Posts tonen met het label Burgergroepen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Burgergroepen. Alle posts tonen

zaterdag 18 juni 2022

Verkiezingskoorts neemt toe in Liberia

Ik ben weer terug in Liberia om bij te dragen aan NDI’s programma dat luistert naar de fraaie naam ’Fostering Citizen-Responsive Policies and Legislative Processes’. Oftwel het stimuleren (want dat is het meer dan fostering > koesteren) van een open en productieve relatie tussen parlementariërs en burgers. En dat betekent dat NDI burgergroepen traint hoe ze op een effectieve manier parlementariërs kunnen benaderen en beïnvloeden en begrijpen hoe parlementaire structuren en mores werken. En ‘aan de andere kant’ parlementariërs probeert bij te brengen dat het nuttig voor hen én de democratie is als zij open staan voor deze stemmen van onderop en in hun werk daartoe ook openingen biedt.



NDI heeft het afgelopen jaar al het nodige georganiseerd om burgergroepen en politici bij elkaar te brengen. Mijn inbreng is er deze weken vooral opgericht dat parlementariërs zich een werkwijze gaan eigen maken die ervoor zorgt dat het geluid van de straat ook wordt gehoord – én er iets mee gedaan wordt. Dat kan op vele manieren. Allereerst is het zonneklaar voor iedereen in Liberia wat de grootste, met elkaar samenhangende problemen zijn: de armoe, de slecht functionerende gezondheidszorg, het haperende onderwijs, de werkloosheid, falend economisch beleid waardoor de vele grondstoffen voor een appel en ei door multinationals het land worden uitgevoerd enz. Elke fractie zou haar inspanningen, haar strategie en werkwijze moeten laten leiden door de vastberaden wil om deze problemen aan te pakken. Dat gebeurt nu veel te weinig. De oppositie is er vooral op gebrand de regerende partij pootje te lichten – en andersom.

Verder zouden partijen veel actiever moeten zijn om het parlement ‘opener’ te laten functioneren door middel van publieke hoorzittingen, ‘fact finding missions’ die het land in gaan, tijdig de agenda, voorstellen en besluiten te publiceren enz.  

Nu krijgen veel parlementen in de wereld -vaak terechte- kritiek, ook in Nederland. Maar de aard én oorzaak van de problemen waar Liberia mee te maken heeft verschillen van dag tot nacht met die van bijvoorbeeld Nederland.


Weah onder vuur


Volgend jaar zijn er weer presidents- en parlementsverkiezingen. En deze werpen hun schaduw al ver vooruit. De zittende president George Weah, leider van de Coalition for Democratic Change (CDC), zal ongetwijfeld een tweede termijn willen. Als je op de cijfers afgaat heeft zijn tot nu toe 4,5-jarige regeerperiode weinig vooruitgang gebracht. En niet alleen de cijfers vertellen dat. De situatie op straat, in de sloppenwijken en op de markten laten dat zien. De verklaringen zijn velerlei. Natuurlijk, ook Covid heeft hier gewoed en de internationale gevolgen van de Russofascistische inval in Oekraïne laten zich ook in Liberia gelden. Hoge inflatie en dus hoge prijzen. Dat neemt niet weg dat Weah, die niet bekend staat als een sterk en visionair politicus, de corruptie niet aanpakt, de wonden van de burgeroorlog laat dooretteren en zijn op zich goed ontvangen Pro-Poor Agenda laat versloffen.


George Weah (rechts) op campagne in 2017

Weah richt zich nu vooral op ‘window-dressing’ projecten zoals de aanleg van enkele ’s avonds felverlichte sportparken en het verbreden van een van de weinige, geasfalteerde wegen in het land. Hij omringt zich met ministers en adviseurs die, evenals hijzelf trouwens, regelmatig onder vuur liggen vanwege corruptie en wanbeleid.

Nu heeft Liberia een rijke traditie van forse beschuldigingen die over en weer heenvliegen in het politieke spectrum, daarbij geholpen door een verrassend vrije pers, zonder dat hier ooit enig vervolg aan wordt gegeven. Zo kwam de minister van financiën begin juni onder vuur te liggen, omdat hij $25 miljoen uit het wegenfonds had gehaald om de lonen van ambtenaren te kunnen betalen. Dat daarbij geld in de verkeerde zakken was verdwenen was een van de -tot nu toe- onbewezen beschuldigingen die de ronde deden.


FrontPage Africa, 1 juni 2022

President Weah ligt ook onder vuur. Hanson Kiazolu, de fractievoorzitter van de Unity Party (UP), de grootste oppositiepartij, bekritiseert in een lang interview in FrontPage Africa het wanbeleid van de regering, dat volgens hem niets heeft gedaan tegen de grote armoede waaronder de grote meerderheid van de Liberianen gebukt gaat.

Ex-senator Sando Johnson, een van de trouwe dienaren van dictator/oorlogsmisdadiger Charles Taylor, steunde in 2017 met zijn National Patriotic Party (NPP) in de verkiezingen Weah. De NPP maakt deel uit van de regerende coalitie en partijleider Jewel Howard-Taylor, de ex van Charles, is vicepresident. Nu roept Johnson de kiezers op om van George Weah een One-Term President te maken. Johnson is dan ook verhuisd naar de oppositionele All Liberian Party (ALP), de partij van Benoni Urey, een van de rijkste mensen van Liberia, en ook een bondgenoot van Charles Taylor in de jaren 1990.


Samenwerkende oppositie


Na de overwinning van George Weah en zijn CDC in 2017 sloegen vier oppositiepartijen de handen ineen en vormden een coalitie, de Collaborating Political Parties (CPP). Behalve de hierboven genoemde UP en ALP maakten ook de Liberty Party (LP) en het Alternative National Congress (ANC) deel uit van deze oppositionele coalitie.

Deze CPP had een tijd de wind mee. Bij de tussentijdse senaatsverkiezingen in december 2020 won ze elf van de vijftien zetels die op het spel stonden. Euforie alom bij de oppositie. Vrij zelfverzekerd werd verkondigd dat dit goede resultaat ook zou worden gehaald bij de verkiezingen in 2023. De huid werd al bijna verkocht voordat de beer was geschoten. De beer bleek echter in de CPP te zitten.  Het was nl. niet duidelijk wie de presidentskandidaat van de CPP voor de verkiezingen in 2023 zou worden. Er bleken twee belangstellenden te zijn.

De leider van de UP, verreweg de grootste partij van de CPP, was - en is nog steeds - de 77-jarige Joseph Boakai, die onder de twaalf presidentsjaren van Ellen Johnson-Sirleaf (2006-2018) haar vice-president was. De Amerikaanse politieke veteraan Joe Biden in gedachte, wil Boakai, die in 2017 van Weah in de tweede ronde verloor, in 2023 het nog eens proberen president te worden.


Alexander Cummings

Echter, de leider van het ANC, de 65-jarige Alexander Cummings, heeft dezelfde ambitie. Cummings behaalde in 2017 7,21% van de stemmen. Niet onverdienstelijk voor een nieuwkomer in de Liberiaanse politiek. Cummings had tussen 1997 en 2016 hoge functies in de Afrikaanse tak van Coca-Cola en woonde in die periode in Nigeria. Tijdens de verkiezingscampagne in 2017 voerde hij als enige een zeer inhoudelijke campagne, wat door velen, met name buitenlandse waarnemers, zeer werd gewaardeerd.


