Posts tonen met het label Ebola. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ebola. Alle posts tonen

zaterdag 8 mei 2021

Corona virus is real!!!

Afgelopen week was ik, voor het eerst sinds het begin van de COVID-crisis, weer in Liberia. Het Strengthening Political Parties programma waarvoor ik sinds 2018 regelmatig naar Liberia ga, heeft uiteraard behoorlijk vertraging opgelopen, omdat ook in Liberia COVID actief was - en is. Bijeenkomsten, workshops e.d. konden niet worden gehouden en het Liberiaanse NDI-team moest vanuit huis werken.

Omdat ik gevaccineerd ben, en er langzamerhand toch weer activiteiten en bijeenkomsten plaats konden vinden, vloog ik zondag 2 mei vanaf Brussel naar Monrovia. Volgens de Belgen moest ik mij voor vertrek laten testen. Dat deed ik in Amsterdam bij zo’n ‘cowboy club’ TestsnelCovid, waar ik voor 95 euro een test plus reiscertificaat kon halen. De testlocatie was gevestigd in een met houten schotten afgetimmerd deel van een bakkerij (!) in Amsterdam-West waar een uiterst ongeïnteresseerd type mij ontving. Wat een verschil met de GGD-locatie, eveneens in Amsterdam-West, waar ik twee weken eerder mijn vaccinatie haalde en in alle vriendelijkheid zeer professioneel werd geprikt in een goed verzorgde omgeving.


Tandarts Stelzer sneltest


Een dag later ontving ik van TestsnelCovid het heugelijke nieuws dat ik negatief was getest. De brief was ondertekend door ene Drs. J.O. Stelzer, met vermelding van zijn BIG registratie. Bij naspeuring op internet kwam ik uit bij tandarts Jan Stelzer van Tandartspraktijk Rembrandt uit Amstelveen (directeur: Chantal Stelzer). Branchevervaging is wijd verspreid als er snel geld kan worden verdiend.

Op Brussel Airport aangekomen bleek niemand mijn sneltestresultaat te willen zien. Niet bij het inchecken en niet bij het instappen, waar zoals gebruikelijk de stewardessen je met alle egards de weg naar je stoel wijzen. De stewardess die ik daarop aansprak vond het ook onbegrijpelijk dat er bij het inchecken niets was gevraagd. Dus zat ik tijdens die vlucht van zo’n 8 uur in een goed gevuld vliegtuig met wellicht geteste, maar daarop niet gecontroleerde medepassagiers.

In Monrovia aangekomen moest iedereen zich laten testen. Dat ging op zijn Liberiaans langs vijf loketten en bureautjes, waarvan de eerste een bank was waar ik 75 dollar voor de test moest deponeren. Dit verliep overigens allemaal vrij vlot. Minder vlot verloopt de uitslag van de test, want die moet ik nu, zes dagen later, nog steeds ontvangen.

Inmiddels, als ik dit schrijf, heb ik mijn derde test binnen 8 dagen (voor wederom 75 dollar) alweer te pakken, want om het land uit te komen, word je ook geacht COVID-vrij te zijn. Deze test vond plaats in een aan het stand gelegen Union Treatment Center, dat overigens beter geoutilleerd was dan de test locatie van die tandarts in Amsterdam-West. Deze keer is het resultaat wel op tijd binnen: negatief.

Testlocatie in Monrovia

Overigens zijn mensen met een diplomatenpaspoort vrijgesteld van testen. Zouden diplomaten per definitie immuun zijn?  (Wel natuurlijk volgens de Wappie-theorie: dat ze deel uitmaken van het wereldwijde complot van de elite om COVID-angst aan te wenden, de wereldbevolking zo onder de duim te houden, en er hun vriendjes ook nog goed aan te laten verdienen…).


Corona virus is real!!!


In Liberia, althans in de hoofdstad Monrovia waar ik deze week verbleef, wordt overigens flink aandacht besteed aan de gevaren van COVID. Affiches sporen de Liberianen aan om handen te wassen en een mondkapje te dragen. Over de drukste weg van de stad hangt een spandoek: met een citaat van H. E. Dr. George Manneh Weah (geen tandarts, maar president) CORONA VIRUS IS REAL!!! Bij publieke gebouwen, hotels, restaurants en supermarkten staan ontsmettingsmiddelen.


Dat er zo gehamerd wordt op beschermende maatregelen is overigens goed te begrijpen. De ebola-epidemie van 2014/ 2015 staat nog iedere Liberiaan in het geheugen gegrift. Op straat voor de hekken van overvolle ziekenhuizen stierven mensen. Zo’n 5000 geregistreerde ebola-doden telde het land. De paniek was enorm groot en de besmetting levensgevaarlijk. De COVID-epidemie lijkt daarbij vergeleken minder schokkend en aangrijpend. En zo op het oog (en oor) minder verspreid. Niet één Liberiaan die ik sprak kende iemand die COVID had gehad. Nu is het altijd uitkijken met dit soort waarnemingen, want malaria is veel voorkomend en symptomen kunnen vergelijkbaar zijn.


Is Afrika een risico of leermoment?


Er wordt gelukkig wél gevaccineerd in Liberia. In maart ontving het land 96.000 doses AstraZeneca vanuit het COVAX-programma. En er wordt een levering van 384.000 doses binnenkort verwacht. Een eerste begin in dit land waar ca. 4 miljoen mensen wonen. Het vaccin is gratis en op afspraak te halen. Ook Chinezen doen een duit in het zakje met het schenken van o.a. 180 ventilatoren, 50 zuurstof tanks, 19.400 mondkapjes en 100 thermometers.

Maar er heerst twijfel bij veel Liberianen die ik spreek. Je hoort argumenten als dat het virus toch niet wijdverbreid is en dat het warme klimaat hen minder bevattelijk maakt. Berichten in westerse media, zoals het voorpagina-artikel in het NRC van woensdag jl. (Niet vaccineren in Afrika is risico voor hele wereld), worden in Liberia niet gelezen… Wel berichten Liberiaanse kranten, die overigens maar in een kleine oplage verschijnen, over het wantrouwen dat er bestaat tegen vaccineren.

In het NRC van vandaag (8 mei) reageert microbioloog Rosanne Hertzberger hierop. Onder de kop ‘Houd uw medelijden en leer van Covid in Afrika’ relativeert ze voorzichtig de COVID-crisis die Afrika zou bedreigen. Ik ben microbioloog noch viroloog, maar zie in Liberia, een klein, arm land in dit enorme continent dat te makkelijk over één kam wordt geschoren, dat het vooralsnog (?) mee lijkt te vallen.      


Malversaties?


In de Liberiaanse senaat waren deze week veel kritische geluiden te horen over een rapport van de Presidential Taskforce on Covid-19, waarin werd gesteld dat 2,3 miljoen mensen voedselhulp hadden ontvangen, in de vorm van rijst, bonen en bakolie. Het gaat dan om kwetsbare families die in armoede leven en van de economische neergang vanwege COVID extra te lijden hebben. Het parlement had daarvoor 25 miljoen dollar ter beschikking gesteld, in samenwerking met het World Food Program van de VN. Uiteraard moest de distributie plaatsvinden door tussenpersonen, en daar heeft de oppositionele meerderheid in de senaat haar pijlen op gericht. Die tussenpersonen zouden daar buitensporig van geprofiteerd hebben. Zoals vaak werden in de senaat geen bewijzen geleverd voor de malversaties en ging men af op geruchten. De voorzitter van de taskforce ontkende uiteraard. Cynici merkten op dat de senatoren zich stil zouden hebben gehouden, als ze zelf ook wat graantjes mee hadden kunnen pikken.

Echter, een paar dagen later werd de ‘regeringscommissaris’ van een district in de provincie Grand Cape Mount op staande voet ontslagen, omdat hij met de voedselhulp gesjoemeld zou hebben.

Maar dat is helaas een bekend patroon. Als er gevallen van corruptie zijn, en die zijn er volop, en er is veel publiciteit over, wordt er ergens wel een schuldige gevonden. De ‘grote corruptie’, die onder president Weah welig tiert, gaat tot nu toe vrijuit. Het in maart verschenen rapport van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS is zeer kritisch over de corruptie en praktisch alle andere aspecten van de mensenrechtensituatie in Liberia.

Een citaat: The law provides criminal penalties for bribery, abuse of office, economic sabotage, and other corruption-related offenses committed by officials, but the government did not implement the law effectively. There were numerous reports of government corruption. Officials frequently engaged in corrupt practices with impunity.


