesteed. Verschillende bedrijven uit Portugal, Turkije, Liberia, Senegal en twee uit China toonden belangstelling; de China Chongqing International Construction Corporation (CICO) kreeg de opdracht.


 Weten waar je het over hebt

Als je echter in Ganta afslaat richting Tapeta, Zwedru en Harper, is de 500 km lange route die voor je ligt uitsluitend onverhard. En daar lagen onze bestemmingen. In Barclayville (Grand Kru county), Harper (Maryland county) en Fish Town (River Gee county) gaven we  een tweedaagse training aan de twaalf leden van de Citizen Observatory, die in elk van deze provincies actief is. Deze Citizen Observatories zijn een initiatief van SEWODA (South Eastern Women Development Association) één van de civil society organizations, waar NDI nauw mee samenwerkt. Wij ondersteunen, trainen en 
subsidiëren hen, zodat ze  beter voor  hun zaak kunnen opkomen, ontwikkelen met hen manieren om meer bewoners van dorpen in hun regio hierbij te betrekken en hoe ze het beste parlementariërs kunnen benaderen en beïnvloeden, zodat deze goedbetaalde honorabels initiatieven nemen om de levensomstandigheden van de Liberianen te verbeteren. Want dat is hard nodig.

Mardia
Actievoeren voor ‘de goede zaak’ begint met weten waar je het over hebt. Inzicht in de problemen die je aan wilt pakken, met voorstellen komen hoe het beter kan, dat op een aansprekende manier verwoorden, veel medestanders  voor je zaak winnen en dan politici benaderen, hen deelgenoot maken en waar nodig onder druk zetten. Dit op het oog simpele a-b-c’tje was de kern van de training die we de activisten van SEWODA gaven. Waarbij zij vooral bij het begin moeten beginnen: het verzamelen van feitelijke informatie over de wantoestand die ze willen bestrijden.

 Kwaliteit openbaar lager onderwijs

Elke Citizen Observatory had drie ‘social issues’ uitgekozen waar ze werk van wilden maken. Alle drie kozen ze voor het openbare basisonderwijs, daarnaast  o.a.  gezondheidszorg en veiligheid. Het is de bedoeling dat ze de komende maanden op pad gaan in hun communities om de situatie scherp in kaart te brengen. Om me tot het onderwijs te beperken: tijdens de training is een monitoring report form ontwikkeld, waarmee ze basisscholen gaan bezoeken om met eigen ogen waar te nemen hoe de situatie is: is er elektriciteit, water, zeep? Zijn er toiletten, hoeveel boeken zijn er beschikbaar, is er een schoolbibliotheek, hoeveel kinderen zijn er per klas, kan ieder kind in een schoolbank zitten, zijn de onderwijzers die op de pay-roll staan ook daadwerkelijk aanwezig, zijn ze bevoegd enz. Op deze wijze wordt er concrete informatie verzameld die iets zegt over de kwaliteit van het openbare basisonderwijs. Er wordt door hen informatie verzameld bij ongeveer veertig scholen (25-30% van het totaal) in iedere provincie wat een redelijk beeld zal geven. Voor de overige onderwerpen zullen soortgelijke formulieren worden gebruikt.

De Citizen Observatory van Grand Kru
Who, what where and when

Tijdens de tweedaagse training werd het belang van ‘evidence based advocacy’ voortdurend door ons benadrukt. Alleen als je een –betrouwbaar- beeld kunt geven van de feitelijke situatie heb je argumenten in handen om verbeteringen te eisen, kun je daarvoor voorstellen ontwikkelen en daarmee de boer op gaan. Naast het ontwikkelen van de werkmethode, bespraken we met de activisten hoe het parlementaire systeem in Liberia werkt, welke rol de parlementariërs worden geacht te vervullen en hoeveel actiemiddelen er wel niet zijn om je boodschap uit te dragen.
Belangrijk was ook het opstellen van een concreet werkplan voor de rest van het jaar in twee groepen van zes. Gedetailleerd (who, what when and where) werden alle activiteiten ingevuld, zodat iedereen weet wat haar of hem te doen staat.
Werkplan discussie
De activisten staan er niet alleen voor. Ze zullen tijdens hun werkzaamheden ondersteund worden door stafleden van SEWODA. En ook wij zullen een vinger aan de pols houden en waar nodig bijspringen. Als aan het eind van het jaar de hobbelige, vaak moeilijk begaanbare weg tussen parlement en belangengroepen geplaveid is met rake rapportages, goede voornemens én concrete maatregelen is er een stap voorwaarts gezet.


zaterdag 28 maart 2015

Werken aan goede schoolbibliotheken in Liberia

Deze keer heb ik een gast-blogger: Jacq Turel, mijn vrouw. 