Gespleten oppositie


De strijd tussen Boakai en Cummings over wie nu de partijleider -en dus de presidentskandidaat-  zou worden, werd het laatste jaar uitgevochten met over en weer beschuldigingen, al dan niet vervalste CCP-documenten en zelfs twee rechtszaken. De kwestie werd nog gecompliceerder toen de Liberty Party in twee fracties uiteenviel. De ene fractie steunde Cummings en de andere steunde Boakai, die overigens ook door ALP werd -en wordt- gesteund.

De ene rechtszaak spitste zich toe op de kandidaatstelling voor de tussentijdse verkiezing van een Senaatszetel in de provincie Lofa, die op 28 juni a.s. plaatsvindt. Omdat de CCP in twee delen was uiteengevallen werd betwist door de Cummingsgezinden dat de UP met een eigen kandidaat zou kunnen komen. De National Elections Committee, volgens Boakai een door de CDC gecontroleerde club, volgde deze zienswijze. Maar in een rechtszaak die de UP daarna aanspande, werd het oordeel van de NEC vernietigd. De UP kan dus een kandidaat in Lofa leveren, wat overigens een stronghold van Boakai is; hij is daar geboren.

Meteen daarna stopte het openbaar ministerie met de procedure om Cummings te vervolgen, vanwege malversaties die hij zou hebben gepleegd met partijdocumenten. Deze procedure had vijf maanden geduurd, met weinig voortgang, maar bleef wel als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd hangen. Ook hierbij werd de CDC ervan beschuldigd op de achtergrond een kwalijke rol te spelen. Het uitschakelen van zowel Boakai als van Cummings zou Weah immers een steun in de rug geven om in 2023 te zegevieren. Cummings had voor zijn verdediging befaamde advocaten ingeschakeld, waaronder Cherie Blair, de vrouw van de Britse ex-premier Sir Tony Blair. Zij beweerde in een pleitnota dat de vervolging van een prominente opponent van Weah een rol speelde in deze zaak.


Cherie Blair


Publiciteitsgevoelig


Cummings voelt zich bevrijd en kon het niet nalaten zijn triomf publiciteitsgevoelig te vieren door een ontmoeting met een oude vriend: de voormalige president van Nigeria Olusegun Obasanjo, die hij tijdens zijn Coca-Cola tijd in Nigeria goed heeft leren kennen. Obasanjo had woorden te kort om Cummings te prijzen als de toekomstige president van Liberia. Hij dichtte hem een grote reputatie in het internationale bedrijfsleven toe. ‘Liberia zal ongetwijfeld profiteren van buitenlandse investeringen, het scheppen van banen en het verhogen van de levensstandaard van de Liberiaanse bevolking’ zo parafraseerde FrontPage Afrika de voormalige Nigeriaanse president over zijn vriend Cummings die hij verzekerde van zijn voortdurende vriendschap en steun.

Ik ben benieuwd welke Afrikaanse staatshoofden Boakai en Weah uit de hoge hoed gaan toveren.


OlusegunObasanjo


zondag 19 mei 2019

George Weah & Liberia: het slechte nieuws overheerst

Het zijn moeilijke tijden in Liberia. Nadat George Weah in december 2017 tot president was gekozen, hoopten veel Liberianen dat de veranderingen die hij beloofde zichtbaar zouden worden. Die torenhoge verwachtingen van zijn kiezers, meegesleept door zijn hoopvolle campagne, konden natuurlijk nooit in één jaar waargemaakt worden. In theorie valt dat uit te leggen, als je daar een goed verhaal over houdt én als je, al zijn het maar kleine stappen, laat zien dat het de goed kant op gaat. Het probleem voor -en van – Weah is dat hij dat blijkbaar niet kan.
Jazeker, er is een Pro-Poor Agenda ontwikkeld die goede beleidsvoornemens bevat, waar vooralsnog nauwelijks geld voor is vrijgemaakt. Weah heeft al heel wat buitenlandse reizen gemaakt om investeerders te strikken, maar veel heeft dat nog niet opgeleverd. Er is een ambitieus wegenplan aangekondigd, waarvoor Chinees geld beschikbaar zou komen, maar ook dat heeft het woud van de goede voornemens nog niet verlaten.

Aan de wegen in Liberia valt nog wel het een en ander te verbeteren
Aanpakken van hoge regerings- en ambtenarensalarissen

Wat wel staat te gebeuren is het afschaffen van het collegegeld en het bevriezen, cq verlagen van ambtenaren- en regeringssalarissen. Dat betekent dat ruim 4000 mensen erop achteruitgaan. Het salarisplafond (incl. toelagen) is gesteld op $7800 dollar per maand. Ministers en onderministers die ergens tussen de $10.000 en $15.000 per maand incasseerden, moeten fors inleveren. Diegenen die tussen de $5000 en $7800 verdienen moeten 10% inleveren. En tussen de $1000 en $5000 maandsalaris is een verlaging van een glijdende schaal van 3,5% tot 7,5% aangekondigd. Voor verreweg de meeste ambtenaren die minder dan $1000 dollar per maand verdienen, zo’n 67.000 mensen, verandert er niets. De 103 parlementariërs, die jaarlijks zo’n $200.000 ontvangen, worden gespaard. Of beter gezegd, sparen zichzelf, want tot nu toe hebben ze aan de oproep van Weah om in de rijksbegroting een salarisverlaging te accepteren, naast zich neergelegd.
Ik ga hier nogal gedetailleerd op in, omdat ik het niet wil afdoen als symboolpolitiek. De schrijnende inkomensverschillen in Liberia (de overgrote meerderheid heeft een gemiddeld inkomen van ca. $500 per jaar) vragen gewoon om dit soort maatregelen, die onder de vorige regering van president Ellen Johnson-Sirleaf werden weggewimpeld. De maatregel zal naar (mijn) schatting zo’n $4 tot $5 miljoen opleveren, want bij een staatsbegroting van rond de $600 miljoen geen peanuts is. Tot zover het goede nieuws.

Waslijst van slecht nieuws

Daar staat echter een waslijst van slecht nieuws tegenover. Nu moet je wel uitkijken met dat woord nieuws, want nepnieuws in Liberia bestond al lang voordat het woord in zwang kwam.
Wat zonder meer waar is, is dat tot woede van grote donoren, zoals de VS, de EU en landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Zweden, geld dat was bestemd voor ontwikkelingsprojecten door de regering voor andere doeleinden is gebruikt. Ongetwijfeld was dat het gebrek aan liquide middelen om de lopende lasten van de staatsbegroting te betalen, die hoofdzakelijk bestaan uit salarissen, gebouwen en dienstauto’s.
De minister van financiën is diep door het stof gegaan, overigens zonder klip-en-klaar te kunnen uitleggen wat er precies is gebeurd. Geruchten dat hij door de president wordt ontslagen zijn er volop, maar dat is nog niet gebeurd. De donoren eisen hun geld terug, maar het zal niet meevallen dit te honoreren. Geld is een schaars goed.