President Weah steeds meer in het nauw


Weah zelf lijkt ook steeds meer in het nauw te komen. Zijn gebrek aan daadkracht, de coterie van ex-warlords en corrupte ex-politici die hij om zich heen verzamelt, de uitbreiding van zijn onroerend goed portefeuille, en de raadselachtige dood van enkele functionarissen die teveel van hem zouden weten, doen zijn positie en populariteit steeds meer verzwakken. De uitslag van de in december 2020 gehouden Senaatsverkiezingen wijzen daar ook op. Van de vijftien zetels die er te winnen waren gingen er elf naar de oppositie.

Rechtvaardige sociale en economische ontwikkeling, versterking van de democratie, bestrijding van de corruptie, respect voor mensenrechten: er is veel te doen in Liberia. Ik was er, zoals vaker de laatste jaren, om bij te dragen aan de activiteiten van NDI: een beter functioneren van politieke partijen (zie mijn voorgaande blogs). Dat programma houdt binnenkort op – al zal het waarschijnlijk een vervolg krijgen - en een aantal zaken moesten daarom afgehandeld worden. Daar valt weinig spectaculairs over te vermelden. Anders dan dat, net als in de rest van de wereld, de nodige veranderingen langzaam gaan. 

zaterdag 2 april 2016

Minister onder druk en parlementariërs met de billen bloot

De afgelopen week gebeurde er van alles in Liberia. De eerste Ebola-dode sinds een paar maanden moest helaas worden genoteerd. In Monrovia, de hoofdstad. Het bevestigt wat velen vreesden: het is erg moeilijk om de heftige Ebola-uitbraak van 2014/2015 voor 100% uit te roeien.

Onderwijsminister onder druk

Het plan van de minister van Onderwijs, Werner, om, weliswaar als pilot, 50 openbare lagere scholen in het land in handen te geven van Bridge International Academies, deed zeer veel stof opwaaien. Boze vakbond van leraren, een scherpe afkeurende reactie vanuit de Verenigde Naties, politieke partijen, kranten (‘Stupid Guy’ Werner) en radioprogramma’s: van alle kanten werd de minister aangevallen. Hij zou het openbare onderwijs, een publieke taak bij uitstek, privatiseren, leraren zouden met tablets uitgerust kinderen les moeten geven wat een te hoog gegrepen technologische sprong zou zijn, ouders zouden 6 dollar per maand moeten gaan betalen enz. 

Werner wordt ingezworen als minister (foto: FrontPage Africa)
De minister verdedigde zich door dit alles te ontkennen: de scholen bleven gratis (wat ze feitelijk nu ook niet zijn), Bridge zou onder de controle van de, overigens nauwelijks bestaande, onderwijsinspectie vallen en het was toch tenslotte maar een pilot. Het is een duivels dilemma. Het onderwijs, en dat wordt alom erkend, is van een erbarmelijke kwaliteit. Om het ‘van binnenuit’ te veranderen vereist een hercules-inspanning. Grootste struikelblok is de kwaliteit en mentaliteit van de leraren, Laagbetaald, ongeschoold, corrupt en liefdeloos voor het vak. Uiteraard geldt dat niet voor allemaal, maar wel voor een zeer groot deel. Het ministerie beklemtoont dat er van privatisering geen sprake is en dat de overheid de kwaliteitsbewaking van de Bridge-interventies ter hand zal nemen. Maar aangezien die kwaliteitsbewaking nu ook al bedroevend is, begrijpt niemand, hoe dat zou moeten gebeuren.

Omweg via Boston

En uiteraard is er een groot gebrek aan geld. De pilot aanpak van Bridge zou voor het eerste schooljaar 2016/2017, inclusief aanloop, 11,7 miljoen dollar gaan kosten. Zo’n 10,3 miljoen dollar daarvan gaat naar Bridge (een multinational uit Boston die in onderwijs ‘doet’) voor een groot scala van te verlenen diensten. Geld dat van donoren moet komen, maar dat volgens de criticasters beter rechtstreeks in het onderwijs gestoken kan worden, in plaats via een omweg in Boston, waardoor veel geld weglekt. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd.
In Kenia en Uganda is Bridge al enkele jaren actief. De resultaten zijn bemoedigend, maar er zijn ook twijfels over de aanpak, zoals uit dit artikel van de Engelse Independent blijkt. Of dit artikel uit de Mail Guardian Africa.

Website van Bridge International Academies
Gereedschapskist voor activisten

Er zijn ook goede zaken te melden. Zo produceerde NDI een ‘Step-down Toolkit on Legislative Engagement’. Een mondvol. Het is een handboek waarmee actieve belangen- en burgergroepen zich zelf kunnen trainen om beter onderlegd, met goede actiemiddelen en effectieve strategieën, voor hun zaak kunnen opkomen. Hoe ze parlementariërs onder druk kunnen zetten, de media kunnen gebruiken, een campagne moeten opzetten, buurtbewoners en dorpelingen kunnen organiseren enz. Het handboek is een neerslag van drie jaar NDI-activiteiten op het snijpunt van binnen- en buitenparlementaire actie, waarmee activisten aan de slag kunnen. De gereedschapskist heeft ook een digitaal ‘opbergvak’. Op een CD en USB stick zijn zo’n 70 ‘resource materials’ verzameld: video’s, powerpoint presentaties, werkboeken en allerhande andere les- en actiematerialen, uit alle hoeken van de wereld, die als stimulans en voorbeeld gebruikt kunnen worden. We organiseren de komende maand nog een viertal ‘train de trainers’ bijeenkomsten, waar we in totaal 100 mensen trainen die vervolgens in hun eigen dorp of actiegroep aan de gang gaan het geleerde in praktijk te brengen. Het handboek, met de ruim 70 hulpvaardige bijlagen is ook te vinden op de website van NDI.


Parlementariërs met de billen bloot

Positief is ook dat de ‘parliamentary monitoring’ organisatie IREDD die NDI ondersteunt en adviseert, haar rapport over 2014 heeft uitgebracht, ernstig verlaat door de Ebolacrisis van vorig jaar. Daarin wordt gerapporteerd wat de parlementariërs zoals hebben uitgespookt. Hoe vaak verschijnen ze op hun werk, doen ze in vergaderingen van het parlement hun mond open, dienen ze wetsvoorstellen in, stellen ze kritische vragen aan ministers enz. In Liberia houden de parlementariërs het liefst verborgen wat ze voor hun riante salarissen aan prestaties leveren. Maar nu gaan ze met de billen bloot. Het openbaar maken van hun activiteiten draagt bij aan de broodnodige transparantie, informeert kiezers over wat er met hun stem gebeurt én kan hen helpen met het uitbrengen bij een volgende stem. Het rapport over 2014 werd op een goed bezochte persconferentie gepresteerd, waarna het veel publiciteit genereerde. Het rapport over 2015 volgt volgende week. Wat naar verwachting een nog grotere publicitaire en politieke klap zal opleveren is de lancering van de ‘Liberian Lawmakers Watch’ website, eind april, waarop alle verzamelde informatie over de parlementariërs op toegankelijke wijze wordt gepresenteerd. Op dit moment werk ik hard met stafleden van IREDD om de website af te krijgen. De bèta-versie is al in de lucht, maar nog ‘under construction’. Het 2014 rapport, dat uiteraard verwerkt is in de digitale ‘scorecards’ van de individuele parlementariërs, is ook integraal op de website te vinden.



zondag 5 juli 2015

Ebola is terug en anders nieuws van deze week uit Liberia

(Van onze correspondent te Monrovia)

De Ebola is terug

Liberia is niet meer Ebola vrij. Er was verleden week een dode te betreuren en er zijn twee besmettingen. Het gaat om een drietal jonge mannen die samen hondenvlees zouden hebben gegeten. Volgens sommige berichten zou het zelfs om vlees van een opgegraven hondenlijk gaan. Het nieuws is een kleine week onder de pet gehouden. Uiteraard zijn de contacten van de drie nagespeurd: het zou om ca 135 mensen gaan. De traditionele genezer, waar de Ebola-patiënt die overleden is, zijn heil bij heeft gezocht, is voortvluchtig. Tot zover de bekende ‘feiten’ hoewel het altijd riskant is om in Liberia over feiten te spreken die je niet met eigen ogen heb aanschouwd. Het is een zware tegenvaller voor het land dat, anders dan de buurlanden Guinee en Sierra Leone, Ebola-vrij was, omdat het na een valse start met veel internationale hulp de zaak goed op de rails had gekregen. De Ebola Treatment Units zijn bijna allemaal ontmanteld en de internationale gezondheidswerkers naar huis. Toen de Ebola-dode bekend werd,  togen hun Liberiaanse collega’s naar het ministerie van volksgezondheid om hun achterstallige salarissen op te eisen. Kortom, de spanningen zijn niet van de lucht.