We zijn hier al weer ruim een maand en met de Ebola ging het lang goed: al ca 30 dagen geen nieuwe Ebola gevallen. Maar deze week is het toch weer mis gegaan: een nieuwe besmetting. We wachten met spanning af of het daarbij zal blijven. Het was weer wennen in Liberia na een lange afwezigheid. En het was lastig me te wapenen tegen de onzichtbare vijand Ebola. Niemand aanraken blijft het devies. In mijn tas zitten plastic handschoenen, schoonmaakdoekjes, desinfecteerspul, voor het geval dat.
En ondertussen blijf je overal je handen wassen bij binnenkomst met licht chloor water. Soms 8x op een dag. Steeds minder vaak wordt je temperatuur gemeten bij een entree. Niet dat dat erg betrouwbaar was; ik heb toch wel regelmatig een temperatuur gehad van lager dan 34 graden.

De scholen zijn weer open

Ja, sinds een paar weken zijn de scholen weer open. Nadat ze 6 maanden gesloten waren vanwege de Ebola uitbraak. De klassen stromen langzaam weer vol, dat ging voorzichtig aan, want veel ouders waren huiverig hun kinderen weer naar school te doen. Ook hadden velen geen geld voor een uniform, omdat hun inkomsten nog lager zijn geweest dan normaal en veel prijzen zijn gestegen. Een school uniform is nou eenmaal verplicht in dit land, want goedkoper dan elke dag andere, schone kleren.


Na de succesvolle bouw van de drie schoolbibliotheken vorig jaar richt ik me nu op alle schoolbibliotheken van de 23 openbare scholen in Monrovia.
Dat is een flinke klus. Ook omdat er geen informatie is over de staat van de schoolbibliotheken en ook niet over de aanwezigheid en het niveau van de bibliothecarissen. Na mijn bezoeken aan negen schoolbibliotheken is me de staat wel zo ongeveer duidelijk. Dus heb ik een voorstel geschreven om alle 23 schoolbibliotheken te verbeteren. Daar hoort ook bij dat de bibliothecarissen allemaal meerdere keren een training krijgen en dat de bibliotheken worden opgeknapt. Dat er woordenboeken, atlassen enz. moeten komen. Dat er voor het eerst een computer komt in elke bibliotheek en dat de bibliothecarissen dus een computer training moeten volgen. Daar heb ik ook ingezet dat er in elke schoolbibliotheek een Hygiëne Corner moet komen. Een hoek waar hygiëne getraind kan worden en informatie te vinden is. De Ebola liep tenslotte ook zo uit de hand omdat zelfs de basis kennis van hygiëne ontbreekt.
Het plan is af, we hebben het verslag van de bouw van de drie schoolbibliotheken vorig jaar erbij gedaan. En nu maar hopen dat er een donor dit ziet zitten. De superintendent (wethouder) en de minister in ieder geval wel.

Welke bibliotheek heeft een woordenboek?