Over geld gesproken: een ander al maandenlang durend schandaal is het verdwijnen van 15 miljard Liberiaanse dollars (ca $125 miljoen).  De Centrale Bank van Liberia heeft onder de vorige regering een enorme berg aan Liberiaanse dollars laten drukken door Crane, een Zweeds bedrijf. De bankbiljetten zijn door Crane geleverd en vervolgens weet niemand waar de bankbiljetten zijn gebleven. Laat één ding duidelijk zijn: dit is dus niet tijdens het presidentschap van Weah gebeurt. Tegelijkertijd heeft zijn regering niet kunnen uitvogelen wat er is gebeurd. Een Amerikaans bedrijf, Kroll, kreeg de opdracht om het gebeuren grondig te onderzoeken, maar ook Kroll kon de onderste steen niet boven krijgen, zo blijkt uit hun rapport. Na de publicatie van de bevindingen van Kroll is de toenmalige gouverneur van de Centrale Bank, Charles Sirleaf (inderdaad, zoon van de toen zittende president) wel onmiddellijk in de boeien geslagen, zonder dat dit overigens met het rapport in de hand gestaafd kon worden. Het mysterie is nog steeds niet opgelost en zweeft als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de huidige regering, die door velen ervan wordt verdacht, althans individuen uit de coterie van Weah, onder één hoedje te spelen met hun voorgangers.

Het overwerkte verleden van de burgeroorlog

Over die coterie van Weah gesproken: dat is een andere grote vlek op het blazoen van Weah. Voor de verkiezingen heeft hij enkele malen luid en duidelijk verkondigd dat hij het rapport van het Truth and Reconciliation Committee, de waarheidsvindingcommissie van de begane misdaden tijdens de burgeroorlog (1990-2003), weer uit een stoffige la zou halen. En werk zou maken van het opvolgen van de aanbevelingen: vervolging in laten stellen tegen een aantal met name genoemde personen. 

Na de verkiezingen heeft hij over dit onderwerp gezwegen. Integendeel, hij heeft de steun van senator Prince Johnson en zijn partij in dank aanvaard om in de 2de ronde gekozen te worden, terwijl Johnson als notoire warlord bloed aan zijn handen heeft en al lang achter slot en grendel behoort te zitten. Dat geldt ook voor enkele andere lieden die hij om zich heen heeft verzameld. De Coalition for Democratic Change die hij leidde bestond ook uit de National Patriotic Party (NPP), de partij van Charles Taylor. Warlord en ex-president die nu een straf van 50 jaar uitzit in een Engelse gevangenis. Zijn ex-vrouw, Jewel Howard-Taylor, is de aanvoerder van de NPP en werd de running mate van Weah, vicepresident dus. Ook dit werd door de internationale gemeenschap van donoren zeer kritisch beoordeeld, al wordt Jewel zelf niets ten laste gelegd. Wellicht om die donoren wat milder te stemmen leidt de vicepresident een onzichtbaar bestaan, al was dit droevige lot ook haar voorgangers beschoren. Wel heeft de Liberiaanse BVD (die schijn te bestaan) enige tijd geleden een gesprek van twee NPP-activisten afgeluisterd die een aanslag op Weah zouden beramen. Nepnieuws? Enkele weken geleden werden in de kelder van het kantoor van de president twee zwarte, gevaarlijke slangen aangetroffen. Nepnieuws?
Overigens heeft de vertegenwoordiger van de VN in Liberia, Yacoub El Hillo, deze week opnieuw aangedrongen op het werk maken van de aanbevelingen van het Truth and Reconciliation Committee. Als de internationale donoren nu eens ook op dat punt één vuist zouden maken, en hun financiële steun, die ongeveer gelijk is aan de omvang van de jaarbegroting, daaraan zouden verbinden, zal Weah wel moeten…

Leren het politieke handwerk onder de knie te krijgen...
Unification Day

Gen nepnieuws is dat op 7 juni een anti-Weah demonstratie van de Council of the Patriots is aangekondigd, die gesteund wordt door de oppositiepartijen. Zijn partij schoot meteen in een agressieve verdedigingsstand, maar Weah was na enig twijfelen zo verstandig om afgelopen dinsdag te spreken met de organisatoren van de demonstratie. Dat was op een nationale feestdag: Unification Day. Op deze dag wordt gevierd dat de afstammelingen van de uit de VS teruggekeerde slaven, nog steeds de elite van het land, samen met de inheemse Liberianen verenigd zijn in Liberia. Weah koos deze dag niet voor niets. Hij is de eerst democratisch gekozen inheemse president en kwade tongen (daar heb je ze al weer) beweren dat de demonstratie vooral op touw is gezet door gefrustreerde Americo-Liberianen die weer een president uit eigen kring willen. Het gesprek leverde weinig op, omdat de demonstranten niet wilden onthullen wat hun eisen zijn, zodat Weah ook niets kon toezeggen.
In al deze turbulentie was ik een van de trainers op een tweedaagse workshop van dertig jonge activisten van de vijf grootste partijen. Zij volgen een jaar lang intensieve trainingen om het politieke handwerk beter onder de knie te krijgen. Zeer gemotiveerde mannen en vrouwen die fel met elkaar kunnen discussiëren én lachen. Ze lijken overtuigd van democratische waarden en zien integriteit, transparantie en verantwoordingsplicht als belangrijke principes voor politieke partijen. Laten we hopen dat ook in Liberia het gezegde opgaat van de toekomst en de jeugd.



zondag 12 mei 2019

Partijontwikkeling en democratie


Ik ben weer terug in Liberia. Zo eens in de twee/drie maanden ben ik er een paar weken om mee te werken aan het NDI-programma dat beoogt het functioneren van politieke partijen te verbeteren. En dan hebben we het niet alleen over allerlei organisatorische zaken, zoals ledenwerving, interne democratie en communicatie, en een transparante partijbegroting. Het gaat ook over het ontwikkelen van politieke initiatieven en het betrekken van kiezers om hun invloed op het landsbestuur te vergroten. Want dáár gaat het uiteindelijk om in een democratie.


Taai werk is niet populair

Er zijn enkele boekenplanken te vullen met boeken en nota’s over het nut van dit soort ontwikkelingsprogramma’s. Hoewel de opvatting vrij algemeen gedeeld wordt dat economische en sociale ontwikkeling in een land als Liberia hand in hand moet gaan met democratische ontwikkeling en goed bestuur, is het steunen van die democratische ontwikkeling lang niet altijd een populair thema bij internationale donoren. Met één uitzondering: het steunen en monitoren van (hopelijk vrije) verkiezingen. Dat is overzichtelijk en korte-termijn werk met een meestal duidelijke conclusie van de internationale waarnemers. Maar het taaie werk van partijontwikkeling en ondersteuning van het parlement stuit op meer scepsis. Daar zijn wel goede argumenten voor. In veel ontwikkelingslanden is de democratische dynamiek nogal verschillend van wat in de westerse wereld als norm wordt beschouwd, hoewel die norm daar ook aan zware erosie onderhevig is. Namelijk dat politiek en democratie een strijd is, waar ideologieën en opvattingen botsen, gedragen door politici die gaan voor de inhoud. Terwijl in veel ontwikkelingslanden, en zeker ook in Liberia, politiek persoonsgebonden is, corruptie hoogtij viert en politieke partijen nauwelijks te onderscheiden opvattingen hebben, anders dan dat ze voor de macht gaan.
Een andere reden voor de scepsis is dat in het verleden internationale steun aan democratie- en partijontwikkeling weinig zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. Het -zeer valide- argument dat daar altijd tegenin te brengen is, dat dit een kwestie van lange adem is, die ook in ontwikkelde landen niet van de ene op de andere dag heeft plaatsgevonden. Maar internationale donoren werken veelal met hooguit vierjarenplannen die de lange adem ontberen en het gehijg van politici in de nek voelen die waar voor ‘hun’ geld willen.