Winst voor de negende straat

De negende straat heeft het voetbaltoernooi gewonnen, dat afgelopen weekend is georganiseerd in de achtertuin van George Weah. De voetballegende heeft een huis schuin tegenover ons, waar hij overigens zelden is, en achter zijn huis is een voetbalveldje waar vaak op wordt gevoetbald. Deze keer dus een toernooi van elftallen uit de buurt, die met zes tegen zes in zand en modder tegen elkaar hartstochtelijk speelden. De finale werd door zeker honderd buurtbewoners bijgewoond en de hoofdprijs was een echte beker. Als enige witten werden we vriendelijk doch dringend gevraagd met de winnaars op de foto te gaan en de organisator vroeg of wij konden helpen bij het vinden van een sponsor. Daarbij gaat het niet zozeer om geld, maar om spullen: shirtjes, broeken, schoenen en ballen. Suggesties zijn welkom! (Ik zou graag een team in een Feyenoord-shirt steken, maar ik verwacht uit Rotterdam daar weinig medewerking van, nadat ik vorig jaar de documentaire op het IDFA zag over Leonardo, de Braziliaan die op jonge leeftijd naar Rotterdam kwam in een… Ajax-shirt omdat Feyenoord weigerde het op dat moment voor hen onbekende talent een Feyenoord-shirt te geven!)


Verplichte zomervakantie leidt tot grote woede

Afgelopen donderdag vond er een demonstratie plaats van boze onderwijzers, boze ouders en boze leerlingen. De president had namelijk besloten, daarbij gesteund door de kersverse minister van onderwijs, om de scholen vanaf eind juli tot begin september zes weken te sluiten. Op zich is dat ook de normale vakantieperiode, maar omdat tijdens de Ebola-uitbraak de scholen maandenlang dicht waren, was aanvankelijk besloten om deze keer geen zomervakantie te houden, om zo de achterstand in te lopen. Dat besluit is dus weer terug gedraaid, waarbij tevens werd bepaald  dat alle leerlingen automatisch overgaan naar het volgende jaar behalve twee jaargangen.  Een dergelijke ondoorgrondelijke besluitvorming is typerend voor Liberia. Omdat daarmee de, veelal straatarme, ouders van de verplichte zittenblijvers twee keer schoolgeld voor hetzelfde jaar moeten betalen, ontstond er grote woede. Ook in Het van Afgevaardigden, waar een grote meerderheid de protesten steunde en via een motie de president sommeerde voor de plenaire vergadering te verschijnen om verantwoording af te leggen. Iets wat zelden voorkomt; en dat wil de president zo houden, want ze maakt tot nu toe weinig aanstalten. Tijdens de demonstratie, die voor haar kantoor plaats vond, kwam ze naar buiten en nodigde de leiders van de demonstratie uit om met haar binnen de zaak te bespreken. Daarmee lijkt de kous af, maar dat weten we volgende week pas zeker, als het Huis zich daarbij neer zou leggen.


Amerikaans bezoek in Monrovia

Deze week bezocht een delegatie van het Amerikaanse House of Representatives Liberia. Het ging om stafleden van parlementariërs, die lid zijn van de commissie die zich inzet voor het House Democracy Partnership (HDP). Dit partnership beoogt banden te versterken tussen het Amerikaanse House en parlementen van een aantal ontwikkelingslanden, vooral door het organiseren van trainingen voor parlementariërs en stafleden. Zoals voorzitters van parlementscommissies die in Washington zien hoe dat daar werkt of stafleden die leren hoe je een hoorzitting organiseert. Maar soms ook anderszins, zoals in Liberia, waar het Amerikaanse congres de inrichting van de bibliotheek van het parlement heeft verzorgd.  Omdat het HDP tien jaar bestaat, kwam er een delegatie langs om te evalueren: wat hebben die trainingen opgeleverd, hoe gaat het met de bibliotheek en wat is er nodig en mogelijk voor de toekomst. Omdat NDI betrokken is bij dit HDP, was het bezoek door NDI georganiseerd, en waren wij twee dagen met de delegatie op stap. Er werd met stafleden en parlementariërs gesproken die deelgenomen hadden aan die werkbezoeken en trainingen, die veelal in Washington, maar soms ook in een Afrikaanse hoofdstad plaats vonden. Er was een lunch -met discussie – met vrouwelijke parlementariërs en vrouwenorganisaties. En een bezoek aan een wijk in Monrovia waar tijdens de Ebola-crisis een kamerlid bijzonder actief was geweest, die daar hartstochtelijk over vertelde. De delegatie ging met veel verschillende indrukken het vliegtuig in, maar de overheersende was dat er nog heel veel moet gebeuren om van het Liberiaanse parlement een ware volksvertegenwoordiging te maken die onkreukbaar met een scherp oog voor de grote noden in het land zijn wetgevende en controlerende taak waar maakt.


zaterdag 13 juni 2015

Vechten met de film tegen Ebola

Ik heb al eerder over de cinema in Liberia geschreven, die langzaam probeert uit de kinderschoenen, of beter gezegd, de wieg, te komen. Ruim een jaar geleden werd het eerste Kriterion Filmfestival georganiseerd (zie mijn blog van 23 februari 2014) dat natuurlijk voor een Amsterdammer met een cineville-pas (althans die had ik voor ik naar Liberia ging) een hele speciale klank heeft. De studentenbioscoop uit de Roetersstraat was inderdaad een inspirator voor de organisatoren van dit festival, waarvan enkele ook stage hadden gelopen in deze Amsterdamse bioscoop. Het Kriterion-initiatief werd trouwens ook ondersteund door de Nederlandse NGO SPARK (develops higher education and entrepreneurship to empower young, ambitious people to lead their conflict affected societies into prosperity) die ook in Liberia actief is.

Using film as a tool for social change

Afgelopen donderdag was er weer een filmfestival, deze keer georganiseerd door het Liberia Film Institute, in het auditorium van de Universiteit van Liberia. Onder het motto ‘Using film as a tool for social change, we fought Ebola through film’’ werden vijf documentaires en zes  speelfilms vertoond die alle de strijd tegen Ebola behandelde. Het waren korte films, tussen de 5 en 10 minuten, gemaakt door jonge Liberiaanse cineasten. Het AccountabilityLab, een Amerikaanse NGO, traint en ondersteunt Liberiaanse filmmakers, o.a. bij dit Ebola-project. Op de site van het AccountabilityLab vind je de bio’s van de meeste filmmakers.
Ongeveer honderd mensen waren aanwezig in de verduisterde zaal, waar de films vanaf een laptop werden geprojecteerd op een gespannen wit laken. Elke filmmaker (5 mannen, 4 vrouwen) hield een kort praatje voordat  de eigen film werd vertoond.

Demonstratie van Ebola-gezondheidswerkers om hun salaris uitbetaald te krijgen
De documentaires hadden verschillende invalshoeken. Een documentaire (Labor Workers) belichtte de benarde situatie van gezondheidswerkers die in moeilijke en gevaarlijke omstandigheden moesten werken en nog steeds op en deel van hun salaris zitten te wachten. Transport Condition laat zien hoe groot het verschil is tussen theorie en praktijk. Tijdens de Ebola-crisis waren strenge regels van kracht voor het openbaar vervoer, dat vooral uit taxi’s en een paar bussen bestaat: niet meer mensen dan zitplaatsen. De film toont onbarmhartig hoe zo’n achter het bureau bedachte regel onhoudbaar is in een stad als Monrovia waar het openbaar vervoer volstrekt ontoereikend is. Uit alle macht proberen mensen een plaats in een bus te veroveren, terwijl de buschauffeur de strenge regels aanhaalt en constateert dat de passagiers er zich niets van aantrekken. Een hilarische documentaire, zij het over een dodelijk onderwerp.


