Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen

maandag 2 december 2019

De Drakendochter en Liberia: onverwerkt verleden, ongemakkelijk heden, onzekere toekomst


Het is altijd leuk als er in Nederland een boek verschijnt over Liberia. Mede omdat het zeer weinig voor komt. En dus kocht ik voor ik het vliegtuig in stapte naar Monrovia het zojuist verschenen Drakendochter van Clarice Gargard. Zij is een spraakmakende columniste van NRC/Handelsblad, een in de VS geboren Liberiaanse die op jonge leeftijd in Nederland verzeild raakte. Dat had uiteraard te maken met de burgeroorlog. Zij is in 1988 geboren en heeft de burgeroorlog (1990-2003) niet bewust meegemaakt. Haar vader woonde echter praktisch al die tijd -en nog steeds- in Monrovia en was lange tijd directeur van de Liberia Telecommunication Corporation, een staatsbedrijf. Hij diende onder de presidenten Doe (1980-1990, die in 1980 de macht greep via een militaire coup), Amos Sawyer (1990-1994, interim-president) en warlord/president Charles Taylor (1997-2003). De drie tussenpausen tussen 1994 en 1997 laat ik ongenoemd. Omdat haar vader een hoge positie had, vroeg zij zich in toenemende mate af, hoe schuldig, dan wel medeverantwoordelijk hij was voor de wandaden van name Charles Taylor. De ondertitel van het boek luidt dan ook ‘Op zoek naar mijn vader, rechterhand van Liberiaanse dictator Charles Taylor.’ Over deze zoektocht maakte ze al een documentaire (Daddy and the Warlord/De waarheid over mijn vader) die in het voorjaar al op de TV te zien was en een Gouden Kalf won. Zie hier de trailer.

Achterflap van 'Drakendochter'.
Van Philadelphia naar Purmerend

In een film kun je niet alles kwijt. Regisseurs, hoe aardig en motiverend ook, snijden er toch op los, vandaar dat dit boek er kwam. Het boek is gelaagd, zoals dat tegenwoordig schijnt te horen. Ze vlecht verschillende verhalen door elkaar heen: de geschiedenis van Liberia, haar persoonlijke familiegeschiedenis, het huidige Liberia, de zoektocht naar haar vader en haar opvattingen over migratie, kolonialisme en racisme. Dat maakt het tot een wat lastig te lezen boek waarin de chronologie heen en weer flippert. Dat het goed geschreven is helpt om de aandacht vast te houden.
Maar is het ook een goed boek? Dan kom ik met die verschillende lagen toch in de knoei.
Het persoonlijke verhaal is zonder meer boeiend. Geboren in Philadelphia,  na een kort verblijf als baby in Liberia weer terug naar de VS, daarna naar Ghana, weer naar Liberia en in 1992, als de burgeroorlog in Liberia blijft voortduren, wordt ze door haar vader, inmiddels gescheiden, met haar oudere zus naar Purmerend gebracht.

De niet voor niets gepantserde auto van Charles Taylor, tentoongesteld
achter het Nationale Museum in Monrovia.
Ik ga mijn hand nooit meer wassen

In 1997, ze is dan negen jaar, bezoekt ze haar vader in Liberia. Charles Taylor is dan net tot president gekozen. Ondanks zijn reputatie als warlord werd hij door een meerderheid van de kiezers gezien als man die orde en voorspoed zou brengen na de chaos die hij overigens zelf had geschapen. Ze beschrijft hoe Daddy, zoals ze haar vader consequent in het boek noemt, haar meeneemt naar het huis van Charles Taylor en haar aan hem voorstelt. ‘In het midden stond een chaise longue. De persoon die erop lag voelde zich niet gedwongen om de stilte te verbreken of om zelfs maar op te staan. Aan weerzijden van de bank stonden beveiligers. ‘Clarice, ontmoet de president van Liberia.’ Zo stelde Daddy mij voor aan Charles Taylor, president en warlord. Ik aanvaardde zijn hand (…).’ Haar vader schrikt als ze een beetje brutaal is, maar Taylor moet hartelijk lachen en stuurt haar met een paar dozen koekjes de deur uit. ‘Ik ga mijn hand nooit meer wassen.’ zegt ze als ze met haar vader wegloopt. Het boek is gelardeerd met herinneringen aan haar familie en haar verblijf in 2018 als ze terugkeert om op zoek te gaan naar wat haar vader bewoog. De geuren en kleuren, de markten en straathandel, de vaak vriendelijke mensen die, als ze wat ouder zijn, met het trauma van de burgeroorlog hebben leren leven, of niet.

Amos Sawyer
Zo glad als en aal

De zoektocht naar de diepere beweegredenen van haar vader om op zijn post te blijven, het centrale thema van de film en het boek, levert jammer genoeg weinig op. Dat komt niet door de dochter Clarice, maar door de vader. Daddy blijft ongrijpbaar. ‘Zo glad als een aal’. Hij laat nooit het achterste van zijn tong zien en doet uitspraken over de presidenten die hij gediend heeft als ‘ze waren allemaal slecht’. Op vele manieren probeert ze familieleden, voormalige collega’s en partijgenoten van Taylor uitspraken over Daddy te ontfutselen, maar dat blijft hooguit steken in algemeenheden. Op een persoonlijke manier praten met iemand over wat er gebeurd is tijdens de burgeroorlog, blijft een moeilijk iets in Liberia. Dat is mijn ervaring als witte buitenstaander, maar ook haar ervaring als Liberiaanse ‘buitenstaander’, die het niet zelf heeft meegemaakt.
Ze gaat wat dieper in op het ‘hoogverraad’ van Daddy: hij zou informatie van de interim-regering van Amos Sawyer (1990-1994) hebben gelekt aan -toen- rebellenleider Taylor om zijn strijd tegen de regering van Sawyer te steunen. Sawyer kwam daar achter en liet haar vader arresteren. De rechtszaak leidde tot niets, onduidelijk blijft waarom precies, maar dat is een euvel dat tot op de dag van vandaag voortduurt. Ze beschrijft nog een geheel ander akkefietje tussen Taylor en Sawyer: zij zouden hebben samengespand om ijzererts op de zwarte markt te verkopen en zo hun zakken te vullen. Haar vader zou communicatie tussen die twee hierover hebben onderschept. En volgens Daddy, zo schrijft ze, ‘was dat de reden waarom Sawyer zo’n hekel aan hem had: hij beschikte over vernietigende persoonlijke informatie over de regeringsleider’. Tsja, dit is een van de redenen waarom ik af en toe moeite heb met de Drakendochter. Op vier verschillende plekken in het boek worden deze affaires genoemd, onduidelijk blijft wanneer precies en in welke volgorde ze plaatsvinden.  Bovenal lijkt het enorm tegenstrijdig: Daddy helpt Taylor in zijn strijd tegen Sawyer, maar ze spannen ook samen om hun zakken te vullen en Daddy kiest dan toch blijkbaar partij voor Taylor.