Mijn werk beweegt zich tussen micro-en macroniveau:
In welke staat bevinden zich alle schoolbibliotheken? Op onderzoek uit, allen bezoeken.
Wat is er nodig om ze op te bouwen tot goede bibliotheken?
Waar vinden we het geld daarvoor? Welke donoren ?
Het schrijven van het voorstel om alle 23 bibliotheken op te knappen.
Overleg met de minister over dit plan.
Zijn er overal bibliotheken?
Zijn er overal bibliothecarissen?
Wat is hun niveau?
Telkens afstemming met het hoofd van het openbaar onderwijs, de superintendent.
Hoe wordt de schoolbibliotheek gebruikt in de school?
Kan de bibliothecaris een link leggen met wat de leraren in de klas doen en welke materialen er in de bibliotheek zijn om het lesgeven te verbeteren?
Welke bibliotheek heeft wel een woordenboek? Hoe zorgen we dat die niet gestolen worden?
Hoe zorgen we dat die vrijwillige onbetaalde bibliothecaris zonder enig inkomen maar met talent en enthousiasme toch naar de bibliotheek kan komen?
Sinds vorig jaar is er een nieuw hoofd van de school bibliothecarissen.
Dus werk ik nu samen met hem in het kantoor van het openbaar onderwijs. We zijn samen aan het onderzoeken hoe de staat is van alle schoolbibliotheken op de openbare scholen.
De bibliotheken liggen verspreid over heel Monrovia, dat is niet te doen op m’n fiets. Het openbaar vervoer bestaat hier vooral uit privé-taxi’s, die zijn geen optie meer voor me sinds de Ebola, dus hebben we een auto nodig als we ergens naar toe moeten. Dat is heel lastig. Gelukkig kunnen we af en toe de auto van de superintendent gebruiken, maar je weet nooit wanneer hij die nodig heeft.


Miranda

Ineens heb ik twee maanden lang een Amerikaanse lerares, Miranda, gespecialiseerd in leren lezen en schrijven aan mijn zijde. Het lees en schrijf niveau van de Liberianen is over het algemeen erbarmelijk. Wat blijkt: de leraren weten niet hoe ze de kinderen moeten leren lezen. Dat is natuurlijk al lang bekend. Veel leraren zijn leraar geworden tijdens de oorlog, zonder enige goede opleiding. Daarna is het onderwijs nog niet verbeterd, dus al 30 jaar is het bijzonder slecht gesteld. De leraren en ouders weten niet beter dan dat je leert lezen zonder te leren hoe een letter klinkt. De ontwikkelingsclub van Amerika (USAID) heeft met miljoenen dollars een Liberian Training Teachers Program gedraaid de afgelopen 4 jaar. Hoe kan het dat de verbeteringen niet merkbaar zijn in de klassen? Daar zijn vele redenen voor.
 Ik heb geen miljoenen  ter beschikking, maar zie wel dat je niet alleen met een plan van bovenaf kan komen. Je moet vanuit de klassen zien wat er mis gaat en kijken wat je daar aan kan doen.
 Dus is Miranda op mijn verzoek gaan kijken op de A. Glenn Tubman school. De eerste school waar ik de schoolbibliotheek heb gebouwd. Die is er nog en in goede staat, dankzij de onvolprezen Elizabeth. Daar ligt wat lesmateriaal, daar zijn leesboeken. Maar waarom gebruiken de leraren dat nauwelijks.
Wat doen de leraren in de klassen en wat is er nodig om het ontbrekende gat te vullen in het leren lezen.
Precies daar zijn we nu druk mee. Miranda is wezen observeren in de klassen en maakt nu het missende lesmateriaal. Ik kocht een nieuwe lamineermachine. De vorige is uit een andere bibliotheek gestolen tijdens de Ebola crisis. Ik kocht een printer, cartridges, papier, plastic. Aan de slag.
Miranda is vorige week al begonnen om tijdens de pauzes, wanneer de bibliotheek vol stroomt, de kinderen te leren hoe een letter klinkt. Dat weten ze niet. Ja ze moeten het alfabet erin stampen, maar niemand leert ze dat een letter een klank heeft. Een m, klinkt als een mmm. Spel eens “mat” als je dat niet weet? “Em a tee”. Nee, begin met mmm…  a, m.. a, ma  t, ma t mat. En een plaatje erbij.


Miranda
Small, small

Kortom, ik weet niet wat Miranda allemaal nog van plan is, morgen ga ik kijken in de bibliotheek.  En ze betrekt natuurlijk de bibliothecaresse Elizabeth erbij, maar de leraren overtuigen is een ander verhaal. Die houden het liefst vast aan wat ze gewend zijn. Alle extra werk is ze teveel. Verschillende niveaus in je klas? Daar houden ze geen rekening mee. En nu nog het hoofd van de school er weer goed bij betrekken. En dan maar kijken hoever we komen. Small, small, blijft het beste in Liberia. Voorlopig hangen de kinderen aan Miranda’s lippen.
Vorige week belde er via een vriendin weer een andere lerares op, ze heeft ook tijd om te helpen. Ze woont aan de andere kant van de stad. Dan gaan we op een andere lagere school daar kijken of we net zoiets kunnen doen, lijkt me.