Ebola-overlever

De beste documentaire vond ik Survivor, van Helena Chowoe, waarin buren van een Ebola-overlever vertellen over mijnheer Kromah, die voordat hij ziek werd alom werd gerespecteerd. Tijdens zijn  ziekte zagen ze hem niet: hij was opgenomen in een Ebola Treatment Unit. Nadat hij een certificaat als Ebola-overlever had ontvangen keerde hij weer terug, maar niet onmiddellijk. Er gold een termijn van drie maanden, waarin afstand moest worden bewaard, waar de buren eigenhandig nog drie maanden aan vastknoopten. Maar uiteindelijk werd Kromah weer in de armen gesloten. De documentaire laat goed zien hoe moeilijk het is om in zo’n situatie te laveren tussen compassie met iemand die je respecteert en rekening houden met je eigen kwetsbaarheid.

Mr. Kromah
Overacteren en clichés

De zes speelfilms, die hier terecht dramas worden genoemd, beeldden in letterlijk hartverscheurende taferelen uit hoe ziek Ebola-patiënten waren en paniekerig de familieleden en buren daarmee omgingen. De meeste films hadden het thema seks als besmettingsgevaar genomen, waarbij de onverantwoordelijke, er op los neukende man, als boosdoener werd neergezet en zijn vrouwen als slachtoffers. Overacteren en clichés werden niet geschuwd. Ik vond er niet veel aan, maar de Liberianen in de zaal (ongeveer de helft, de andere helft bestond uit expats) leefden enorm mee en hadden reuze lol bij scenes, waarin de vrouwen lagen te creperen en de mannelijke dader als een nietsvermoedende sul werd neergezet. Ik weet niet zeker of de maker dit effect beoogde, maar als het betekent dat de boodschap is overgekomen, lijkt me dat winst.  

De vertoonde films zijn allemaal op het You Tube-kanaal van het Liberia Film Institute te zien. Gun jezelf een ‘Liberia screening’!

Helena Chowoe regisseerde 'Survivor' 


'

zaterdag 18 april 2015

President neemt Liberiaanse Rekenkamer niet serieus

Het rapport van de Liberiaanse rekenkamer over de besteding van Ebola-gelden, waar ik vorige week in mijn blog over schreef, heeft deze week nogal wat publiciteit opgeleverd in de Liberiaanse kranten. Een krant drukte een groot deel van de bevindingen integraal af, wat op mij toch meer als journalistieke luiheid overkomt, dan serieuze berichtgeving. Rapporten van rekenkamers plegen doorgaans, ondanks de pittige zaken die soms worden onthuld, door het ambtelijke taalgebruik niet tot lezen uit te nodigen. Wat dat laatste betreft: de strijd die de voormalige Nederlandse Ombudsman Brenninkmeijer  nu in EU verband voert, als lid van de Europese Rekenkamer, tegen onleesbare rapporten verdient alle navolging. Lees hier zijn interview in de Volkskrant van vorige week.

Rekeningen nummeren

Mijn goede vriend Peter Sertons, voorzitter  van enkele  (Nederlandse) gemeentelijke rekenkamers, vroeg me of er ook aanbevelingen in het rapport van de Liberiaanse rekenkamer stonden. Het antwoord is ja en nee. Per geval wordt er wel een aanbeveling gedaan, maar dat is steeds in de trant van: dienst  x moet de rekeningen goed nummeren, ambtenaar  y moet het bedrag van 10.000 dollar aan  uitgaven voor benzine alsnog verantwoorden en minister Z moet de aanbestedingen volgens de regels laten verlopen. Ambtenaren en ministers worden overigens wel met name genoemd. Maar er worden geen aanbevelingen gedaan die meer structureel van aard zijn. Dat zal komen omdat  in de inleiding van het rapport de rekenkamer  stelt dat op grond van het uitgevoerde onderzoek onvoldoende bewijsmateriaal kon worden gevonden om een conclusie te onderbouwen. Daarmee wordt vooral gedoeld op de gebreken die de rekenkamer heeft geconstateerd met betrekking tot een verantwoording van gedane uitgaven. Immers, ruim 10% van de uitgaven kon niet  of onvoldoende worden verantwoord, maar daarmee is nog niet gezegd, zo lijkt de rekenkamer te willen zeggen, dat er gefraudeerd is of op andere manier onrechtmatig is gehandeld. Als dat zo is zijn er natuurlijk andere maatregelen nodig dan aanmoedigingen om rekeningen te nummeren.

President Johnson-Sirleaf
Waar is het busje?

Intussen heeft de president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf als een adder gebeten op het rapport gereageerd tijdens een media meeting. Hoewel ze toegaf het rapport nog niet te hebben gelezen, maar er over gebriefd was door haar ambtenaren, weersprak zij  suggesties dat er iets mis gegaan zou zijn en hamerde er op dat in die eerste maanden van de Ebola crisis  de paniek groot was. (Zoals verleden week beschreven gaat  het rapport slechts over een beperkte periode en over een beperkt deel van beschikbaar gestelde gelden voor de Ebola-bestrijding.)
Nu heeft ze ongetwijfeld een punt: de paniek was groot en er moest snel worden gehandeld. En dus, zo stelde ze,  moet er niet worden gezeurd als de regels m.b.t. het aanschaffen van een busje (nl. een aanbestedingsprocedure  met drie prijsaanbiedingen) niet werden gevolgd. Dat busje moest er snel komen om hulpverleners te vervoeren, de procedure volgen zou weken hebben geduurd, en mensenleven hebben gekost.
Daarin heeft ze natuurlijk gelijk, maar ze heeft geen punt. Het busje wordt wel genoemd in het rapport: de rekenkamer (GAC) kon het aanvankelijk niet vinden, maar nadat het Ministerie van Volksgezondheid (MOH) had meegedeeld  ‘It is presently located in the yard
of the MOH Central office awaiting repair. GAC is welcome to physical verify this bus
is, where is’ constateert de rekenkamer, nadat ze op 3 april daar een kijkje heeft genomen: ‘the issue of the fifteen seater bus is resolved’.


De rekenkamer constateert weliswaar dat een aantal keren de juiste procedure bij een aanschaf niet is gevolgd. Maar de kamer is kritischer op andere kwesties zoals de vele uitkeringen die aan ambtenaren zijn gedaan zonder dat er sprake scheen te zijn van enige Ebola betrokkenheid, materialen en apparaten die zijn gekocht en onvindbaar zijn, valse rekeningen, de bijna 700.000 dollar die het Ministerie van Defensie heeft ontvangen, maar niet kan verantwoorden enz. De president laat met haar reactie zien weinig trek te hebben om zich te verantwoorden. En dat draagt er toe bij, en praktisch alle kranten wezen daarop, dat er niets terecht is gekomen van wat zij bij haar eerste uitverkiezing in 2006 als topprioriteit de Liberianen voorspiegelde: een compromisloze bestrijding van de diep gewortelde en wijd verspreide corruptie

Urgentie

Hoe nu verder? Het rapport is toegestuurd aan de voorzitters van het Huis van Afgevaardigden en van de Senaat met het verzoek dat beide Kamers de implementatie van de aanbevelingen in het rapport met urgentie ter hand nemen. Op zich een logische aanbeveling in de zin dat verantwoordelijke ministers ter verantwoording moeten worden geroepen. Maar gezien de veelal zeer gedetailleerde  aanbevelingen, en het gebrek aan conclusies die het wezen raken van de fragiele staat die Liberia is –en hoe dat te verbeteren- vrees ik dat er weinig zal gebeuren. Wellicht dat nieuwe rapporten van de rekenkamer –en van internationale organisaties- over de besteding van alle Ebola-gerelateerde gelden over de volle periode daar verandering in gaan brengen.

zaterdag 11 april 2015

De Liberiaanse rekenkamer maakt een bescheiden begin met het onderzoek naar besteding van Ebola-gelden