Bronnenlijst

Ergens schrijft ze: ‘Ik heb mensen vooral met angst over Doe horen praten.’ Hoewel ze vrij uitvoerig de wandaden van Taylor beschrijft, is dat zinnetje toch veelbetekenend. Veel van wat ze schrijft over de recente geschiedenis is van horen zeggen, en zonder bronvermelding. Zoals ‘Het volk had genoeg van de regering van Sawyer’. Zijn interim-regering, die zich alleen tot Monrovia beperkte, werd van alle kanten onder vuur genomen door vechtende, moordende en plunderende milities en kon inderdaad daardoor weinig uitoefenen. Sawyer, die er toch al niet te best van afkomt in dit boek, wordt door velen gezien (hij leeft nog) als een van de meest onkreukbare politici die Liberia heeft gehad. Heb ik dat van horen zeggen? Ja, maar wel met een bron: het in 2013 verschenen boek van de Nederlandse Liberia-kenner Fred van der Kraaij, Liberia: van vrijheidsideaal naar verloren paradijs. Dit, ook in het Engels vertaalde, boek is een van de zeer weinige, gedocumenteerde boeken over de recente geschiedenis van Liberia. Het is onbegrijpelijk dat dit boek niet in de Bronnenlijst van Drakendochter wordt vermeld. Evenmin wordt hét standaardwerk over de burgeroorlog en de relatie met de Afrikaanse religie en cultuur vermeld als bron: The Mask of Anarchy, The Destruction of Liberia and the Religious Dimension of an African Civil War van Stephen Ellis. Kent ze die boeken niet? Zo veel boeken zijn er niet over Liberia geschreven.


Zoals het ook vreemd is dat ze het zeer uitvoerige rapport van de Truth and Reconciliation Commission niet als bron noemt. Deze ‘waarheidsvinding commissie’ heeft in 2009 een uitstekend, 335 blz. tellend rapport over de burgeroorlog uitgebracht, op grond van verhoren en bronnenonderzoek. Inclusief een lijst van schuldigen die gestraft moeten worden. (Daddy komt daar overigens niet in voor). Clarice Gargard bepleit aan het eind van haar boek, terecht, alsnog een vorm van gerechtigheid voor de slachtoffers van de burgeroorlog. ‘Daar is meer voor nodig dan een commissie die haar beloften niet nakomt.’ Wat krijgen we nou? Die commissie kon natuurlijk geen strafvervolging instellen. Het lag op het bordje van toenmalig president Johnson-Sirleaf om met de adviezen van de commissie aan de slag te gaan. Zij borg het rapport echter zo snel mogelijk op in de onderste la die ze kon vinden. Waarom? Ze stond zelf op de lijst van ‘daders’ die op advies van de commissie 30 jaar geen openbaar ambt zouden mogen bekleden.  De lezer blijft verstoken van dit toch niet onbelangrijke detail.


Kolonialisme, racisme en discriminatie

Het boek kent ook een aantal passages over actuele discussies in Nederland over kolonialisme, racisme en discriminatie. Hoewel ik wel begrijp waarom ze op dit vlak haar mening kwijt wil, is de relatie met Liberia lang niet altijd duidelijk. Uiteraard beschrijft ze de tegenstelling in Liberia tussen de inheemse bewoners en de nakomelingen van de vrijgemaakte slaven die vanaf 1820 vanuit de VS naar West-Afrika ‘emigreerden’. Deze, aanvankelijk kleine groep, zou zich in rap tempo ontwikkelen tot de politieke, economische en culturele elite van Liberia, die de inheemse bevolking uitbuitte, kort hield en ruim 100 jaar allerlei rechten onthield. Er is de bekende theorie -en praktijk- van gevestigden en nieuwkomers, waarbij gevestigden allerlei mechanismen hanteren om die nieuwkomers dwars te zitten. Er is de bekende theorie -en praktijk- van discriminatie, uitsluiting, uitbuiting en geweld op basis van huidskleur. Er is de bekende theorie – en praktijk- van kolonialisme en imperialisme, waarbij grondstoffen worden geroofd en de lokale bevolking wordt onderdrukt. Laat in Liberia het nu allemaal net even anders liggen. In Liberia onderdrukten de nieuwkomers de gevestigden, beide van Afrikaanse origine. Liberia is niet door imperialistische mogendheden gekoloniseerd, toch is 90% van de bevolking straatarm omdat de elite de rijkdommen van het land (hout, palmolie, ijzererts, goud, rubber) tegen afbraakprijzen heeft verkocht aan westerse bedrijven. Het is jammer dat ze hierover niet in meer beschouwende zin haar licht over laat schijnen, in plaats van te refereren aan de zwart-wit discussies in Nederland (waarin ik het overigens met haar eens ben).
Gargard heeft ook kritiek op de ontwikkelingshulp: ‘De ontwikkelingshulp is een industrie waar bakken met geld verdiend kunnen worden, zonder dat de situatie in Afrikaanse landen aanzienlijk verbetert.’ En: ‘Het westen helpt ‘Afrika’ maar zou het niet efficiënter zijn als het westen Afrikanen helpt om zichzelf te helpen.’ Dit is werkelijk gemakzuchtige kritiek uit de oude doos. Het is al lang standaard voor verreweg de meeste hulporganisaties dat hulp is gericht op ‘skill building’ en ‘empowerment’ van Afrikanen in kwetsbare posities. Die bakken met geld (over populistisch taalgebruik gesproken) worden voor het grootste deel in die projecten gestopt, onder streng toezicht van de donoren. En helaas verdwijnt een deel in de zakken van de Afrikaanse elite.
Er staan nogal wat rare passages over Nederland in. Om er twee te noemen. Zo zou het ‘officieel beleid’ zijn in Rotterdam en Amsterdam om Surinaamse en Antilliaanse studenten in bepaalde wijken te weren om de blanke homogeniteit te waarborgen. Enige onderbouwing ontbreekt en deze geïnstitutionaliseerd apartheidspolitiek bestaat dan ook niet. De Bijlmer in Amsterdam, ontworpen tussen 1962 en 1965 (!), zou ‘impliciet’ bedoeld zijn voor ‘avontuurlijke witte mensen uit de middenklasse’ (cursief van mij, LP). Ik raad haar aan de bevolkingsstatistieken uit die jaren nog eens te raadplegen.


Onverwerkt verleden, ongemakkelijk heden, onzekere toekomst

Tot slot. Is Daddy nu schuldig of medeverantwoordelijk aan de misdaden van de presidenten die hij heeft gediend? De ondertitel van het boek ‘rechterhand van dictator Charles Taylor’ wordt in het boek niet gestaafd. Toen ik een Liberiaanse collega, die alle ellende van de burgeroorlog heeft meegemaakt, de voorkant van het boek met deze ondertitel liet zien, moest hij lachen. ‘Taylor had duizenden rechterhanden, die hij gebruikte als het hem uit kwam en weer even hard liet vallen’. De dochter komt er aan het slot van het boek ook niet uit. En zo loopt die ‘kleine’ geschiedenis van haar vader parallel met de ‘grote’ geschiedenis van Liberia: een onverwerkt verleden, met een ongemakkelijk heden en een onzekere toekomst.


Clarice M.D. Gargard: Drakendochter, Op zoek naar mijn vader, rechterhand van Liberiaanse dictator Charles Taylor, Uitgeverij De Arbeiderspers, €19,99.

zaterdag 11 juli 2015

Bliksembezoek van minister Ploumen in Liberia

Dit is voor even mijn laatste blog, want ik ben tot half augustus niet in Liberia. Daarna post ik weer wekelijks een blog.