Alle ballen in de lucht

Ondertussen moet ik alle ballen in de lucht houden: het voorstel tot verbetering van alle 23 schoolbibliotheken bij de donoren krijgen, dus is er een auto…? Daarna proberen een gesprek bij elke donor te regelen. De superintendent op de hoogte brengen van onze  in het leesonderwijs.
De nieuwe vergadering van de schoolbibliothecarissen voorbereiden.
Schoolbibliotheken bezoeken, als er een auto is. Als er benzine is.
De bibliothecarissen vergaderen
We hebben na veel moeite een vergadering gehouden voor alle schoolbibliothecarissen. Er waren 16 van de 23 scholen aanwezig.
Niet slecht vonden wij. De meesten kenden elkaar niet. Ze moesten even met z’n tweeën elkaar interviewen en daarna elkaar presenteren aan de groep. Dat werkte verfrissend. We hebben ze allemaal een vragenlijst voorgelegd waar we hopelijk een hoop informatie uit kunnen halen. Voor de volgende keer (we gaan maandelijks vergaderen) willen we dat ze een inventarislijst maken van alle boeken die ze extra, teveel of verkeerd hebben en zouden willen ruilen voor andere boeken.
Ondertussen vragen ze allemaal om woordenboeken. Die verdwijnen echter binnen een oogwenk uit de bibliotheken. 

Zie de Facebook-pagina van Jacq Turel: Good Libraries Liberia.



zaterdag 29 maart 2014

Kinderen kunnen eindelijk eens een boek lezen!

Mijn vrouw Jacq werkt, als ze in Liberia is, in de A. Glenn school, een openbare Elementary en Junior High school aan het eind van de 12de staat, die uitkomt in een slum. De lagere school ligt vlak bij het moeras. Er is geen elektra, geen stromend water. Toen ze er voor het eerst kwam waren er geen leermiddelen. Er zaten 60 kinderen in een klas en het enige wat de onderwijzer ter beschikking stond was een krijtje en een bord. Ze begon met het opzetten van een bibliotheek, die inmiddels op volle toeren draait. Daarna begon ze aan een bibliotheek voor de junior high die even verder op in de wijk ligt. Hieronder haar verslag.

De Junior High bibliotheek

Deze weken ben ik dagelijks bezig de tweede  bibliotheek op te bouwen. Ditmaal in het andere gebouw, daar zit de Junior High in, vergelijkbaar met onze eerste drie jaren van de middelbare school. Maar hier kunnen ze zomaar 21 zijn in de eerste klas.
Deze week vertelde ik aan een aantal kinderen in de bibliotheek dat het land waar ik vandaan kom de helft is qua grootte van Liberia en 16 miljoen mensen heeft. Zij hebben er 4 miljoen. Wauw, is de reactie. Zoveel mensen en toch een rijk land? En hebben jullie ook zinken huisjes? Ik heb een wereldkaart gekocht. Als ik Europa aanwijs met daarin heel klein Nederland dan knikken ze. Maar ik zal de komende week eens vragen of ze de werelddelen kunnen aanwijzen.
Waar ligt Nederland?


Ik kocht ook posters voor in de bibliotheek van Afrika, Liberia, Monrovia en de Human Body. Groot succes. Geen enkele klas heeft enig visueel materiaal. En aangezien ze ook geen boeken hebben, alleen de pratende leraar met een krijtje voor het bord, zien ze alleen de wereld om zich heen en soms tv in hun buurtjes met daarop vooral  Afrikaanse soaps.
Dus hoe schets ik de verbazing van de leerlingen deze week toen er stapels tweede hands boeken binnen kwamen. Atlassen, grote boeken over de natuur, boeken over Rembrandt, Gaugin, Leonardo da Vinci, veel science boeken. Science is een breed begrip. Maar al gauw bleek dat ze als pubers meteen de pagina’s met uitleg over seks gevonden hadden.   
Nog niet open, maar...
Deze tweede bibliotheek is eigenlijk nog niet open, want we hebben geen bibliothecaris. Ik probeer er druk achter te zetten dat die er komt. De leerlingen komen al binnen, vooral in de pauzes. De leraren hadden hier eerst hun lounge: een grote tafel en twee banken. Die heb ik naar boven verplaatst omdat hier tralies voor de ramen zitten. Dan is de kans dat er ’s nachts boeken verdwijnen toch kleiner. Ramen met glas  zijn er nergens, het is hier altijd warm. 