Deze week is dan eindelijk het rapport verschenen waar velen in Liberia naar hebben uitgekeken. De General Auditing Commission (GAC), de Algemene Rekenkamer van Liberia, heeft in een 96 blz. tellend rapport uitgezocht waar de overheidsgelden door de National Ebola Task Force (NETF), na de uitbraak van Ebola in augustus 2014,  aan zijn uitgegeven. De NETF was door de regering in het leven geroepen om  het Ebola-virus gecoördineerd vanuit de Liberaanse overheid aan te pakken. In een dergelijke situatie wordt al snel beweerd dat het vooral strijkstokken en diepe zakken zijn, waar dat geld terecht komt, dus de roep om verantwoording was luid en duidelijk, ook van de zijde van het parlement.
Met dit rapport, dat hier te downloaden is, is een goede eerste, maar ook bescheiden stap gezet. Want er wordt slechts een zeer beperkt deel van de geldstroom onderzocht, nl. het geld dat door de NETF  werd uitgegeven.  En dan nog alleen van de eerste drie maanden: augustus – oktober 2014. Terwijl de grote (vooral internationale) geld- en goederenstromen daarna op gang kwamen en hun weg vonden via allerlei andere kanalen dan de NETF.
Illustratie: Front Page Africa
Uit het rapport blijkt dat er $19,6 miljoen is binnengekomen in de drie maanden, waarvan er $14 miljoen is uitgegeven. In een bijlage worden de donoren genoemd: veelal ministeries, maar ook particulieren en enkele (ook werknemers van) bedrijven. Internationale donoren ontbreken.
De uitgaven worden minutieus onderzocht en beschreven of ze gedekt zijn door contracten, rekeningen  en/of bonnetjes. Bovendien zijn ambtenaren van de rekenkamer op stap gegaan om met eigen ogen te zien of de aangeschafte goederen, zoals auto’s en generatoren, ook bestaan. Daarnaast worden man en paard genoemd als er iets niet klopt. Zo bevat het rapport een lange tabel (nr 6, blz. 21-23) met 68 namen van ambtenaren van de immigratiedienst die allemaal geld hebben ontvangen, zonder duidelijk is waarvoor. Een aantal van hen bleek ook niet te traceren, wat voor Front Page Africa aanleiding was om van ‘Ghosts Immigration Officers’ te spreken. De dode zielen van Gogol zijn overal.

$30.050 voor een persconferentie

Volgens de rekenkamer is zo’n $1,5 miljoen van de uitgaven (ruim 10%) niet verantwoord door gebrek aan ‘allowance distribution records and other supporting documents, unreported fuel balances, fuel purchases without evidence of distribution, unverified fixed assets and negative
confirmation by third party among others’. Uit het rapport blijkt dat 10.800 gallons aan benzine zijn verdwenen (half miljoen dollar), zeven aangeschafte generatoren ($1000) onvindbaar waren, drie auto’s (ongetwijfeld 4-wheel-drives) zonder Ebola-noodzaak door het ministerie van Binnenlandse Zaken waren aangeschaft, een groot bedrag aan kostenvergoedingen aan ambtenaren was uitbetaald enz. Het Ministerie van Defensie scoorde  van alle onderzochte overheidsinstanties het slechtst. Maar liefst $672.617,56 was uitgegeven zonder dat enige verantwoording kon worden gegeven waar aan.
Veel aandacht is uitgegaan, ook in de pers, naar de $30.050 die het Britse PR-Bureau BTP advisers heeft ontvangen. Dit bureau heeft blijkens  zijn website –en google-zoek-resultaten- nogal wat Afrikaanse opdrachten en connecties.  In het rapport schrijft de rekenkamer dat niet te achterhalen is welke dienst is geleverd, behalve dan de rekeningen die er door het PR-Bureau zijn ingediend, waarvan er een in de bijlagen is opgenomen. ‘International Communications Support’ is de geleverde dienst volgens BTP.  Front Page Africa schrijft dat daarvoor tenminste één persconferentie is georganiseerd.
In Monrovia wordt weer aan feestvieren gedacht.
De laatste bijlage in het rapport laat een methode zien die (ook) in Liberia wordt gebruikt om wat geld bij elkaar te sprokkelen. Het Montserrado County Health Team heeft blijkbaar een vals bonnetje voor het drukken van 256 geplastificeerde identiteitskaarten overlegd aan de rekenkamer. Het bedrijf dat ze geleverd zou moeten hebben, Excellent Graphic World Inc., schrijft in de brief nooit die kaarten te hebben gedrukt. De imaginaire kosten bedroegen 230.400 Liberties (zoals de Liberiaanse dollar wordt genoemd) oftewel bijna 3000 Amerikaanse dollars.

Karel Doorman

Het rapport is, zoals gezegd, een bescheiden eerste stap. Het geld dat wel verantwoord werd uitgegeven is  vooral besteed aan zaken als benzine, dagvergoedingen, catering, kantoorspullen en materialen voor het begraven van slachtoffers. Het is niet besteed aan activiteiten om de Ebola te bestrijden; een taak waarop de Liberiaanse overheid totaal niet berekend was, zoals later ook door de president van Liberia is erkend. De vraag of dat  geld ook doelmatig en efficiënt is besteed,  wordt helaas niet door het rapport van de rekenkamer beantwoord. Dat is wellicht op dit moment wat te veel gevraagd. Maar het is te hopen dat er een onderzoek komt naar de besteding van alle Ebola-gelieerde hulpgelden- en goederen. Ongetwijfeld zal een deel daarvan in verkeerde handen gevallen zijn. Maar er kan van geleerd worden hoe de overheid op een integere wijze zijn taken kan vervullen. Niet alleen in tijden van een unieke crisis, maar ook in ‘gewone’ tijden, die voor een land als Liberia al zwaar genoeg zijn om het hoofd te kunnen bieden. 

De Karel Doorman in de haven van Monrovia
En niet alleen Liberia kan er van leren. Het geldt ook voor de internationale donoren en hulporganisaties waar veel mis kan gaan. Zo las ik gisteren nog een opiniestuk in de Volkskrant van een Nederlander die in Sierra Leone werkzaam is (tropenarts Jacob van der Ende). Een groot deel van de trots door de Karel Doorman geleverde hulpgoederen zouden nog opgeslagen liggen in pakhuizen, omdat blijkbaar niemand zich heeft afgevraagd hoe deze goederen zó handzaam aan te leveren, dat ze snel gedistribueerd kunnen worden.


zondag 15 maart 2015

Droevige en omstreden National Holidays in Liberia

Het was deze week Decoration Day in Liberia, één van de 12 National Holidays, een vrije dag voor diegenen die werk hebben. Op Decoration Day, de tweede woensdag in maart,  worden de doden in ere gehouden. De graven van de overleden (groot)ouders worden geschilderd, met bloemen versierd en er wordt tegen hen gesproken in de hoop dat de gestorvenen hier ‘iets’ mee doen in het hiernamaals. In deze Ebola periode, hoewel je langzaam maar zeker van een post-Ebola kunt gaan spreken, had Decoration Day een dramatische lading. Veel  van de rond de 4000 aan Ebola overleden Liberianen zijn niet begraven, maar gecremeerd, wat een hard gelag was voor de families. Want in de grond begraven is de traditie. Het cremeren werd echter na een chaotisch begin van de strijd tegen de Ebola de standaard, omdat het lijk van een Ebola-patiënt te vergelijken is met een virusbom. De razendsnelle verspreiding van het virus in augustus vorig jaar was vooral te wijten aan de traditionele manier van afscheid nemen van een overledene: lijkwassing, omhelzen en nog het liefst een paar weken boven de grond, alvorens hem of haar te begraven.
Op deze Decoration Day werden dus ook de speciaal aangelegde begraafplaatsen bezocht waar zowel de stoffelijke resten als de asresten van de Ebola-slachtoffers liggen.

Lijsten van Ebola-slachtoffers op de begraafplaats buiten Monrovia.
Spookstad

Buiten Monrovia ligt zo’n Ebola-begraafplaats. Een deel bestaat uit graven met aparte velden voor moslims, christenen en aanhangers van de traditionele natuurgodsdiensten. De lijken in deze graven zijn ingepakt in speciale zakken die het virus ‘binnen’ houden.  Daarnaast is er een speciaal huisje waarin het as van de gecremeerde overleden Ebola-patiënten ligt. Het hoeft geen betoog dat dit voor de nabestaanden hard te verduren is. Het as ligt door elkaar heen en er is geen graf dat verzorgd kan worden. Er wordt nagedacht over een speciale Ebola-herdenkingsdag, speciaal voor de gecremeerde slachtoffers.   

Graven op de Ebola-begraafplaats.
Op de grootste ‘gewone’ begraafplaats van het land, de Palm Grove Cemetry, die midden in het centrum van Monrovia ligt, wordt Decoration Day overigens minder uitbundig gevierd. Het  ommuurde, zeer grote kerkhof staat bekend als een spookstad, waar criminele bendes de graven leegroven. Ook de levenden zijn hier niet veilig: menig argeloze bezoeker is er beroofd. In de kranten wordt er regelmatig schande over gesproken: de Liberiaans overheid slaagt er al nauwelijks in de levende Liberianen een veilig bestaan te bieden, politie en justitie zijn de meest corrupte overheidsinstellingen, maar dat dit zelfs ook voor de doden geldt is voor velen niet aanvaardbaar.