Deze week was minister Ploumen met haar gevolg (31 Nederlandse bedrijven) voor een bliksembezoek van een uur of acht  in Liberia. Ze leidde  een handelsmissie die de drie door Ebola ‘aangeraakte’ landen in West-Afrika (Liberia, Guinee en Sierra Leone) bezocht om de mogelijkheden van ‘handel en ontwikkeling’ te onderzoeken. Ik heb al eerder een blog gewijd aan de komst van deze handelsmissie en een opinieartikel in de Volkskrant hierover gepubliceerd.
In het voorwoord van het presentatieboekje van de missie stelt de minister zich genuanceerder op dan het platte persbericht dat de Rijksdienst enkele weken geleden uitbracht, waar ik in boven genoemde artikelen de lans over brak. Evenals tijdens het,  noodzakelijkerwijs korte, gesprek dat ik met haar had tijdens de receptie in het Mamba Point Hotel in Monrovia. Ze benadrukte de tweezijdigheid van de missie: Nederlandse bedrijven die enerzijds opdrachten willen binnenhalen en anderzijds met hun kennis en activiteiten de lokale economie willen versterken en Liberianen een kans willen bieden om in alle geledingen van die bedrijvigheid aan de slag te gaan.

Minister Ploumen in Liberia
Wie maken nu deel uit van zo’n handelsmissie? Reuzen als Philips, Smit Lamnalco en Boskalis, maar ook enkele consultancy bedrijven, twee hogescholen, het Tropeninstituut en PUM, de organisatie die tegen onkostenvergoedingen gepensioneerde managers en bedrijfsexperts uitzendt naar ontwikkelingslanden. Koploper was de maritieme tak met acht bedrijven, gevolgd door vijf adviesbureaus en vijf ICT-bedrijven. Eigenlijk verrassend weinig medische bedrijven (vier) en ook de agro-industrie was met drie bedrijven matig vertegenwoordigd.

Flinterdun onderzoek

Je vraagt je altijd af wat zo’n missie nu concreet oplevert. Natuurlijk, er is een ontmoeting met de president en wat ministers en de receptie was bedoeld om het Liberiaanse bedrijfsleven in contact te brengen met de Nederlandse missie. Nu zag ik heel wat mij bekende Liberianen rondlopen uit allerlei sectoren van de samenleving (journalisten, ambtenaren, NGOs), natuurlijk ook Nederlanders die in Liberia werken en, onvermijdelijk, de diplomatieke vertegenwoordigers. Als diegenen die ik niet kende nu allemaal Liberiaanse ondernemers waren, dan zou de receptie toch nog wat kunnen opleveren.

Maar levert het wat op? Minister Ploumen is ervan overtuigd, zo laat ze regelmatig merken. Zie bijvoorbeeld dit blog van haar waarin ze o.a. schrijft dat handelsmissies in 2011 77 miljoen euro opleverden en 4,3 miljoen euro kostten. Daar tegenover staan weer andere, eveneens vluchtige, onderzoeken waaruit blijkt dat ze niets opleveren, zoals dit artikel in de Volkskrant beweert; ‘zelfs’ als de koning mee gaat haalt het weinig uit.
De Hogeschool Windesheim heeft in juni 2014 een flinterdun onderzoek gepubliceerd over het nut van handelsmissies. De conclusie is nietszeggend:  Het succes van handelsmissies is lastig te meten. Dit komt voornamelijk door het hanteren van verschillende criteria hiervoor. Wanneer is een handelsmissie een succes? Afhankelijk van de criteria die men hanteert kan er beweerd worden dat handelsmissies zowel weinig als veel invloed hebben op bilaterale handelsrelaties. En de aanbeveling is stupide: De behoefte van het bedrijfsleven om op handelsmissie te gaan zal blijven. Daarom zullen er meer handelsmissies georganiseerd moeten worden. De kwaliteit van het onderwijs op deze Hogeschool was enige tijd geleden ernstig in opspraak en dit onderzoek levert daarvoor een sterk bewijs. Windesheim nam overigens ook deel aan de missie (Windesheim University of Applied Sciences, aldus het presentatieboekje) en werd vertegenwoordigd door professor Huub Ruël, die blijkens de colofon de supervisie had over genoemd flodderonderzoek. Zou er een dieper gravend vervolg onderzoek komen? Ik kijk er naar uit!
In 2013 was ik met een parlementaire commissie op bezoek bij ArcelorMittal
De Groene Advocaten

Terug naar Liberia. Na de receptie was er een bijeenkomst, waarin staalgigant ArcelorMittal, die ijzermijnen in Liberia exploiteert, zijn milieuaanpak presenteerde. Nadat mijn artikel in de Volkskrant was verschenen werd mij via via gevraagd of ik nog suggesties had van Liberiaanse groepen die de delegatie zou moeten ontmoeten. Ik adviseerde de Green Advocates of Liberia  en die waren dan ook voor deze bijeenkomst uitgenodigd, waarmee de minister blij was, zo verzekerde ze me. ArcelorMittal is omstreden in Liberia omdat sociale verplichtingen niet worden nagekomen. De Green Advocates steunen belangen- en bewonersgroepen die het tegen de staalreus opnemen. Speciaal met het oog op deze missie publiceerde de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) in samenwerking met de groene advocaten een beknopt, maar zeer informatief rapport Liberia Back in Business? over de economische ontwikkeling in Liberia, waarbij het niet zo nauw wordt genomen met het milieu en de mensenrechten. Ook de praktijken van ArcelorMittal komen in dit rapport aan de orde. Wat de bijeenkomst opleverde kan ik niet zeggen, ik kon er helaas niet bij zijn. Maar het is te hopen dat minister Ploumen de aanbevelingen uit het SOMO-rapport ter harte neemt. 






zondag 26 april 2015

De Rijksdienst voor ondernemend Nederland maakt er een potje van

De Ebola-crisis heeft tot een groeiende aandacht geleid voor de getroffen landen Sierra Leone, Guinee en Liberia. De Wereldbank heeft een hulpfonds opgezet waar Nederland, als een van de eerste landen, inmiddels aan heeft bijgedragen. De Verenigde Staten heeft toegezegd met een fors bedrag over de brug te komen voor Liberia als de UNMIL, de grote VN-missie (blauwhelmen maar ook veel civiele hulpverleners) zich vanaf 2016 gaat terugtrekken. En ministers van bijv. EU-landen laten hun neus zien. De Zweedse en Duitse ministers van ontwikkelingssamenwerking zijn onlangs op bezoek geweest en de Nederlandse minister Ploumen zal begin juli in een bliksembezoek de drie landen bezoeken. 

Een droevige tekst

De Rijksdienst voor ondernemend Nederland liet onlangs een persbericht uitgaan waarin de missie werd aangekondigd met de volgende tekst:
Wilt u kennis nemen van de huidige economische ontwikkelingen in Sierra Leone, Liberia en Guinee? Ga dan van 5 t/m 8 juli mee met de economische missie naar deze landen met Lilianne Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Voor de uitbraak van Ebola zaten deze landen economisch gezien in de lift. Nederland organiseert als één van de eerste landen na de Ebola-uitbraak een economische missie op ministerieel niveau naar deze regio. Graag bieden we bedrijven de mogelijkheid om vroeg in te spelen op potentiële kansen die zich in deze landen zullen voordoen, want ondanks de Ebola-crisis zijn de fundamenten van deze economieën onaangetast. De verwachting is dat er de komende jaren geïnvesteerd wordt in gezondheidszorg, landbouw en infrastructuur in de drie landen, wat interessante kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven. Daarnaast heeft Nederland ook het bedrijfsleven instrumentarium en beurzenprogramma voor alle drie de landen opengesteld.