Capitol Building: parlementsgebouw in Monrovia
De parlementaire democratie wordt ondermijnd door democraten

De discussie over het nut van internationale steun aan democratie- en partijontwikkeling heeft echter ook opgeleverd, dat de focus anders moet komen te liggen. De ontwikkeling van de democratie in de westerse wereld heeft daar zeker toe bijgedragen. Na de val van de Berlijnse Muur was het democratische, westerse model in de jaren ’90 het wenkend perspectief voor veel landen. Niet alleen in Oost-Europa, maar ook in Afrika en Azië werd dit model ijverig gepropageerd en gekopieerd. Maar in de loop van deze eeuw bleek dat democratische modellen niet zo maar met copy and paste overgedragen kunnen worden. Tegelijkertijd bleek dat in het westen de democratie aan uitholling ten prooi viel:

  • Privatisering en globalisering ondermijnden in grote mate de kracht en invloed van de westerse parlementaire democratieën. 
  • Sociale basisvoorzieningen als gezondheidszorg, onderwijs, wonen en openbaar vervoer werden op de zogenaamde vrije markt geslingerd.
  • Multinationals, gepamperd met ‘legale’ belastingontduikingen, grepen hun kans en staan aan de basis van een nog steeds groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid.
  • De toenemende macht van internationale samenwerkingsorganisaties, zoals de EU, zonder beslissende democratische legitimatie, droeg daar het zijne aan bij.
Als resultaat van dit alles is het belang van politieke partijen, als dragers van een verzwakkende parlementaire democratie, daarmee in welhaast gelijke mate geërodeerd. Het is navrant dat uitgerekend partijen die het woord democratie in hun naam hebben (VVD, CDA, D66) de initiators en supporters van dit democratie-ondermijnende beleid zijn.
En als laatste ontwikkeling die van invloed was op een andere visie: in een aantal Arabische landen stuurden volksopstanden dictators het land uit, om vervolgens tot hun ergernis te moeten constateren dat andere potentaten er voor terug kwamen.


Wat is de goede weg?

Dit alles moet meegenomen worden in het antwoord op de vraag: wat voor partijontwikkeling moet er worden nagestreefd in een land als Liberia? Het idee dat het type van een westerse politieke partij als een voorbeeld geldt, en waar mogelijk gekopieerd moet worden, ligt dus al achter ons. Hoewel het nog steeds van belang is om te streven naar een degelijke en democratische partijstructuur, gedragen door een ideologie of samenhangend programma -en dat is op zich al een enorme uitdaging - is het vooral belangrijk om partijen zélf te laten formuleren, waar ze behoefte aan hebben. Daarbij moet je wel oog hebben voor de ontstaansgeschiedenis van partijen in ontwikkelingslanden, zeker in die landen, zoals Liberia, waar een hevig conflict, zoals een burgeroorlog, nog niet zo lang geleden heeft plaatsgevonden.
Ruwweg kun je in dat soort landen twee typen partijen onderscheiden: partijen die ontstaan zijn na een vredesproces, waarbij strijdende milities de strijdbijl hebben moeten begraven en de jas van een politieke partij hebben aangetrokken. En partijen die ‘van onderop’ gegroeid zijn en meestal het karakter van een beweging hebben. Het eerste type partij zal vooral geïnteresseerd zijn in het gebruiken van het middel democratie om de eigen agenda en machtsposities te continueren, terwijl het tweede type democratie ziet als het middel om de controle en invloed van burgers op het regeringsbeleid te vergroten.

Rijk partijpolitiek landschap

Om mij tot Liberia te beperken: het partijpolitieke landschap is rijk en divers. In het parlement (Huis van Afgevaardigden en Senaat) zijn meer dan 10 partijen vertegenwoordigd.  Mengvormen van beide hiervoor beschreven types komen het meest voor.
Het beter laten functioneren van politieke partijen zal die tweede opvatting als leidraad moeten hebben: democratie als middel om de controle en invloed van burgers op het regeringsbeleid te vergroten. Dat is iets anders dan democratie te reduceren tot ‘u vraagt en wij draaien’. Politieke partijen blijven daarbij van groot belang, omdat het bestrijden van sociale en economische ongelijkheid óók (en misschien wel juist) in ontwikkelingslanden een politieke visie én gedrag van partijen vergen die geen gemeengoed zijn.
Programmatische én organisatorische ontwikkeling van partijen is dus van groot belang, maar moet bijdragen aan het vergroten van de invloed van burgers op het beleid. Aan dit programma wil ik graag mijn energie steken.

Links VS ambassadeur Christine Elder, rechts president George Weah
Intussen in Liberia

Intussen stapelen de problemen in Liberia zich op voor president Weah en zijn Coalition for Democratic Change. Het burgerprotest lijkt opgebloeid te zijn, weliswaar zonder gele hesjes, maar een Council of Patriots (COP) organiseert op 7 juni een demonstratie onder het motto ‘Save the State’. Oppositiepartijen wisten niet hoe snel ze dit moesten ondersteunen.  Christine Elder, de ambassadeur van de VS, het meest invloedrijke land in Liberia, heeft in een pittige toespraak Weah gemaand de corruptie aan te pakken en haast te maken met het bestrijden van seksueel geweld tegen vrouwen. De invloedrijke All Liberian Conference of Diaspora Leaders gaf deze week een verklaring uit waarin zorg werd uitgesproken over de groeiende politieke spanningen.  De Center for Transparency and Accountability in Liberia, een NGO, riep Weah op om schoon schip te maken in zijn regering, die gebukt gaat onder financiële schandalen. En dan zijn twee katholieke bisschoppen ook nog beschuldigd van homoseksuele verkrachtingen. 
Kortom, never a dull moment, waarover volgende week meer.


woensdag 11 juli 2018

Oorlogsmisdadigers en regenwouden

Er valt goed en minder goed nieuws uit Liberia te melden. Overigens vaak twee kanten van dezelfde medaille. Het goede nieuws is dat Liberia bij de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, waar de VS onlangs met tromgeroffel is uitgestapt, heeft gemeld dat Liberia met een verklaring zal komen hoe het land denkt om te gaan met de misdaden die tijdens de burgeroorlog (1990-2003) zijn gepleegd. Tot nu toe heeft de (vorige) regering van Ellen Johnson-Sirleaf, daar nooit iets over gemeld. Met de nieuwe president Weah aan het roer is er hoop dat dit zal veranderen. Maar meer dan (een beetje) hoop kan er op dit moment niet zijn. Alleen al omdat de Coalition for Democratic Change, de partij die nu aan de macht is, ook de National Patriotic Party herbergt. Dat is de partij van Charles Taylor, de ex-warlord en ex-president die 50 jaar vast zit in Engeland. En ook al omdat president Weah zijn coalitiepartner een aantal functies moest doen toekomen, waarin hij mensen heeft benoemd, die in die burgeroorlog een kwalijke rol hebben gespeeld. In het Manifesto, het programma waarop Weah is gekozen, wordt wel gerept over ‘reconciliaton’, en wordt het rapport van de Truth and Reconciliation Commission ook genoemd, maar verder dan het (bedaagde) voorstel om palaverhut bijenkomsten te organiseren, komt het programma niet.  