Huisje met het as van de gecremeerde Ebola-slachtoffers.
Vrijgemaakte slaven

Nu ik dit schrijf, zondag 15 maart, is het wederom een National Holiday. En omdat die op een zondag valt, is morgen iedereen vrij. Valt die op een zaterdag, dan is vrijdag de dag die zijn naam eer aan doet. Vandaag wordt herdacht dat op 15 maart 1809 Joseph Roberts werd geboren in Norfolk, Virginia. Zijn vader was een plantage-eigenaar die  van Wales naar de VS was geëmigreerd, zijn moeder was een van de slavinnen-bijvrouwen van deze planter, die haar en hun zeven kinderen, de vrijheid gaf. Eenmaal vrij trouwde zij met een vrijgemaakte slaaf, James Roberts. In 1829 scheepte de dan 19-jarige Joseph Roberts zich met zijn moeder en vijf broers en zussen in op een boot van de American Colonization Society naar de kust van West Afrika, om zich als kolonisten te vestigen en het christelijke geloof te verspreiden. En hier begint die bijzondere geschiedenis van Liberia, het land dat gesticht werd door vrijgemaakte Amerikaanse slaven. Eenmaal in Monrovia begon Roberts een exporthandel in palmolie, ivoor en hout naar Amerika. Hij werd hij de high sheriff van Liberia en was verantwoordelijk voor militaire acties om belasting te innen bij de inlanders en het neerslaan van opstanden van hen tegen de Amerikanen die zij als koloniale indringers beschouwden. Hij maakte snel carrière in de American Colonization Society, dat Liberia bestuurde en werd benoemd tot de eerste zwarte gouverneur. In 1846 schreef hij een referendum uit, waarbij voor onafhankelijkheid werd gekozen en een jaar later, na verkiezingen, kon Roberts worden geïnstalleerd als de eerste president (1848-1856) van Liberia.  In 1872 werd hij opnieuw gekozen, hij stierf in 1876 in het presidentieel harnas. (Zie verder de Engelse Wikipedia).

Joseph Roberts, eerste president van Liberia
Deze ontstaansgeschiedenis van Liberia schrijnt nog steeds. Voor de Liberianen van Amerikaanse afkomst is Roberts een held. In hoogdravende bewoordingen gaf de president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf, deze week een verklaring uit waarin Roberts wordt geëerd als stichter van de natie, een eminent staatsman die door zijn ‘moed, volharding, onzelfzuchtigheid en toewijding aan de principes en idealen’ een inspiratiebron is voor alle Liberianen.

Sociale ontwikkeling

Veel autochtone Liberianen die kennis hebben van de geschiedenis van hun eigen land denken daar heel anders over. Zij beschouwen de heersende, huidige elite van Americo-Liberianen als erfgenamen van Roberts. De man die de basis legde voor een land, waar de autochtone bevolking  als tweederangs burgers werd en wordt behandeld. Een land dat wordt  bestuurd door een hechte groep die zich zelf verrijkt en de overgrote meerderheid in armoede en onwetendheid ondergedompeld laat. Ik denk dat de werkelijkheid minder zwart-wit is. Je ontmoet hier veel Americo-Liberianen die integer bijdragen aan de ontwikkeling van hun land. En een deel van de elite bestaat uit autochtone Liberianen die zich wonderwel soepel hebben aangepast aan de heersende elitaire mores:  hun kinderen naar Amerikaanse universiteiten sturen, daar zelf een tweede huis hebben en ijverig geld en kennis exporteren naar de VS. En dan is er anno 2015 natuurlijk een heel grote groep Liberianen die niet meer eenvoudig een etiket kunnen worden opgeplakt van óf autochtoon óf Americo-Liberiaan.
De corruptie tiert welig door alle sociale lagen en etnische groepen heen. Buitenlandse bedrijven slepen natuurlijke hulpbronnen het land uit. Een gesloten groep van Libanezen heeft de harde economie in handen: supermarkten, autodealers, import van (elektronische) consumptiegoederen, hotels en woningen en kantoren die aan expats en internationale organisaties worden  verhuurd. En inderdaad, er is een machtige  elite die bij dit alles baat heeft. De o zo noodzakelijke  sociale ontwikkeling moet met al deze factoren rekening houden, en waar nodig harde correcties aanbrengen, maar kan alleen succesvol zijn als de focus gericht is op werk, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting voor het overgrote deel van de Liberianen – en daar samen met hen aan te werken.


zaterdag 7 maart 2015

Chinezen, Chiefs en de Europese Unie in het post-Ebola tijdperk

De laatste Ebola-patiënt in Liberia heeft deze week een Ebola Treatment Unit (ETU) verlaten, die was gelegen op het terrein van het nationale sportstadion in Monrovia. De ETU werd door de Chinezen gerund en dus was de Chinese ambassade vertegenwoordigd in de  persoon van Pang Hanzhao om de 59-jarige Beatrice Yardoldo uit te zwaaien, die 15 dagen was geobserveerd door een team van Chinese militaire artsen en Liberiaanse verpleegsters. Pang haalde volgens de Daily Observer een oud Chinees gezegde aan dat wie eenmaal een grote ramp heeft overleefd, voorbestemd is voor het eeuwige geluk, maar deze Oosterse wijsheid lijkt me niet besteed aan Liberianen die van de ene grote ramp (burgeroorlog) in de volgende (Ebola) terecht zijn gekomen. Realistisch voegde hij er dan ook aan toe dat China in het post-Ebola tijdsgewricht aanwezig zal zijn om aan het herstel van Liberia bij te dragen. Dat kan heel goed door de Liberiaanse overheid te leren hoe het over zijn eigen natuurlijke hulpbronnen kan beschikken, maar dat zei hij er niet bij.

De traditionele chiefs spreken zich uit tegen de tradities

In deze zelfde week kwamen in Bong County de traditionele chiefs van Liberia bijeen. Deze chiefs zijn in de vele dorpen die Liberia telt de ‘natuurlijke’ gezagsdragers die een grote invloed hebben op de dagelijkse gang van zaken. En aangezien de verspreiding van Ebola vooral werd gestimuleerd door onwetendheid en het gebruik van oude gebruiken, was het een goede zet van UNICEF om deze mannen en een enkele vrouw bijeen te halen. En dan vooral uit de provincies die grenzen aan de buurtlanden Guinee en Sierra Leone, waar de Ebola nog niet bedwongen is. 

Traditionele chiefs in Bong (Foto: Daily Observer)
De chiefs beloofden dat ze er op zullen toezien dat de doden niet meer worden gewassen, het eten van vlees uit het oerwoud (apen, vleermuizen) zal stoppen en er een eind komt aan Poro en Sande activiteiten. Deze laatstgenoemde zijn geheime genootschappen die met name (maar niet alleen) in afgelegen dorpen initiatierituelen en duistere machtsstructuren in stand houden, waar de (overigens uiterst zwakken en corrupte) justitie en politie geen enkele greep op (willen) hebben. Het waren mooie beloften van de chiefs, die ze hopelijk niet snel vergeten.

Papa God please help our leader

De president van Liberia, Ellen Johnson Sirleaf, was deze week in Brussel om een Ebola-conferentie bij te wonen over sociale en economische ontwikkeling in de landen die door de Ebola zijn getroffen. Op die conferentie werd bekend gemaakt dat de EU en de lidstaten tot nu toe samen 1,2 miljard euro hebben uitgetrokken om de Ebola-crisis in West-Afrika te bestrijden.
De Liberiaanse president was ook in Brussel voor de ondertekening van een vijfjarig programma dat de Europese Unie met Liberia gaat uitvoeren met als speerpunten: onderwijs, landbouw, goed bestuur en energie. Daarvoor stelt de EU 279 miljoen euro beschikbaar. 