Eigenlijk wel een droevige tekst. Voor de Ebola was West-Afrika een terra incognito voor de Nederlandse overheid, die in haar ontwikkelingsbeleid andere prioriteiten stelde. Tijdens de Ebola-uitbraak kwam de Nederlandse overheid langzaam in beweging en droeg mondjesmaat bij met hulpgelden. Na de Ebola komt er een handelsmissie, want er liggen kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven een graan mee te pikken van de honderden miljoenen die naar verwachting zullen binnenstromen. Die moeten namelijk in de filosofie van de Rijksdienst zo snel mogelijk weer uitstromen, het liefst naar het Nederlandse bedrijfsleven.

Een bedriegende tekst

Het is ook een bedriegende tekst. Graag bieden we bedrijven de mogelijkheid om vroeg in te spelen op potentiële kansen die zich in deze landen zullen voordoen, want ondanks de Ebola-crisis zijn de fundamenten van deze economieën onaangetast. Wat had de schrijver van deze tekst voor ogen toen hij tikte dat de fundamenten van deze economieën ‘onaangetast’ zijn? De economie van Liberia is te zwak voor woorden. Het land kan in het geheel niet voorzien in zijn eigen behoefte: alles moet worden ingevoerd, met uitzondering van enkele producten zoals toiletpapier en pils. Er is een werkloosheid van 80%, grondstoffen als rubber, palmolie, hout  en ijzererts worden onmiddellijk door de buitenlandse bedrijven  het land uitgevoerd. De jaarlijkse staatsbegroting (ruim 600 miljoen dollar) gaat op aan ambtenarensalarissen, overheidsgebouwen en bedrijfsauto’s. Er is geen overheidsgeld voor infrastructuur (wegen), gezondheidzorg, onderwijs of huisvesting (daarover verderop meer). De overgrote meerderheid van de bevolking moet rondkomen van een dollar per dag per persoon, wat bijeen gesprokkeld wordt met straathandel of de verbouw van een stukje land. Liberiaanse ondernemers zijn er nauwelijks. De Liberianen met een vast inkomen verdienen dat als ambtenaar, bij een internationale hulporganisatie of in de daaraan gelieerde dienstensector zoals beveiliging, huishoudelijke hulp en horeca. De ‘zichtbare’ economie, zoals verhuur van kantoren en appartementen, het drijven van restaurants en hotels, invoer en verkoop van levensmiddelen en consumptiegoederen, is in handen van enkele Libanese families, die hier soms al tientallen jaren wonen, een gesloten (maar geen hechte) gemeenschap vormen, de Liberiaanse politieke elite op tijd met geld belonen, maar niet populair zijn bij  de massa van arme Liberianen.


‘Open deur politiek’ syndroom

Het enige ‘fundament’ van de economie is een ideologische: sinds jaar en dag zijn politici in Liberia bevangen door het ‘open deur politiek’ syndroom. Dit syndroom werd ontwikkeld in de jaren ’60 door de toenmalige president Tubman, die een list moest verzinnen om te kunnen concurreren met andere Afrikaanse landen die, eenmaal bevrijd van het koloniale juk, ineens veel meer westerse bedrijven op hun stoep vonden.
Elk buitenlands bedrijf was –en is- welkom om te halen wat er gehaald kan worden. Uiteindelijk zullen door het ‘doordruppelmechanisme’ alle Liberianen hier van profiteren. Als dat werkelijk het geval zou zijn,  zou Liberia met zijn 4 miljoen inwoners het welvarendste land ter wereld moeten zijn, in plaats van het armste.

Economische groei en inflatie

De Rijksdienst vertelt verder.
De Liberiaanse economie kende voor de Ebola-crisis een economische groei van meer dan 11%. De verwachting is dat de economische groei na de Ebola-crisis weer zal aantrekken. De belangrijkste sector is de landbouw, gevolgd door mijnbouw met als belangrijkste exportproducten ijzererts en rubber. De handel met Nederland is afgelopen jaren toegenomen. Zo is de export naar Liberia gegroeid met 73% sinds 2010. De belangrijkste exportproducten vanuit Nederland zijn voeding en machines.

De cijfers verschillen. Volgens de Wereldbank was de economische groei in 2013 11,3%, volgens African Economic Outlook 8,1%. Maar de inflatie is ruim 7%. Die economische groei komt bovendien eenzijdig tot stand: het is vooral de (uit)verkoop van ijzererts die daar debet aan is. De prijs van ijzererts op de wereldmarkt is inmiddels fors gezakt. Een van de grootste spelers op die wereldmarkt, BHP Billiton, is zich aan het terugtrekken uit Liberia. En de Ebola-crisis zal zijn sporen ook nalaten. De economische groei voor de uitbraak van de Ebola, was bovendien niet inclusief. Het kwam slechts een zeer klein deel van de bevolking, de rijke bovenlaag/politieke elite,  ten goede. De groei  droeg ook niet bij aan investeringen in onderwijs, gezondheidszorg of infrastructuur.
Dan het punt van de handel: de export van Nederland naar Liberia is fors gegroeid de laatste jaren. Dat is fijn voor Nederland. Maar wat heeft Liberia er aan? Liberia voerde in 2012 943 miljoen (dollar) aan producten uit en maar liefst 7 miljard in. Een negatieve handelsbalans van maar liefst 6 miljard, het tienvoudige van de staatsbegroting. Vergelijk dat even met Nederland: 489 miljard import, 538 miljard export: een overschot van een half miljard. En, zoals gezegd: die uitvoer van Liberia bestaat uit grondstoffen: rubber, hout, ijzererts, cacaobonen. De invoer uit machines, auto’s, voedsel, elektronica. Dat is het ‘fundament’ van de economie van een onderontwikkeld land, waarvan de Rijksdienst het blijkbaar positief vindt dat deze onaangetast is gebleven.

Misleidende staatsbegroting

Maar de Rijksdienst vertelt verder.
Er wordt door de Liberiaanse overheid geïnvesteerd in het herstellen van de infrastructuur. Zo wordt de haven van Monrovia uitgebreid en heeft de overheid plannen om de havens van Buchanan en Greenville te verbeteren. Ook wordt het internationale vliegveld verbeterd en worden er nieuwe wegen aangelegd. Tevens heeft de overheid plannen te investeren in het verbeteren van de energievoorziening. Dit creëert kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Het zou goed zijn als de Rijksdienst even de tijd nam om de staatsbegroting van Liberia goed te lezen. De begroting is hier te vinden. Dan zou het allereerst opvallen dat deze begroting gevoed wordt door twee bronnen: internationale donor gelden en eigen inkomsten uit belastingen. Dat is ongeveer in de verhouding 50/50 op een totaal van (afgerond) 1,2 miljard dollar. Ruwweg gezegd worden alle projecten (aanleg van infrastructuur, onderwijs- en gezondheidsprojecten, trainingen van overheidspersoneel, steun aan boeren) door donoren betaald: de Verenigde Staten, de Europese Unie, Zweden en internationale organisaties zoals de Wereldbank en de VN. Uit eigen zak betaalt de Liberiaanse overheid vooral ambtenaren, gebouwen, en auto’s. En uiteraard het parlement, dat staat voor 30 miljoen in de boeken, ca. 5% van de ‘eigen’ staatsbegroting.