Nederlandse oorlogsmisdadiger

Liberia was afgelopen week in de belangstelling in Nederland vanwege het boek Operatie: Laat Niets in Leven dat twee journalisten, Arnold Karskens en Henk Willem Smits, publiceerde over  de Nederlandse ‘zakenman’, annex oorlogsmisdadiger, Guus Kouwenhoven. Hij werd in 2017 in Nederland  tot 19 jaar cel veroordeeld voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en wapensmokkel voor Charles Taylor tijdens de Liberiaanse burgeroorlog waarin naar schatting 100.000 doden vielen. Kouwenberg is naar Zuid-Afrika gevlucht om zijn straf te ontlopen. Er is een uitleveringsverzoek gedaan, maar de rechterlijke gang van zaken in Zuid-Afrika gaat traag en bovendien heeft Kouwenhoven geld genoeg om de beste advocaten in te huren. Hopelijk leidt het boek ertoe dat er meer Nederlandse druk komt op Zuid-Afrika om hem uit te leveren. Daarmee wijzigt Nederland wellicht ook een beetje het beeld dat in Afrika leeft, namelijk dat ‘het Westen’ er alles aan doet om Afrikaanse, zwarte oorlogsmisdadigers voor een internationaal gerechtshof te krijgen, terwijl de interventies uit het Westen (van wapenfabrikanten tot milieu- en mensverwoestende  bedrijven) buiten schot blijven.


Redt het Regenwoud en de mensen die er leven

Wat dit laatste betreft: het derde goede nieuws is dat Mileudefensie met Liberianen en Indonesiërs in Amsterdam heeft geprotesteerd bij Nederlandse banken (ABN/AMRO, ING en Rabobank) tegen hun financiering van palmolieproductie in derdewereldlanden, waaronder Liberia. Daartoe worden grote stukken regenwoud gekapt, én de gemeenschappen die daar leven verdreven. Westerse bedrijven hebben daar langlopende concessies voor gekregen. Mileudefensie publiceerde onlangs twee rapporten, waarin deze activiteiten aan de kaak worden gesteld, waarbij het rapport High Risk in the Rainforest over Liberia gaat.
In Liberia wordt al lang actie gevoerd door  bewoners en milieugroepen tegen de ontbossing en de activiteiten van de palmolieproducenten zoals Golden Veroleum Liberia. Het onlangs gepubliceerde rapport kreeg veel publiciteit. De Land Rights Act beoogt de rechten van de bewoners in dit soort kwesties te versterken, maar de wet is sinds 2014 in behandeling bij het parlement, die de hete aardappel voortdurend wegschuift. Heet, omdat het verlenen van concessies, waarbij parlementariërs een vinger in de pap hebben, haast  altijd corruptie met zich meebrengt. En dat is het slechte nieuws.


zaterdag 30 april 2016

De Liberian Lawmakers Watch is gelanceerd

Dit is mijn laatste blog uit Liberia. Het programma waar ik me met hart en ziel voor heb ingezet, bruggen bouwen tussen actiegroepen en het parlement, is voorlopig (?) teneinde. Morgen vliegen we terug naar Nederland en zitten vier jaar Liberia erop. Als alles enigszins bezonken is zal ik nog een afsluitend bericht posten, maar nu eerst het hoogtepunt van deze week.


Liberian Lawmakers Watch

Dat hoogtepunt was de lancering van de website ‘Liberian LawmakersWatch’. Ruim twee jaar lang hebben we gewerkt met onze partner, het Institute for Research and DemocraticDevelopment (IREDD), om de resultaten van hun activiteiten op goede wijze de digitale snelweg op te krijgen. IREDD is een Liberiaanse Civil Society Organisation die al jaren lang het parlement ‘monitort’. Sinds 2013 wordt dat door NDI gesteund, daarvoor door andere donoren. Lange tijd concentreerde IREDD zich op de aanwezigheid van parlementsleden in de plenaire vergaderingen, en hun deelname aan debatten. Dat werd dan keurig vastgelegd per politicus, in een jaarlijks rapport. Toen wij IREDD begonnen te ondersteunen, vonden we dat er stappen voorwaarts moesten worden gezet. Hun ‘monitors’ (elke vergadering van Huis en Senaat worden in totaal door 4 IREDD stafleden bezocht) moesten hun ‘waakhond’ activiteiten uitbreiden. Hoe vaak riepen parlementariërs een minister op het matje, stelden schriftelijke vragen, of dienden een wetsvoorstel, dan wel een motie in? Hoe actief waren ze buiten Capitol Hill (het parlementsgebouw) in hun kiesdistrict? Vanaf 2013 werden ook dit soort activiteiten in kaart gebracht om zo meer informatie te krijgen over hoe serieus de Liberiaanse volksvertegenwoordigers hun taken opvatten.

Heldendaden

Daarnaast vonden we dat ook de rapportages aangepast moesten worden aan de moderne tijd. Elk jaar bracht IREDD een keurig rapport uit van een pagina of twintig met cijfers, analyses en aanbevelingen. De oplage was klein en het bereik beperkt. Jazeker, de media berichtten erover, er waren talkshows op de radio en de parlementariërs die er goed uitkwamen lieten het trots hun kiezers weten tijdens de, overigens spaarzame, Town Hall Meetings die ze in hun kiesdistrict organiseerden. En na twee weken waren de rapporten en cijfers vergeten.

32 van de 103  Liberiaanse parlementariërs
Dat moest dus anders. Hoe mooi zou het zijn als de resultaten van de monitoring op een website zouden worden gepubliceerd? Als per parlementariër duidelijk zou worden gemaakt, over een langere reeks van jaren, wat hij of zij zoal uitspookt? Als die informatie ook per partij, of per county (provincie), gegenereerd zou worden? Als die informatie ook makkelijk uitgeprint zou kunnen worden, zodat bezoekers van een Town Hall Meeting, of een verkiezingsavond, met feitelijke informatie in de hand, politici konden bevragen die tot dan toe altijd wegkwamen met ronkende verhalen over hun heldendaden die nauwelijks gecontroleerd konden worden? Als media voortaan met feiten hun doorgaans kritische artikelen over het, terecht veel bekritiseerde parlement, zouden onderbouwen?

OpeningParliament

En dus gingen we met IREDD  aan de slag. Uitzoeken of er elders op de wereld goede voorbeelden van dergelijke websites bestaan, wat niet het geval bleek te zijn. Er bestaat weliswaar een OpeningParliament forum, mede opgericht door NDI, dat wereldwijd transparant werkende parlementen stimuleert, o.a. door parlementen te monitoren, maar daar kwamen we niet verder mee. IREDD nam een Liberiaanse ICT’er aan die de webapplicatie moest bouwen. Dat lukte niet. Er kwam een ander voor in de plaats. Ook die lukte het niet. Dat was op zich geen schande, want het was een tamelijk gecompliceerde opdracht. De Ebola-crisis vertraagde het project eveneens. Een maand of vier geleden werd het roer omgegooid. Ik ontwikkelde op papier de structuur van de website en schakelde de ICT-meiden van NDI in Washington in. Zij slaagden erin om een webapplicatie te bouwen die al die data (cijfers over de hierboven genoemde activiteiten van 103 parlementariërs) ingevoerd in google-sheets (ik zal het niet te ingewikkeld maken) vertaalde naar grafieken per parlementariër én deze informatie ook te genereren per partij en county. Iedere parlementariër kreeg een eigen pagina waarop deze persoonlijke grafieken staan afgebeeld, nieuwsartikelen over hem/haar en gegevens als de commissielidmaatschappen, partij, e-mailadres e.d. Daarnaast moest er ook een ‘bill-tracking’ systeem komen: welke wetten zijn er in behandeling, dan wel al afgehandeld. Het parlement zelf is niet bij machte al dit soort informatie te geven.