EU-ambassadeur Tiina Intelmann (Foto: Daily Observer)
De  EU-ambassadeur in Liberia, de Estlandse  Tiina Intelmann, sprak de hoop uit dat deze cruciale prioriteiten in goede samenwerking met Liberia kunnen worden uitgevoerd om op korte en lange termijn bij te dragen aan herstel in Liberia. Op het  blog van de Daily Observer leidde dit bericht tot een wat ander geluid van een lezer: ‘Another money to liberia again papa God please help our leader and direct then, because money send by EU in the past has not benefit the liberian people.’
Deze lezer verwoordt wat velen in Liberia denken en veel internationale organisaties ook weten. De zwakke en corrupte overheid van Liberia kent vele strijkstokken en diepe zakken waar (uiteraard niet álle) hulpgelden in verdwijnen. De zwakte van de internationale hulp, hoe zeer die vaak terecht is gericht op skill building  en structurele verbeteringen, is dat er niet wordt samengewerkt in een krachtige anti-corruptie aanpak, Daarnaast is een gecoördineerde aanpak (afstemming, synergie, taakverdeling) noodzakelijk, die de Liberiaanse overheid geen andere keus biedt dan de levensomstandigheden van de grote massa te verbeteren. En om terug op die Chinees te komen: dat van die natuurlijke hulpbronnen geldt ook voor vele westerse landen en bedrijven.



zondag 22 februari 2015

Terug in Liberia

Een week ben ik nu –gelukkig- weer terug in Liberia. De organisatie waarvoor ik werk, achtte de situatie veilig genoeg om de verantwoordelijkheid op zich te kunnen nemen voor mijn terugkeer. De Ebola lijkt onder controle, de gezondheidszorg staat weer open voor ‘normale’ ziektegevallen en er zijn weer regelmatig internationale vluchten, zij het in een beduidend mindere frequentie dan vóór de uitbraak van de Ebola.
Is Liberia veranderd? Ja en nee. Veel lijkt te functioneren, zoals gebruikelijk. Taxi’s rijden, winkels en markten verkopen de gebruikelijke producten, kantoorpersoneel zit achter het bureau, hotels en restaurants bestaan bij de gratie van expats en de kranten staan vol met een mix van corruptieschandalen, de mysterieuze moord van een klokkenluider en oprispingen van parlementariërs. 


Maar in veel  merk je ook dat de Ebola (9000 besmettingen en 3900 doden) zijn  sporen heeft achtergelaten. Het handen schudden en omhelzen wordt achterwege gelaten, terwijl Liberianen doorgaans behoorlijk aanrakerig zijn. Handen wassen met chloorwater bij winkels, restaurants en kantoren is normaal. De prijzen zijn fors gestegen, zowel op de markt als in winkels en de paar supermarkten. De populatie van de expats is van samenstelling veranderd: je ziet vooral veel mensen met een WHO-shirt of auto’s van Médecins du Monde. De helikopters die gebruikt werden voor vervoer van Ebola-patiënten vliegen nog af en toe voorbij. En berichten over nieuwe Ebola-gevallen duiken helaas weer op. Zoals dat over de Ebola-patiënt in een ziekenhuis een paar straten verderop, waar pas na een paar dagen Ebola werd geconstateerd, en de patiënt helaas overleed. Acht verpleegkundigen moeten nu drie weken in quarantaine.

Lessen geleerd?

Ook op mijn werk  geldt dat de Ebola nog niet achter de rug is. Er is een uitgebreid protocol waar het personeel zich aan moet houden, de standaard voor de hygiëne is verhoogd, bij de deur staat de emmer om de handen te wassen en de temperatuur van een ieder wordt bij binnenkomst gemeten met zo’n futuristisch thermometerpistool, dat met een laserstraal op 10 cm afstand de temperatuur leest. Ons programma (bruggen bouwen tussen belangengroepen en het parlement) was de laatste 5 maanden omgebogen naar een Ebola Response Initiative. Een drietal belangengroepen, die wij met trainingen, advies en geld ondersteunen, hebben in 16 buurten en dorpen voorlichtings- en bewustwordingsactviteiten ontplooid om de Ebola buiten de deur te houden. Bijeenkomsten werden georganiseerd, folders en posters verspreid, radiospotjes uitgezonden en speciaal daartoe aangewezen kwartiermakers waren in hun eigen community voortdurend aanwezig om goed op te letten, informatie te geven en bij verdachte gevallen kordaat op te treden. De basis voor deze aanpak was gelegd in een community-based action plan, dat bij de start van het project is ontwikkeld door onze partners, de kwartiermakers en toonaangevende figuren uit die gemeenschappen. Wij ondersteunden dit door te adviseren over  deze actieplannen, over de opzet van brainstorming sessions waar deze actieplannen in elk van de 16 gemeenschappen werden bediscussieerd, over de inhoud van voorlichtingsmaterialen en over het vervolg in de periode na de Ebola. Voor dit laatste is onze relatie met het parlement van belang. En keren we nu weer terug naar ons oorspronkelijke programma. De lessen die geleerd kunnen worden, zoals de noodzaak van een betere gezondheidszorg, het belang van onderwijs en voorlichting, de grote waarde van een actieve betrokkenheid van de communities: dit –en nog veel meer- zal in kaart moeten worden gebracht, door belangengroepen én parlementariërs,  en moet leiden tot een beduidend socialer beleid, waarbij het parlement hopelijk een belangrijke, initiërende  rol speelt. Dát zal een van onze speerpunten zijn van de komende maanden.


De kans moet worden gegrepen

‘De kans moet worden gegrepen’ is iets wat je vaak hoort na een ramp. Zo ook in Liberia. Het is de broodnodige hoop en motivatie die bezit neemt van de goedwillenden, positief denkenden en hardwerkenden. Zo in de trant van ‘als het nu nog niet duidelijk is’ dat ‘het onderwijs moet verbeteren’, dat er ‘betere schoolbibliotheken moeten komen’, dat ‘de opleiding voor medisch personeel een impuls moet krijgen’, dat ‘fatsoenlijke sanitaire voorzieningen en huisvesting broodnodig zijn’ enz. Het is een opvatting die je ook bij internationale hulporganisaties en grote donoren hoort. Veel (inter)nationale organisaties in Liberia zaten op de lijn dat bestrijding van corruptie, goed bestuur en vrije, eerlijke verkiezingen de weg naar ontwikkeling zou zijn. Hopelijk leiden de lessen van de Ebola er toe dat deze op zich belangrijke (technische) voorwaarden alleen dan doeltreffend zijn, als de inhoud er van de sociale ontwikkeling van de grote massa van de arme Liberianen als resultaat heeft. 

woensdag 15 oktober 2014

Working with communities is the key to stopping Ebola

Sinds de Ebola-crisis in volle kracht uitbrak in West-Afrika, begin augustus, is de ernst langzaam maar zeker ook buiten deze regio doorgedrongen. Lange tijd was het een ver-van-mijn-bed show. Echter, naast de schrijnende beelden van creperende mensen op straat, verplegers in gele pakken en het alsmaar stijgende aantal doden, waren het vooral, hoe cynisch kun je hier van worden, de Ebola-gevallen in de VS en Europa, die de rest van de wereld wakker deden schudden. Niet dat het tot massale protesten kwam in hoofdsteden om regeringen en internationale organisaties aan te sporen hulp te bieden. De enige mij bekende anti-Ebola demonstratie vond plaats in Madrid. Niet als blijk van humanitaire compassie met de lijdende bevolking in West-Afrika, maar vanwege het feit dat een hond van een geïnfecteerde verpleegster afgemaakt moest worden.

Slecht bestuur

In mijn blog van 2 augustus, dat in een samenvatting enkele dagen later in de Volkskrant verscheen, betoogde ik dat het vooral te wijten was aan het slechte bestuur in Liberia (en andere West-Afrikaanse landen) dat het Ebola-virus om zich heen kan grijpen. Van een corrupte overheid die weinig vertrouwen geniet onder de bevolking en verantwoordelijk is voor een totaal verwaarloosde gezondheidszorg, kun je moeilijk een adequate reactie verwachten. Integendeel, de incompetentie werd bewezen door een contraproductieve aanpak van wijken isoleren, avondklokken instellen en militairen in plaats van dokters op radeloze burgers af te sturen.
Inmiddels is de (toegezegde) hulp fors gestegen. Maar ook die hulp is voor het overgrote deel nog steeds niet effectief. De quarantaine centra die opgebouwd moeten worden, de vele medische hulpmiddelen die ingescheept of ingevlogen –en vervolgens uitgeklaard- moeten worden, het trainen van gezondheidswerkers: dit alles vergt weken van voorbereiding.
Intussen stijgt het aantal Ebola gevallen schrikbarend. De WHO (World Health Organisation) liet gisteren opnieuw een noodkreet horen: de uitbraak breidt zich uit tot naar voor kort veilige gebieden. Het vandaag (15 oktober) gepubliceerde ‘WHO situation report’ laat zien dat het aantal doden inmiddels tot 4484 is gestegen, waarvan 2458 in Liberia.