Wegaanleg door een Chinees bedrijf  met geld van de Wereldbank.
Dat de Liberiaanse overheid dus investeert in het herstellen van de infrastructuur is op zijn vriendelijkst gezegd een verdraaiing van de werkelijkheid. In de begroting is overigens geen geld opgenomen om de havens van Buchanan en Greenville te verbeteren. Er is inderdaad wel 3 miljoen uitgetrokken voor renovatie van het internationale vliegveld. Het eenzijdige uitgavenpatroon van de staatsbegroting is een groot probleem voor de ontwikkeling van het land. Er wordt een groot, maar uiterst inefficiënt ambtenarenapparaat in stand gehouden, en daarmee een onmiskenbare bijdrage geleverd aan corruptie en cliëntalisme. Slimme overheidsinterventies, gefinancierd met een mix van publieke en private gelden, ontbreken.

Minkukel informatie

En de Rijksdienst besluit:
Voor de agrosector liggen in Liberia kansen op het gebied van tuinbouw (groente en fruit), cacao, palmolie, rubber en de export van voedsel. Voor mijnbouw liggen er kansen op het gebied van ijzererts, goud en diamanten. Tenslotte biedt de oliesector kansen. Recentelijk is er een aanzienlijke voorraad olie aangetroffen in de wateren van Liberia.
Hoe die kansen nu precies benut moeten worden, blijft onduidelijk. Moeten Nederlandse bedrijven grondstoffen als palmolie, rubber en cacao uit Liberia zien te krijgen, om ze vervolgens elders tot eindproducten te verwerken? Moeten pindakaas, mayonaise, roomboter, bier, conserven, jenever en tomaten (om maar enkele voorbeelden te noemen van NL-producten die de winkelschappen sieren) vergezeld worden van allerhande andere levensmiddelen en consumptieartikelen? Moet Heineken nu werkelijk gestimuleerd worden om met in Zoetermeer gebrouwen bier het lokale Club-bier te verdrijven?
De Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking, die toch verantwoordelijk is voor dit soort minkukel informatie,  dat vrees ik een uitdrukking is van de intenties van haar beleid, zou er goed aan doen wat voorwaarden te stellen aan de in- en export. Om er enkele te noemen:
·        Nederlandse bedrijven moeten op alle niveaus van hun activiteiten in Liberia Liberianen in dienst nemen en waar nodig hen begeleiden en trainen in hun werk;
·        Nederlandse bedrijven moeten samenwerken met gecertificeerde Liberiaanse onderaannemers.
·        Nederlandse bedrijven moeten geen grondstoffen importeren, maar in samenwerking met de Liberiaanse overheid een economische structuur in Liberia ontwikkelen, waarbij de verwerking van die grondstoffen tot eindproducten in Liberia plaatsvindt, o.a. door een versterking, vernieuwing  en opschaling van aanwezige, traditionele sectoren.

Houtbewerking in Liberia staat op een hoog niveau!
Om van het laatste een goed voorbeeld te noemen: hout is een belangrijk export product. Er 
bestaat echter een tamelijk florerende binnenlandse markt van kleine timmerbedrijven die stoelen, banken, bedden en kasten maken. Deze sector zou versterkt, vernieuwd en opgeschaald kunnen worden, zodat die eindproducten ook uitgevoerd kunnen worden.
Bovengenoemde drie punten zijn niet hemelbestormend. Dit type aanbevelingen is terug te vinden in ieder rapport dat de laatste jaren door organisaties als de Wereldbank is gepubliceerd. Zouden ze voor een PvdA-minister nog een brug te ver zijn?


zaterdag 21 maart 2015

Senatoren komen en gaan: in Nederland en Liberia

Woensdag jl. (18 maart) was zo’n dag waar Liberia en Nederland op een speciale manier even bij elkaar komen. Althans voor mij. Op die dag gingen in Nederland de stembussen open voor de Provinciale Staten verkiezingen en –dat kan niemand ontgaan zijn- indirect ook voor de Eerste Kamer. Als oud-lid van die Eerste Kamer (1999-2007) ben ik  extra geïnteresseerd in die uitslag, zonder daar overigens zelf aan te kunnen bijdragen, want als ‘buitenlandse’ Nederlander kan ik alleen bij de Tweede Kamerverkiezingen stemmen. De uitslag viel (weer) niet mee. Netto verloren de drie linkse partijen (want daar reken ik hardnekkig naast GroenLinks en de SP ook nog steeds de PvdA toe) 7 zetels. Ook GroenLinks verloor één zetel, wat tot tevredenheid stemde, zo begrijp ik. Dat heb ik altijd zo vreemd gevonden: verliezen en toch te tevreden zijn. Natuurlijk, ik ken de ‘als dit… dan dat’ redeneringen, het vergelijken met polls en de voorgaande verkiezingen, maar al dat gegoochel met getallen en argumenten neemt niet weg dat er gewoon verloren is. Ook Bram van Ojik  kon dat helaas niet voorkomen. 

Frank Köhler in zijn jonge PSP-jaren

Een schrale troost voor de gemiddelde GroenLinks-stemmer is dat de zetel die  de SP won, wordt ingenomen door  Frank Köhler. Ik ken Frank al veertig jaar vanuit onze gezamenlijke politieke inzet, eerst in de PSP en later in GroenLinks, en hem kennende zal hij zijn opvattingen ook in de SP gestand kunnen doen. Beter dan in GroenLinks, anders zou hij niet zijn overgestapt. Voor de gemiddelde GroenLinks kiezer maakt dat denk ik weinig uit. Natuurlijk wel voor een groot deel van het GroenLinks kader dat nog steeds tegen het liberale gedachtengoed van Femke Halsema aanleunt en types als Köhler (en Platvoet) liever kwijt dan rijk is. Mij zijn ze al kwijt, letterlijk dan, want Liberia ligt ver buiten het GroenLinkse aura.

Kiezersschavot

Maar afgelopen  woensdag had ik toch met senatoren te maken. In december zijn in Liberia 15 van de 30 Senaatszetels in de verkiezingsgrabbelton gegooid. De termijn van een senator is hier 9 jaar lang  en elke 4,5 jaar komen 15 zetels vacant. Dit om te voorkomen dat in één keer de hele Senaat uit nieuwkomers bestaat. Dat is een reële optie, want parlementariërs hebben in Liberia een bar slecht imago, wat er toe leidt dat bij verkiezingen de meerderheid zijn of haar zetel kwijt raakt. Die 9 jaar is natuurlijk veel te lang. Het leidt ertoe dat een senator  9 jaar verzekerd is van een torenhoog inkomen, zich zelf een aureool van gezag en leiderschap toekent, en weinig moeite doet om ‘de wijken’ in te gaan, wat hier vooral sloppenwijken zijn. Ook in december was het weer een slagveld. Van de 15 senatoren die aftraden, deden er 13 weer een gooi naar hun zetel. Slechts twee van hen werden herkozen. 
Jewel Howard-Taylor

Eén van hen is Jewel Howard-Taylor, de ex-vrouw van ex-president Charles Taylor, die in Engeland een straf van 50 jaar uitzit. Zij is een van de weinige senatoren die haar werk goed doet, veel buiten het parlement is te vinden, initiatieven neemt, en haar kiezers in de provincie Bong niet vergeet. Dat Bong County  een traditioneel Taylor-bolwerk  is, heeft haar uiteraard ook enorm geholpen. Dat geldt ook voor de andere senator die is herkozen: Prince Johnson, de man die op de lijst van burgeroorlogsmisdadigers staat, het land niet uit kan, met zijn eigen militie dood en verderf zaaide in de jaren ’90 en in 1990 betrokken was bij de moord op president Samuel Doe. Deze Prince staat niet te boek als een actieve parlementariër, maar zijn populariteit  in de afgelegen provincie Nimba is blijkbaar nog steeds groot. De coalitie die in Nimba was gevormd om hem tegen te houden, faalde jammerlijk.