Grafiek op de persoonlijke pagina van Senator Oscar Cooper
Royal Hotel

Toen het geraamte van de website af was heb ik een week of zes drie IREDD- monitors twee dagen in de week getraind en begeleid om data in te voeren en de functie en logica van de site te doorgronden. Hoewel nog niet alle beschikbare data is ingevoerd, concludeerden we dat de website ver genoeg was ontwikkeld om gelanceerd te worden. En dat gebeurde afgelopen donderdag in het Grand Royal Hotel in Monrovia, daags nadat Nederland klappertandend die vreselijke koningsdag moest zien door te komen.
Media en parlementariërs waren uitgenodigd en die toonden zich aangenaam verrast door wat er geprojecteerd wordt. Een parlementariër sprak van een ‘revolutionair initiatief’ dat hard nodig was om de Liberiaanse politici te dwingen zich meer rekenschap te geven, en verantwoording af te leggen, waar ze zich mee bezig hielden. Natuurlijk, zijn collega’s die slecht in de rapporten van IREDD scoorden, zouden dit zeker niet zien zitten. Doorgaans waren die slechte rapportcijfers snel vergeten, maar nu ze voltijds online zijn, en bovendien nog uitgebreid zijn met cijfers over meer ‘vakken’, zal het chagrijn van een aantal toenemen. ‘Trek je het niet aan, maar ga door met het geven van dit soort informatie. Het zijn wapens in handen van de kiezers om ons scherp te houden’. Een van zijn collega’s voegde eraan toe dat het voor hem alleen maar een inspiratie zal zijn om nog beter te presteren.


zaterdag 16 april 2016

Een koe voor een parlementariër

Deze week weer eens upcountry geweest: een workshop in Gbarnga en een in Zwedru. Bijzonder interactieve workshops zoals het zo mooi heet. De deelnemers waren activisten van burgergroepen die getraind wilden worden om zelf als trainer workshops te organiseren en te geven. Omdat ons programma zich richt op ‘bruggen bouwen’ tussen parlementariërs en belangengroepen, ging het vooral om trainers op dat onderwerp. De basis voor de training was het handboek (‘Step-down Training on Legislative Engagement’) dat we vorige maand hebben uitgebracht over het organiseren van dergelijke workshops. Zie daarvoor mijn blog van 28 februari jl.

Zij bereiden hun presentatie voor
Avondwerk

Het waren enerverende dagen. Omdat het een Train de Trainers aanpak was, gooiden we de deelnemers zoveel mogelijk voor de leeuwen. Ze werden de eerste dag voortdurend uitgedaagd om actief mee te discussiëren en ideeën aan te dragen over onderwerpen als: ‘waarom zou je trainen’, ‘wat zijn 10 tips om een goede trainer te zijn’, ‘wat zijn de zeven belangrijke stappen als je een workshop wil organiseren’ en ‘welke interactieve trainingsmethoden zijn er’. ’s Avonds, zeer ongebruikelijk in Liberia, moesten ze in kleine groepjes een presentatie voorbereiden die ze zelf de volgende dag moesten houden. Ze konden kiezen uit de 21 sessies die in de Toolkit zijn beschreven. Sessies over het functioneren van het parlement, hoe bewoners te organiseren en over lobbyen en actievoeren. Omdat de Toolkit vergezeld gaat van een diskette met 75 voorbeelden, zoals handleidingen, video’s, PowerPoint presentaties enz over deze onderwerpen, konden ze putten uit een rijk gevulde bron.  

Met de Toolkit op schoot
Van fouten leer je

De tweede dag moesten ze dus zelf als trainer aan de bak. En presentatie geven, het vraag- en antwoordspel leiden en discussies voeren. Omdat de deelnemers van verschillend niveau waren, was het hard aanpoten om iedereen op dat persoonlijke niveau aan te spreken en mee te laten doen. Cultuur speelt daarbij ook een rol, die onderkend moet worden. Het maken van fouten, maar daar geen verantwoordelijkheid voor nemen, maar naar ‘de ander’ wijzen, is een algemeen menselijk tekort, dat in Liberia naar mijn ervaring sterk aanwezig is. Terwijl het trainen, dat wil zeggen doen wat je moet leren, niet zonder fouten gaat. Van fouten leer je, zegt het wijze spreekwoord, en dat hebben we tijdens de workshop in allerlei variaties vaak herhaald. Wees niet bang om fouten te maken, dat geldt voor iedereen die voor het eerst een presentatie over ‘de drie functies van het parlement’ moet geven.

IJsbreker
IJsbrekers

Ik weet het, in het Nederland van nu is het een vloek, maar cultuurverschillen zijn heel leerzaam. Zo is het een bijzondere ervaring als je het zaaltje ’s morgens om halfnegen binnenkomt en een groepje deelnemers rond een tafel zit en een fraai, meerstemming lied zingt. Ongetwijfeld over Jezus, maar toch de moeite waard. Spectaculair en vrolijk makend zijn de ‘ijsbrekers’. Door de warmte, en vooral na de Liberiaanse lunch van rijst met vlees- en vleessaus, sluipt de slaperigheid binnen. In Liberia kent iedere workshopdeelnemer een rijk palet van korte, vaak grappige fysieke oefeningen, gecombineerd met gezang en handgeklap, waar iedereen wakker en vrolijk van wordt.

Lunch
Don’t bribe

Liberianen kunnen hartstochtelijk discussiëren. Een argeloze voorbijganger zou denken dat ze op de vuist gaan, maar dat is zelden het geval. Mijn Liberiaanse collega, die tijdens de burgeroorlog in Ghana woonde, kan met smaak vertellen hoe hij met een aantal landgenoten in een huis woonde, waarvan de Ghanese buren dachten dat er constant ruzie werd gemaakt.
Op één onderwerp brak de discussie ook in volle hevigheid los tijdens de presentatie van ‘do’s and don’ts’  voor burgergroepen als zij willen lobbyen bij politici voor hun zaak. ‘Don’t bribe’ was één van de aanbevelingen. Onmiddellijk ontvlamde de discussie. ‘Wat is omkoperij?’, vroeg een deelnemer. Als in zijn regio een parlementariër wordt gevraagd in zijn kiesdistrict er voor te zorgen dat er een school of kliniek komt, krijgt hij een koe als geschenk aangeboden. Dat is geen omkoperij, maar traditie. Onmiddellijk doken de meeste anderen daar boven op. Argumenten voor en tegen vlogen over tafel. De meesten leken zich toch op het standpunt te stellen dat de zeer goed verdienende lawmakers gekozen zijn om voor dat soort zaken op te komen. ‘Ze hebben al een geschenk van mensen ontvangen, namelijk hun stem bij de verkiezingen’ merkte een deelnemer snedig op. Een leerzaam voorval om verschillende redenen. Allereerst valt nu beter te begrijpen, waarom de corruptie, door velen gezien als het grote kwaad in Liberia, zo goed kan gedijen. Er is geen heersende moraal dat wat corruptie wordt genoemd, als fout is te bestempelen. De koe is daarvan een goed voorbeeld, maar veel voorkomend is ook de opvatting dat als iemand je een dienst bewijst. Je hem of haar daarvoor beloont. Ook als die dienst gewoon het werk van diegene is. De arts die je onderzoekt, de onderwijzer die een cijfer voor een proefwerk moet geven, de parlementariër die voor een besluit moet stemmen dat een ondernemer een opdracht oplevert.