Kasten bouwen en schilderen

Nu zijn we open als ik er ben. De schooltimmermannen bouwen kasten. De boeken zijn vies, dus die maken we schoon. Ik probeer indelingen te maken die bij de Junior High passen. Van de week kocht ik een groot kleed, net als in de eerste bibliotheek. Daar kunnen heel veel kinderen op zitten lezen. Ik laat een bank maken langs de hele breedte van het lokaal. Twee deuren heb ik tot tafels laten verbouwen. Stap voor stap, we komen er wel. 
Kastdeur wordt tafel
Gisteren op zoek naar dikker papier om de eerste leenkaarten te gaan printen. Dat wordt een gewaagd experiment: een boek mee naar huis geven. We beginnen maar met  de meest geïnteresseerde leerlingen. Ze moeten de afspraken voor het lenen ondertekenen. Ik twijfel om de ouders te laten ondertekenen. Krijgen we de leenkaart dan nog terug? Of meteen verfrommeld en gescheurd? De meeste ouders kunnen niet lezen en schrijven. Dan maar alleen de kinderen laten tekenen en de kaart in de bibliotheek bewaren. 
Ook kocht ik een boek om de uitleningen aan de leraren te noteren. Die zullen ook moeten tekenen voor alle boeken die ze meenemen. Ik hoorde en zag gebeuren dat leraren in de Elementary school boeken stelen. Van sommige boeken hebben we er heel veel. Maar dat wil niet zeggen dat ze aansluiten bij het lesprogramma. Ik moet nog zien dat de leraren die boeken gaan gebruiken. Maar de leerlingen vinden alles interessant. Elizabeth, de bibliothecaris van de Elementary, heeft Afrikaanse lappa’s gekocht,  stof om gordijnen te maken in beide bibliotheken. Buiten de gebouwen is het een stoffige, zanderige bende. Dus als we nu ’s nachts de gordijnen dicht kunnen doen, dan scheelt dat de helft van het stof die elke dag binnenwaait, hopen we.  Bij de grote firma City Builders ben ik gaan bedelen om materiaal. Die wilden een formele brief, OK. Dat leverde uiteindelijk vijf grote platen hout op, spijkers, schuurpapier en houtlijm. Prachtig. Daar bouwen de timmermannen goede kasten van. Maar helaas geen verf. Dus nu kocht ik alvast twee blikken verf om de kasten te schilderen. Lekker hard fel groen. En een rood kleed op de grond. Elke zondag alweer zin in maandag, met vallen en opstaan verder bouwen. 
Rechte planken zagen
Een aantal leraren kwam me vertellen dat ze een privéschool hebben. Of ik daar ook een bibliotheek wil komen bouwen. Je snapt al niet hoe dat kan, ergens fulltime lesgeven en een school runnen. Is dat om aan te verdienen? Ik laat me er niet mee in. Eerst de openbare scholen in Monrovia. Het hangt er van af hoe lang we hier nog zijn, maar na deze school zijn er nog 21 te gaan. Ik moet nodig een keer gaan kijken bij andere scholen, sommigen schijnen wel een bibliotheek te hebben. Maar niet georganiseerd wordt me verteld.

Ook op zaterdag open

Op zaterdag is de bibliotheek in de Elementary nu al 4 weken open geweest. Om en om zijn Emmanuel of Elizabeth met een leerling daar aanwezig van 9 tot 1. Maar ik hoor dat ze telkens pas om 3 uur dichtgaan. De kinderen willen niet weg. Tot nu toe komen er ca 25 kinderen op zaterdag. Van het budget betaal ik Elizabeth en Emmanuel $4 per keer en de leerling $1. Zolang als het kan. 
Van jullie bijdragen kan ik dit mede allemaal opzetten. Dank, dank, dankJ
Alles is welkom en wordt goed gebruikt.
Bijdragen voor de bibliotheken op banknr. 707112036 van J. Turel, o.v.v. A. Glenn bibliotheken