Geen internet

De nieuw gekozen voorzitter van de Senaat (de vorige was ook in december op het kiezersschavot gesneuveld) had NDI gevraagd om een introductiedag te organiseren voor de nieuw gekozen senatoren. En deze vond afgelopen woensdag in de commissiekamer van de Senaat plaats. Vandaar mijn senaats-sentimenten. Van de 13 nieuwe gekozenen waren er zes aanwezig, wat voor Liberia een puike opkomst is. En wat nog meer bijzonder: ze waren er van het begin tot het eind. Maar het meest hoopgevende was dat ze interactief, kritisch en leergierig waren. Een groot verschil met de gemiddelde legislator die ik hier heb leren kennen. Wij verzorgden presentaties over het werk van een parlementariër, die ook in Liberia wordt geacht drie rollen te vervullen: volksvertegenwoordiger, wetgever en controleur van de regering. Daarnaast werden de diensten  gepresenteerd die de senaat moeten ondersteunen, zoals een persafdeling, een begrotingsbureau en de bibliotheek. Stel je daar niet veel van voor: het zijn matig tot slecht functionerende diensten, met slecht betaalde medewerkers, die nauwelijks kunnen leunen op toch broodnodige voorzieningen zoals een archief, naslagwerken en internet. Wat dit laatste betreft: de Senatoren waren stomverbaasd te horen dat er in 2013 een complete internetinfrastructuur in het parlementsgebouw is aangelegd, op kosten van de VS, maar dat de leiding van House en Senate weigeren een internet provider te betalen.
 
Lege zaal van de Liberiaanse Senaat
Sociale noden

De zes Senatoren ontmoetten ook de drie burgergroepen  waarmee NDI nauw samenwerkt. Wij trainen en ondersteunen hen  in het verbeteren van hun aanpak, werkwijze en inhoudelijke onderbouwing om zo met meer succes voor hun zaak te kunnen lobbyen bij het parlement. Vrouwenrechten, water sanitair & hygiëne en goed bestuur t.a.v. de natuurlijke hulpbronnen zijn de drie terreinen waarop onze partners actief zijn. Ze vonden niet alleen een bereidwillig, maar ook een geïnteresseerd gehoor. Ze presenteerden hun activiteiten en daagden de Senatoren uit met hen mee te denken en parlementaire initiatieven te ontwikkelen om op deze drie terreinen, cruciaal voor de ontwikkeling van Liberia, vooruitgang te boeken. De Senatoren leken daartoe bereid. Agenda’s werden getrokken, telefoonnummers en e-mailadressen uitgewisseld. Ook NDI zal daarin een rol spelen. Naast het versterken van de civil society heeft ons programma nog een tweede doelstelling: het parlement stimuleren en ondersteunen zich open te stellen voor de buitenparlementaire ‘bewegingen’. Onder andere door het houden van openbare hoorzittingen waar belangengroepen hun zaak kunnen bepleiten en het organiseren van parlementaire onderzoekscommissies upcountry om parlementariërs  de rauwe, alledaagse werkelijkheid onder ogen te brengen en samen met belangengroepen te zoeken naar oplossingen. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar zoals één van de nieuw gekozen Senatoren zei: ‘ik ben gekozen om de sociale noden van mijn kiezers en van Liberia aan te pakken’. Ik hoop dat hij dat 9 jaar volhoudt. 

woensdag 15 oktober 2014

Working with communities is the key to stopping Ebola

Sinds de Ebola-crisis in volle kracht uitbrak in West-Afrika, begin augustus, is de ernst langzaam maar zeker ook buiten deze regio doorgedrongen. Lange tijd was het een ver-van-mijn-bed show. Echter, naast de schrijnende beelden van creperende mensen op straat, verplegers in gele pakken en het alsmaar stijgende aantal doden, waren het vooral, hoe cynisch kun je hier van worden, de Ebola-gevallen in de VS en Europa, die de rest van de wereld wakker deden schudden. Niet dat het tot massale protesten kwam in hoofdsteden om regeringen en internationale organisaties aan te sporen hulp te bieden. De enige mij bekende anti-Ebola demonstratie vond plaats in Madrid. Niet als blijk van humanitaire compassie met de lijdende bevolking in West-Afrika, maar vanwege het feit dat een hond van een geïnfecteerde verpleegster afgemaakt moest worden.

Slecht bestuur

In mijn blog van 2 augustus, dat in een samenvatting enkele dagen later in de Volkskrant verscheen, betoogde ik dat het vooral te wijten was aan het slechte bestuur in Liberia (en andere West-Afrikaanse landen) dat het Ebola-virus om zich heen kan grijpen. Van een corrupte overheid die weinig vertrouwen geniet onder de bevolking en verantwoordelijk is voor een totaal verwaarloosde gezondheidszorg, kun je moeilijk een adequate reactie verwachten. Integendeel, de incompetentie werd bewezen door een contraproductieve aanpak van wijken isoleren, avondklokken instellen en militairen in plaats van dokters op radeloze burgers af te sturen.
Inmiddels is de (toegezegde) hulp fors gestegen. Maar ook die hulp is voor het overgrote deel nog steeds niet effectief. De quarantaine centra die opgebouwd moeten worden, de vele medische hulpmiddelen die ingescheept of ingevlogen –en vervolgens uitgeklaard- moeten worden, het trainen van gezondheidswerkers: dit alles vergt weken van voorbereiding.
Intussen stijgt het aantal Ebola gevallen schrikbarend. De WHO (World Health Organisation) liet gisteren opnieuw een noodkreet horen: de uitbraak breidt zich uit tot naar voor kort veilige gebieden. Het vandaag (15 oktober) gepubliceerde ‘WHO situation report’ laat zien dat het aantal doden inmiddels tot 4484 is gestegen, waarvan 2458 in Liberia.

Particuliere initiatieven

Naast de langzaam op gang gekomen internationale hulp, vinden er ook andere initiatieven plaats. Er zijn veel particulieren die op hun manier, vaak op lokaal niveau, vol compassie bijdragen aan de strijd tegen Ebola. Zo voorziet de Nederlandse Anneke Quoi met haar Liberiaanse man vele gezinnen van een emmer-met-kraantje, waardoor frequent de handen gewassen kunnen worden met gebleekt water. Giften zijn welkom: neem een kijkje op hun Facebookpagina


Een ander initiatief is van Jacq Turel: Good Libraries Liberia. Zij organiseerde bibliotheken in openbare basisscholen in Monrovia, die verstoken zijn van leerboeken. Tijdelijk terug in Amsterdam organiseert ze een inzamelingsactie om de scholen van leerboeken te voorzien. De eerste actie was op de Amsterdamse Anne Frankschool waar de leerlingen tijdens de Kinderboekenweek op een hartverwarmende manier het startschot voor de actie gaven en bijna 2000 euro inzamelde. Klik hier voor de Facebookpagina. Naast deze twee zijn er talloze andere initiatieven. Een Liberiaanse moeder die het niet langer kon aanzien dat kinderen van onderwijs verstoken zijn – de scholen zijn dicht – en kinderen thuis lesgeeft. De onvermoeibare Katie Meyler, zojuist nog in het 8-uur-journaal, die elke dag de sloppenwijk West Point intrekt om de mensen te waarschuwen en ziekenvervoer regelt als dat nodig is.