Particuliere initiatieven

Naast de langzaam op gang gekomen internationale hulp, vinden er ook andere initiatieven plaats. Er zijn veel particulieren die op hun manier, vaak op lokaal niveau, vol compassie bijdragen aan de strijd tegen Ebola. Zo voorziet de Nederlandse Anneke Quoi met haar Liberiaanse man vele gezinnen van een emmer-met-kraantje, waardoor frequent de handen gewassen kunnen worden met gebleekt water. Giften zijn welkom: neem een kijkje op hun Facebookpagina


Een ander initiatief is van Jacq Turel: Good Libraries Liberia. Zij organiseerde bibliotheken in openbare basisscholen in Monrovia, die verstoken zijn van leerboeken. Tijdelijk terug in Amsterdam organiseert ze een inzamelingsactie om de scholen van leerboeken te voorzien. De eerste actie was op de Amsterdamse Anne Frankschool waar de leerlingen tijdens de Kinderboekenweek op een hartverwarmende manier het startschot voor de actie gaven en bijna 2000 euro inzamelde. Klik hier voor de Facebookpagina. Naast deze twee zijn er talloze andere initiatieven. Een Liberiaanse moeder die het niet langer kon aanzien dat kinderen van onderwijs verstoken zijn – de scholen zijn dicht – en kinderen thuis lesgeeft. De onvermoeibare Katie Meyler, zojuist nog in het 8-uur-journaal, die elke dag de sloppenwijk West Point intrekt om de mensen te waarschuwen en ziekenvervoer regelt als dat nodig is.

Working with communities is the key to stopping Ebola

Het NDI-programma, waar ik nu vanuit Amsterdam aan werk, is helemaal omgegooid. Onze Civil Society Partners hebben zich geheel op de Ebola gestort. In 16 communities, waar in totaal zo’n 400.000 mensen wonen, wordt door hen voorlichting gegeven over hoe het Ebola-virus te vermijden. Het zijn kwetsbare communities waar totnutoe deze voorlichting niet plaats vond. Het gaat dan niet alleen om het uitdelen van folders en affiches, maar vooral ook om met chiefs, religieuze leiders, vrouwen- en jongerengroepen samen activiteiten te ontwikkelen die direct aansluiten op de belevingswereld van de bewoners. Want daar zijn alle deskundigen het over eens: Working with communities is the key to stopping Ebola zoals de WHO-website het kernachtig omschrijft.


Daarnaast richten de activiteiten van onze partners zich ook op de governance: wat hebben de parlementariërs, die door deze communities in hun zetels zijn geheven, zoal gedaan? Bereikt de (inter)nationale hulp wel de mensen in de arme wijken en afgelegen dorpen? Worden de gezondheidswerkers voldoende gesteund? Hoe effectief werkt de regering? Wat blijft er aan de strijkstok hangen? En, cruciaal, wat kan er van deze crisis worden geleerd om de kwaliteit van het landsbestuur en de publieke sector ingrijpend te verbeteren? Dit laatste zou aan de orde moeten komen in onderzoekscommissies en publieke hoorzittingen als de Ebola onder controle en op de terugtocht is. Zo ver is het echter helaas nog niet.

woensdag 24 september 2014

Nederlandse actie voor Ebola preventiecompagne

(Dit is een persbericht van de Mineke Foundation)

Tonia Dabwe, oprichter van Mineke Foundation, de stichting waarmee zij het werk van haar Liberiaanse vader en Nederlandse moeder in Liberia voortzet, start in Nederland een fondsenwervingscampagne voor Ebolapreventie in Liberia. Met het ingezamelde geld worden jongeren uit Dabwe Town, de gemeenschap waar de stichting werkt, door professionals getraind om huis-aan-huis voorlichting te geven over Ebola. Daarnaast komen er een  voorlichtingsfilm en flyers. De voorlichting vindt plaats in Dabwe Town en vier omliggende gemeenschappen. Mineke Foundation bereikt daarmee 15.000 à 20.000 mensen.

Sinds maart dit jaar zijn er ongeveer 1.200 Liberianen aan Ebola gestorven

Gezondheidsorganisatie verwacht dat dit aantal kan oplopen tot ver boven de 10.000. Mineke Foundation vindt dit onacceptabel  en werft daarom fondsen om verdere uitbreiding van de ziekte tegen te gaan. Doneren kan via de knop Ebolapreventie  op www.minekefoundation.org of door een overboeking op NL60 INGB 000 481 6154 o.v.v. Ebolapreventie.
Ebola is in circa 60% van de gevallen dodelijk. De ziekte is echter goed te voorkomen en de kans op besmetting is zeer klein. Het wordt alleen overgedragen worden door rechtstreeks contact met lichaamssappen van mensen die symptomen van de ziekte vertonen en niet door bijvoorbeeld  muggenbeten. Een goede basishygiëne speelt een grote rol bij het voorkomen van besmetting. Het virus overleeft contact met zeep, chloor en hoge temperaturen namelijk niet.
Toch loopt het aantal besmettingen in met name Liberia snel op. Een belangrijke oorzaak is dat veel mensen niet weten hoe ze de ziekte kunnen voorkomen. Bij het verplegen van zieken of bij overlijdensrituelen, waarbij de dode vaak door de aanwezigen aangeraakt wordt, nemen mensen geen voorzorgsmaatregelen. Daarnaast is het wantrouwen tegen ziekenhuizen hoog; als je daar naartoe gaat, ga je dood. Logisch, aangezien de meeste mensen die naar een ziekenhuis gaan al zo ziek zijn dat herstel niet langer zeker is. Tegelijkertijd zijn mensen erg angstig, want kranten en radio staan bol van berichten over het toenemende aantal sterfgevallen en misvattingen over het besmettingsgevaar. Mensen vragen steeds vaker, “Wat moet ik doen om te voorkomen dat ik het krijg?”

Op die vraag wil Mineke Foundation antwoord geven. Door een 'awareness' campagne bedoeld om misvattingen en geruchten uit te weg te ruimen, goede en feitelijke informatie te verstrekken over ebola en mensen handvatten te geven waarmee zij besmetting zo goed mogelijk kunnen voorkomen. Dit is geen op zichzelf staande actie; wij sluiten aan op de acties van de overheid en internationale organisaties.

Hoe gaan we dat doen?
        Door een film te maken met feitelijke informatie over ebola, interviews met deskundigen en overlevenden en maatregelen om besmetting te voorkomen. De film zal een aantal keer per week in de open lucht vertoond worden zodat zoveel mogelijk mensen het kunnen zien.

        We gaan ons team en jongeren uit Dabwe Town opleiden om huis-aan-huis voorlichting te geven over ebola en om symptomen van de ziekte te herkennen. Zij zullen daarnaast flyers uitdelen waarop de boodschap herhaald wordt. Ook plakken zij op strategische plekken posters met preventieboodschappen. De jongeren krijgen een vergoeding voor hun inzet. Het betreft een maandelijkse reservering van geld wat ze later aan een opleiding of cursus kunnen besteden.
        We gaan 15.000 posters en flyers ontwerpen en drukken die de preventieboodschap op duidelijke wijze (visueel) uitbeelden. Deze worden uitgedeeld in Dabwe Town en de vier omliggende gemeenschappen waar veel contact mee is.
        Verdiepende workshops geven over basishygiëne en voorkoming van Ebola voor inwoners van de vijf gemeenschappen. Deze worden verzorgd door internationale organisaties en deskundigen met veel kennis van de ziekte.

Over Mineke Foundation

Mineke Foundation is in 2009 opgericht door Tonia Dabwe om het werk van haar Liberiaanse vader en Nederlandse moeder in Liberia voort te zetten. De stichting biedt onderwijs, activiteiten voor kinderen en jongeren en stimuleert ondernemerschap. De basisfilosofie van Mineke Foundation is dat mensen zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun leven. De stichting helpt hen deze verantwoordelijkheid vorm te geven via directe en langdurige betrokkenheid in de gemeenschap Dabwe Town. Meer informatie: www.minekefoundation.org