Presentatie
Bossman

Ten tweede laat het geval koe nog een ander, diepgeworteld cultuuraspect zien dat volgens mij corruptie genereert. ‘Gewone’ Liberianen zien op tegen ‘boven hen geplaatsten’. Of het nu de Town Chief, een parlementariër of de chef op je werk is. Hoe vaak ik niet met ‘bossman’ ben aangesproken. Je kunt dat afdoen als een restant van een op racisme en slavenhandel gestoeld gedragspatroon. Een woord dat niet meer zijn oorspronkelijk betekenis en context heeft. Was het maar waar. Door zeer velen worden parlementariërs letterlijk als hun bazen gezien. En die moet je behagen om iets gedaan te krijgen. En zij (nou ja, een groot deel, er zijn gelukkig ook uitzonderingen) laten zich dat graag aanleunen. Parlementariër mogen gaag rondbazuinen dat zij de leiders zijn van hun kiesdistrict en dat zij lid zijn van het voornaamste en belangrijkste orgaan dat alom diep gerespecteerd moet worden. Het gaat daarbij niet om de daden, niet om de inhoud, maar om het omhulsel, de status, de schijn.

Ook tijdens de beide workshops kwam het weer ter sprake. ‘Zij zijn onze bazen’. Ik word daar niet goed van. ‘Niets daarvan, het is juist andersom. Jullie hebben ze gekozen om voor en namens jullie hun parlementaire werk te doen. Jullie, de kiezers, zijn de bazen, de opdrachtgevers van de parlementariërs!’ Zolang het misverstand over wat corruptie en omkoping nu eigenlijk is en zolang de hiërarchische, autoriteitsgevoelige mentaliteit de overhand heeft, zal de ontwikkeling van Liberia worden gefrustreerd en geschaad.

Groepsfoto in Zwedru



zaterdag 2 april 2016

Minister onder druk en parlementariërs met de billen bloot

De afgelopen week gebeurde er van alles in Liberia. De eerste Ebola-dode sinds een paar maanden moest helaas worden genoteerd. In Monrovia, de hoofdstad. Het bevestigt wat velen vreesden: het is erg moeilijk om de heftige Ebola-uitbraak van 2014/2015 voor 100% uit te roeien.

Onderwijsminister onder druk

Het plan van de minister van Onderwijs, Werner, om, weliswaar als pilot, 50 openbare lagere scholen in het land in handen te geven van Bridge International Academies, deed zeer veel stof opwaaien. Boze vakbond van leraren, een scherpe afkeurende reactie vanuit de Verenigde Naties, politieke partijen, kranten (‘Stupid Guy’ Werner) en radioprogramma’s: van alle kanten werd de minister aangevallen. Hij zou het openbare onderwijs, een publieke taak bij uitstek, privatiseren, leraren zouden met tablets uitgerust kinderen les moeten geven wat een te hoog gegrepen technologische sprong zou zijn, ouders zouden 6 dollar per maand moeten gaan betalen enz. 

Werner wordt ingezworen als minister (foto: FrontPage Africa)
De minister verdedigde zich door dit alles te ontkennen: de scholen bleven gratis (wat ze feitelijk nu ook niet zijn), Bridge zou onder de controle van de, overigens nauwelijks bestaande, onderwijsinspectie vallen en het was toch tenslotte maar een pilot. Het is een duivels dilemma. Het onderwijs, en dat wordt alom erkend, is van een erbarmelijke kwaliteit. Om het ‘van binnenuit’ te veranderen vereist een hercules-inspanning. Grootste struikelblok is de kwaliteit en mentaliteit van de leraren, Laagbetaald, ongeschoold, corrupt en liefdeloos voor het vak. Uiteraard geldt dat niet voor allemaal, maar wel voor een zeer groot deel. Het ministerie beklemtoont dat er van privatisering geen sprake is en dat de overheid de kwaliteitsbewaking van de Bridge-interventies ter hand zal nemen. Maar aangezien die kwaliteitsbewaking nu ook al bedroevend is, begrijpt niemand, hoe dat zou moeten gebeuren.

Omweg via Boston

En uiteraard is er een groot gebrek aan geld. De pilot aanpak van Bridge zou voor het eerste schooljaar 2016/2017, inclusief aanloop, 11,7 miljoen dollar gaan kosten. Zo’n 10,3 miljoen dollar daarvan gaat naar Bridge (een multinational uit Boston die in onderwijs ‘doet’) voor een groot scala van te verlenen diensten. Geld dat van donoren moet komen, maar dat volgens de criticasters beter rechtstreeks in het onderwijs gestoken kan worden, in plaats via een omweg in Boston, waardoor veel geld weglekt. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd.
In Kenia en Uganda is Bridge al enkele jaren actief. De resultaten zijn bemoedigend, maar er zijn ook twijfels over de aanpak, zoals uit dit artikel van de Engelse Independent blijkt. Of dit artikel uit de Mail Guardian Africa.

Website van Bridge International Academies
Gereedschapskist voor activisten

Er zijn ook goede zaken te melden. Zo produceerde NDI een ‘Step-down Toolkit on Legislative Engagement’. Een mondvol. Het is een handboek waarmee actieve belangen- en burgergroepen zich zelf kunnen trainen om beter onderlegd, met goede actiemiddelen en effectieve strategieën, voor hun zaak kunnen opkomen. Hoe ze parlementariërs onder druk kunnen zetten, de media kunnen gebruiken, een campagne moeten opzetten, buurtbewoners en dorpelingen kunnen organiseren enz. Het handboek is een neerslag van drie jaar NDI-activiteiten op het snijpunt van binnen- en buitenparlementaire actie, waarmee activisten aan de slag kunnen. De gereedschapskist heeft ook een digitaal ‘opbergvak’. Op een CD en USB stick zijn zo’n 70 ‘resource materials’ verzameld: video’s, powerpoint presentaties, werkboeken en allerhande andere les- en actiematerialen, uit alle hoeken van de wereld, die als stimulans en voorbeeld gebruikt kunnen worden. We organiseren de komende maand nog een viertal ‘train de trainers’ bijeenkomsten, waar we in totaal 100 mensen trainen die vervolgens in hun eigen dorp of actiegroep aan de gang gaan het geleerde in praktijk te brengen. Het handboek, met de ruim 70 hulpvaardige bijlagen is ook te vinden op de website van NDI.