Working with communities is the key to stopping Ebola

Het NDI-programma, waar ik nu vanuit Amsterdam aan werk, is helemaal omgegooid. Onze Civil Society Partners hebben zich geheel op de Ebola gestort. In 16 communities, waar in totaal zo’n 400.000 mensen wonen, wordt door hen voorlichting gegeven over hoe het Ebola-virus te vermijden. Het zijn kwetsbare communities waar totnutoe deze voorlichting niet plaats vond. Het gaat dan niet alleen om het uitdelen van folders en affiches, maar vooral ook om met chiefs, religieuze leiders, vrouwen- en jongerengroepen samen activiteiten te ontwikkelen die direct aansluiten op de belevingswereld van de bewoners. Want daar zijn alle deskundigen het over eens: Working with communities is the key to stopping Ebola zoals de WHO-website het kernachtig omschrijft.


Daarnaast richten de activiteiten van onze partners zich ook op de governance: wat hebben de parlementariërs, die door deze communities in hun zetels zijn geheven, zoal gedaan? Bereikt de (inter)nationale hulp wel de mensen in de arme wijken en afgelegen dorpen? Worden de gezondheidswerkers voldoende gesteund? Hoe effectief werkt de regering? Wat blijft er aan de strijkstok hangen? En, cruciaal, wat kan er van deze crisis worden geleerd om de kwaliteit van het landsbestuur en de publieke sector ingrijpend te verbeteren? Dit laatste zou aan de orde moeten komen in onderzoekscommissies en publieke hoorzittingen als de Ebola onder controle en op de terugtocht is. Zo ver is het echter helaas nog niet.

woensdag 24 september 2014

Nederlandse actie voor Ebola preventiecompagne

(Dit is een persbericht van de Mineke Foundation)

Tonia Dabwe, oprichter van Mineke Foundation, de stichting waarmee zij het werk van haar Liberiaanse vader en Nederlandse moeder in Liberia voortzet, start in Nederland een fondsenwervingscampagne voor Ebolapreventie in Liberia. Met het ingezamelde geld worden jongeren uit Dabwe Town, de gemeenschap waar de stichting werkt, door professionals getraind om huis-aan-huis voorlichting te geven over Ebola. Daarnaast komen er een  voorlichtingsfilm en flyers. De voorlichting vindt plaats in Dabwe Town en vier omliggende gemeenschappen. Mineke Foundation bereikt daarmee 15.000 à 20.000 mensen.

Sinds maart dit jaar zijn er ongeveer 1.200 Liberianen aan Ebola gestorven

Gezondheidsorganisatie verwacht dat dit aantal kan oplopen tot ver boven de 10.000. Mineke Foundation vindt dit onacceptabel  en werft daarom fondsen om verdere uitbreiding van de ziekte tegen te gaan. Doneren kan via de knop Ebolapreventie  op www.minekefoundation.org of door een overboeking op NL60 INGB 000 481 6154 o.v.v. Ebolapreventie.
Ebola is in circa 60% van de gevallen dodelijk. De ziekte is echter goed te voorkomen en de kans op besmetting is zeer klein. Het wordt alleen overgedragen worden door rechtstreeks contact met lichaamssappen van mensen die symptomen van de ziekte vertonen en niet door bijvoorbeeld  muggenbeten. Een goede basishygiëne speelt een grote rol bij het voorkomen van besmetting. Het virus overleeft contact met zeep, chloor en hoge temperaturen namelijk niet.
Toch loopt het aantal besmettingen in met name Liberia snel op. Een belangrijke oorzaak is dat veel mensen niet weten hoe ze de ziekte kunnen voorkomen. Bij het verplegen van zieken of bij overlijdensrituelen, waarbij de dode vaak door de aanwezigen aangeraakt wordt, nemen mensen geen voorzorgsmaatregelen. Daarnaast is het wantrouwen tegen ziekenhuizen hoog; als je daar naartoe gaat, ga je dood. Logisch, aangezien de meeste mensen die naar een ziekenhuis gaan al zo ziek zijn dat herstel niet langer zeker is. Tegelijkertijd zijn mensen erg angstig, want kranten en radio staan bol van berichten over het toenemende aantal sterfgevallen en misvattingen over het besmettingsgevaar. Mensen vragen steeds vaker, “Wat moet ik doen om te voorkomen dat ik het krijg?”

Op die vraag wil Mineke Foundation antwoord geven. Door een 'awareness' campagne bedoeld om misvattingen en geruchten uit te weg te ruimen, goede en feitelijke informatie te verstrekken over ebola en mensen handvatten te geven waarmee zij besmetting zo goed mogelijk kunnen voorkomen. Dit is geen op zichzelf staande actie; wij sluiten aan op de acties van de overheid en internationale organisaties.

Hoe gaan we dat doen?
        Door een film te maken met feitelijke informatie over ebola, interviews met deskundigen en overlevenden en maatregelen om besmetting te voorkomen. De film zal een aantal keer per week in de open lucht vertoond worden zodat zoveel mogelijk mensen het kunnen zien.

        We gaan ons team en jongeren uit Dabwe Town opleiden om huis-aan-huis voorlichting te geven over ebola en om symptomen van de ziekte te herkennen. Zij zullen daarnaast flyers uitdelen waarop de boodschap herhaald wordt. Ook plakken zij op strategische plekken posters met preventieboodschappen. De jongeren krijgen een vergoeding voor hun inzet. Het betreft een maandelijkse reservering van geld wat ze later aan een opleiding of cursus kunnen besteden.
        We gaan 15.000 posters en flyers ontwerpen en drukken die de preventieboodschap op duidelijke wijze (visueel) uitbeelden. Deze worden uitgedeeld in Dabwe Town en de vier omliggende gemeenschappen waar veel contact mee is.
        Verdiepende workshops geven over basishygiëne en voorkoming van Ebola voor inwoners van de vijf gemeenschappen. Deze worden verzorgd door internationale organisaties en deskundigen met veel kennis van de ziekte.