Parlementariërs met de billen bloot

Positief is ook dat de ‘parliamentary monitoring’ organisatie IREDD die NDI ondersteunt en adviseert, haar rapport over 2014 heeft uitgebracht, ernstig verlaat door de Ebolacrisis van vorig jaar. Daarin wordt gerapporteerd wat de parlementariërs zoals hebben uitgespookt. Hoe vaak verschijnen ze op hun werk, doen ze in vergaderingen van het parlement hun mond open, dienen ze wetsvoorstellen in, stellen ze kritische vragen aan ministers enz. In Liberia houden de parlementariërs het liefst verborgen wat ze voor hun riante salarissen aan prestaties leveren. Maar nu gaan ze met de billen bloot. Het openbaar maken van hun activiteiten draagt bij aan de broodnodige transparantie, informeert kiezers over wat er met hun stem gebeurt én kan hen helpen met het uitbrengen bij een volgende stem. Het rapport over 2014 werd op een goed bezochte persconferentie gepresteerd, waarna het veel publiciteit genereerde. Het rapport over 2015 volgt volgende week. Wat naar verwachting een nog grotere publicitaire en politieke klap zal opleveren is de lancering van de ‘Liberian Lawmakers Watch’ website, eind april, waarop alle verzamelde informatie over de parlementariërs op toegankelijke wijze wordt gepresenteerd. Op dit moment werk ik hard met stafleden van IREDD om de website af te krijgen. De bèta-versie is al in de lucht, maar nog ‘under construction’. Het 2014 rapport, dat uiteraard verwerkt is in de digitale ‘scorecards’ van de individuele parlementariërs, is ook integraal op de website te vinden.



zondag 28 februari 2016

Gereedschapskist voor bruggen bouwen

Afgelopen woensdag presenteerde NDI de ‘Step-down Training Toolkit on Legislative Engagement’, tijdens een speciale bijeenkomst in het Corina Hotel in Monrovia. Het eerste exemplaar werd door NDI’s Country Director Laura Nichols uitgereikt aan de ambassadeur van Zweden, Lena Nordström (donor van NDI), parlementariër Christian Chea, Frances Greaves (voorzitter van de Liberiaans koepel van belangengroepen) en John Jukon, actief in een van de burgergroepen die NDI ondersteunt. Zo’n 130 mensen, veelal activisten, woonden de bijeenkomst bij. Journalisten waren aanwezig. Vooraf had UNMIL-radio een interview met mij uitgezonden over het gebeuren. De gastsprekers waren, zoals het hoort bij een presentatie, zeer kwistig met hun complimenten en ik schetste de aanwezigen het hoe en waarom van de Toolkit.

Laura Nichols (staand, links) deelt de eerste exemplaren van de Toolkit uit 
aan (v.l.n.r.) Lena Nordström, Frances Greaves, John Jukon en Christian Chea.
Werkplekken en werkbezoeken

De Toolkit (letterlijk: gereedschapskist, maar ook: handboek, handleiding, gids) is een van de ‘producten’ van het driejarige NDI-programma in Liberia dat nu op zijn eind loopt. Dat programma beoogt bruggen te bouwen tussen burgergroepen (Civil Society Organisations – CSO’s) en de parlementariërs. Wij trainden vanaf 2013 een drietal coalities van CSO’s om hun werkwijze, kennis, argumenten en lobbykwaliteiten te verbeteren. NDI organiseerde een stuk of 20 ‘workshops’ over een waaier van onderwerpen. Hoe functioneert het parlement, wat is de taak van een parlementariër, hoe bereid je een speech in een hoorzitting voor, welke actiemiddelen kun je gebruiken om parlementariërs te beïnvloeden, hoe ‘gebruik’ je media, hoe ontwikkel je een visie met concrete aanbevelingen, waarmee je als CSO aan de slag kunt. Enzovoorts. Deze workshops, waren letterlijk werkplekken en niet, zoals helaas toch vaak het geval is ‘sit- and listenshops’. Rollenspel, actieplannen opstellen, structuur en inhoud van ‘policy papers’ ontwikkelen, vragenlijsten bediscussiëren: dat werd van de deelnemers verlangd om daarmee vervolgens in de weken daarna in hun eigen omgeving mee aan de slag te gaan.
Daarnaast werkten wij samen met parlementariërs om hen te stimuleren het parlement ‘open te stellen’ en zich te laten ‘voeden’ door de argumenten, activiteiten en ‘best practices’ die CSOs uit de praktijk van alle dag op hun bureaus kunnen deponeren. NDI stimuleerde hen publieke hoorzittingen te organiseren, waar CSOs ontwerp-wetten kunnen becommentariëren en werkbezoeken af te leggen aan scholen, bedrijven en buurten.

Eendagsvlinders

In ons programma trainden en adviseerden wij een drietal CSO’s drie jaar lang intensief. Niet alleen gedurende die workshops, maar op allerlei manieren en momenten. Wij waren aanwezig bij bijeenkomsten die onze partners zelf organiseerden voor hun activisten. In de hoofdstad Monrovia, maar ook ‘upcountry’ is stadjes als Harper, Gbarnga, Tubmansburg, Zwedru, Buchanan, Barclayville, Ganta enz.  Om te adviseren en vragen te stellen waar dat nodig was. Niet om hen werk uit handen te nemen. Integendeel.  Hoe langer ik hier werk, hoe meer ik er van overtuigd ben geraakt dat dit type ontwikkelingswerk alleen succesvol kan zijn als het van onderop gebeurd, gericht is op zelf-organisatie van mensen, en de ondersteuning flexibel is, gericht op de problemen en uitdagingen die aangepakt moeten worden. Geduld is daarbij een schone zaak, al is het overbodig maken van ‘de hulp’ uiteraard wel een keiharde voorwaarde. Snelle successen zijn meestal eendagsvlinders.


Menukaart

NDI kon met deze aanpak drie CSO’s verder op weg helpen. En omdat twee van hen coalities van burgergroepen zijn, nog een stuk of vijftien meer. Maar er zijn honderden van dergelijke groepen in Liberia. Reden voor ons om de ‘Toolkit’ te ontwikkelen waarin de ervaringen zijn samengebundeld, gericht op het trainen van hun activisten door CSO’s zélf. Allereerst door middel van het organiseren van workshops, zoals hierboven beschreven. Om hen daarbij te helpen bevat de handleiding 21 voorbeelden van sessies die gehouden kunnen worden. Verdeeld in drie categorieën: (a) het functioneren van het parlement, (b) het organiseren van bewoners/belanghebbenden en (c) lobby en actievoeren. Die 21 sessies worden gepresenteerd als een menukaart, want uiteraard zal er een keuze moeten worden gemaakt die aansluit bij de behoeftes, ambities en ontwikkelingsmogelijkheden van de activisten van de betreffende CSO. De 31 blz. tellende handleiding gaat vergezeld van ruim 60 ‘bronnen’ die daarbij gebruikt kunnen worden. Video’s, powerpoint presentaties, gedetailleerde handleidingen (‘hoe organiseer ik een effectieve persconferentie’), modellen voor actieplannen enz.



USB-stick

De aanwezige CSO’s kregen een exemplaar van de Toolkit uitgereikt met daarbij een USB-stick waar al die ‘bronnen’ op te vinden zijn. Verder zijn de handleiding en alle bronnen te vinden -en down te loaden- op de website van NDI: www.ndi.org/Liberia-Training-Toolkit.

Wij beraden ons nog op hoe al die overige groepen in Liberia kunnen profiteren van de Toolkit, want in vele delen van het land is internet (nog) ontoegankelijk en postbezorging bestaat niet. Een ‘train-de-trainers’ aanpak is een van de mogelijkheden, waarbij we in het in het binnenland, weg van Monrovia, een bijeenkomst organiseren om burgergroepen ‘uit de bush’ te bereiken. Want ook voor hen geldt dat het van belang is om hún parlementariërs (Liberia kent een districtenstelsel) te bestoken met acties en alternatieven.