Over Mineke Foundation

Mineke Foundation is in 2009 opgericht door Tonia Dabwe om het werk van haar Liberiaanse vader en Nederlandse moeder in Liberia voort te zetten. De stichting biedt onderwijs, activiteiten voor kinderen en jongeren en stimuleert ondernemerschap. De basisfilosofie van Mineke Foundation is dat mensen zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun leven. De stichting helpt hen deze verantwoordelijkheid vorm te geven via directe en langdurige betrokkenheid in de gemeenschap Dabwe Town. Meer informatie: www.minekefoundation.org


zaterdag 1 februari 2014

Bezoek namens het Koninkrijk in Liberia



Af en toe komt er iemand van de Nederlandse ambassade langs in Liberia. Er is hier geen ambassade van het koninkrijk, dat zich zo royaal laat vertegenwoordigen in Sotsji.  (De winterspelen zijn overigens vreemd genoeg in Afrika geen hot item…). Het is de nu de derde keer in de bijna twee jaar dat ik hier ben, dat dit gebeurt. ‘Onze’ ambassade is in Accra (Ghana) gevestigd en op bezoek was de man van de ambassade die zich bezig houdt met de gezondheidszorg. Hij kwam in Liberia polshoogte nemen van de stand van zaken in deze kwetsbare sector. En zoals gebruikelijk is er dan een borrel met de (kleine) Nederlandse gemeenschap, deze keer in Lila Brown, een restaurant met terras aan zee. Denk daarbij niet aan de strandtenten langs de Nederlandse Noorzeekust. Lila Brown is van het strand gescheiden door een stevige muur met daarop rollen prikkeldraad. Vanaf het terras kun je door de gaten in de muur strand en zee zien. De borrel was op de eerste verdieping met vrij uitzicht op de oceaan.

Zicht vanuit Lila Brown op strand en oceaan
  Speerpunt van Heineken

Op zo’n borrel komen dan zo’n 25 Nederlanders af. De meesten kennen elkaar en ik moet zeggen, tamelijk wars als ik was van de meeste recepties die ik in Nederland wist te vermijden, het is een genoeglijk, uiterst informeel gebeuren. De meeste Nederlanders werken in ontwikkelingsprojecten in de landbouw, het onderwijs, de gezondheidszorg of ‘goed bestuur’ projecten in ministeries of het parlement. En in het bedrijfsleven. De vertegenwoordiger van Heineken is er altijd in wisselende gedaantes. Dit kroonjuweel van het Nederlandse bedrijfsleven  laat zich elk half jaar door een nieuwe stagiaire uit een commercieel-economische opleiding vertegenwoordigen. Een enorme uitdaging –en vuurdoop- voor zo’n jonge vent (tot nu toe heb ik drie Heineken mannen ontmoet), al blijft het ietwat vreemd dat deze multinational zich zo laat vertegenwoordigen. Afrika schijnt een speerpunt van Heineken te zijn, en ook in Liberia duiken de felgroene reclameborden en dito geschilderde puien van cafeetjes op. Tegelijkertijd is er echter volgens de bierkenners (waartoe ik me uitdrukkelijk niet reken) uitstekend Club Beer overal verkrijgbaar ‘brewed and bottled since 1961 in Liberia’. Dus kun je je afvragen welke ontwikkeling Heineken nu beoogt met het verschepen van containers vol bierflessen uit Nederland en het van de markt verdringen van lokaal bier. Het is de VVD/Bolkestein-versie van ‘ontwikkelingshulp’, die uitsluitend de omzet van het Nederlandse bedrijfsleven bedient.

Kriterion Monrovia

Op het terras van Lila Brown vergaderde ook een grote groep Liberiaanse jongeren van Kriterion Monrovia. Het zijn filmenthousiasten die de cinema in Liberia, die nauwelijks bestaat, tot leven wil wekken. Geïnspireerd door Kriterion uit Amsterdam, het filmhuis dat vanaf de Tweede Wereldoorlog succesvol door studenten wordt gerund, en ondersteund door het Nederlandse Spark vertoont de groep films op de universiteit, middelbare scholen en in de ‘communities’. Van 21-23 februari wordt het ‘Image of Liberia’ filmfestival georganiseerd, waar documentaires en speelfilms van en over Liberia worden vertoond. Van jonge Liberiaanse regisseurs, maar ook van buitenlandse filmmakers. Een prachtig initiatief dat er toe bijdraagt dat de honger naar films, want die is er wel getuige de vele straatverkopers die illegale DVD’s voor een habbekrats verkopen, gestild kan worden in de donkere stilte van een bioscoopzaal. 
 
De verdwenen bioscoop Relda in Monrovia
Die bioscoopzaal is trouwens nog wel een probleem. Voor de oorlog was er een populaire bioscoop Relda aan de Tubman Boulevard, maar zoals zovele andere gebouwen heeft het de oorlog niet overleefd. Onlangs ‘ontdekten’ de Kriterion mensen in het centrum van Monrovia in een leeg gebouw een bioscoopzaal, compleet met scherm, stoelen en een filmhokje. De eigenaar zou bereid zijn de zaal weer te reanimeren voor het Kriterion-initiatief. Laten we hopen dat de daad bij het woord wordt gevoegd. Leven in de film-brouwerij zou een enorme oppepper betekenen voor het schamele culturele leven in Liberia. Wellicht dat, naast de subsidie van het Prins Claus-fonds, Heineken daar nog wat aan kan bijdragen, of Club Beer…

Racistische Wilders-wet

De vertegenwoordiger van de Nederlandse ambassade riep de aanwezigen op zich te laten registeren bij een speciaal voor expats ingesteld digitaal register, dat door het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontwikkeld. In geval van natuurrampen of politieke onrust kunnen Nederlanders dan beter en sneller worden geïnformeerd over eventueel te nemen stappen. Uiteraard voegde hij er in dit Snowden-tijdperk onmiddellijk aan toe dat de privacy volledig was gewaarborgd en de gegevens u-i-t-s-l-u-i-t-e-n-d voor dit doel werden gebruikt. Uiteraard geloofden wij hem, want als de ambtenaar spreekt, spreekt de minister –en andersom. Als dit niet zo is moet de minister opstappen, zo leert het geval van staatsecretaris Weekers, en zó dom is Frans Timmermans niet.
 
Het Nederlandse gezelschap bijeen
Onvermijdelijk kwam daardoor in de nazit met de ambassademan de dubbele nationaliteit aan de orde. Nederland wil die, in de nasleep van de Wilders-idiotie, nog steeds afschaffen: een Nederlander met een dubbel paspoort, moet er één inleveren. Uiteraard is deze racistische Wilders-wet gericht op het etnisch zuiveren van Nederland, zoveel mogelijk Turken en Marokkanen het land uit, maar ook Nederlanders-in-den-vreemde worden gedwongen te kiezen. De goed opgeleide en nog beter verdienende Nederlanders in New York en Washington hebben al een heuse actiegroep gevormd om te wijzen op de waanzin van de Wilders-wet, maar ook in het kamp van de goed opgeleide, maar (vaak) minder verdienende Nederlanders in ontwikkelingslanden leidt deze wet tot onbegrip en weerzin. Voorbeelden gingen over en weer waaruit bleek hoe gecompliceerd en onrechtvaardig de toepassing van deze wet is. Het zijn niet alleen Turken die eenmaal als Turk geboren nooit meer van hun nationaliteit af kunnen. Er zijn ook kinderen die in een of ander Aziatisch of Afrikaans land zijn  geboren omdat hun ouders daar toen werkten, inmiddels al lang in Nederland wonen, maar ‘vast zitten’ aan hun geboorteland nationaliteit.
Gelukkig zal dat in Liberia niet gebeuren, althans zolang het Nederlandse kind dat hier wordt geboren niet negroïde is. Artikel 27b van de Liberiaanse grondwet luidt immers:
‘In order to preserve, foster and maintain the positive Liberian culture, values and character, only persons who are Negroes or of Negro descent shall qualify by birth or by naturalization to be citizens of Liberia.’
Deze stuitende –en gelukkig ook in Liberia bekritiseerde- formulering is de uiterste consequentie van de Wilderswet: het is een schande dat dit VVD/PvdA kabinet zich daartoe leent.