Posts tonen met het label Huisvesting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Huisvesting. Alle posts tonen

zondag 25 mei 2014

Het tij keert ten goede voor sociale huisvesting in Liberia

(Dit is voorlopig mijn laatste bericht; eind juli ben ik terug in Liberia en zal ik weer van me laten horen.)

Ik heb al eerder in dit blog geschreven over de initiatieven van NDI om sociale huisvesting hoger op de politieke agenda te krijgen. Of eigenlijk moet ik zeggen op de politiek agenda te krijgen, want sociale huisvesting was tot voor kort een non-item. Hoewel 90% van de Liberiaanse bevolking moet leven rond de armoede grens van 1 dollar per persoon per dag en woont in schamele krotten van hout en golfplaat, was sociale huisvesting in het politieke debat een no-go-area. Daarvoor zijn verschillende redenen te bedenken. Sommigen zeggen dat in de Afrikaanse cultuur zorgen voor je eigen huisvesting, al dan niet in familieverband, gebruikelijk is. Anderen wijzen naar de dominantie van de Amerikaanse mentaliteit, waarin overheidsinterventie in huisvesting al snel als een communistisch paardenmiddel wordt beschouwd, in strijd met de goddelijke werking van de vrije markt.

Tijdens de burgeroorlog zijn de meeste gebouwen verwoest
Hoe het ook zij, NDI nam op mijn advies anderhalf jaar geleden het initiatief om  in samenwerking met het parlement een onderzoekscommissie in het leven te roepen. Een groepje van zes parlementariërs sprak een week lang met allerlei belanghebbenden, zoals ministeries, banken, bewonersorganisaties, stedelijke bestuurders enz. Daarnaast waren er werkbezoeken. We gingen naar West Point,  de grootste sloppenwijk van het land, dat tegen het centrum van Monrovia aan ligt. Hier wonen op een smalle landtong, die in de oceaan steekt, zo’n 70.000 mensen opgepropt in de meest schrijnende omstandigheden. Ook bezochten we enkele nieuwbouwprojecten, die door een bedrijf of door een ecologische NGO waren geïnitieerd. De commissie werd ondersteund door NDI en een uitstekende expert uit Ghana, Ohene Sarfoh, die ik op het spoor was gekomen via een Rotterdams stedenbouwkundig bureau dat veel opdrachten doet in de derde wereld. We hadden het geluk dat de het agentschap van de regering dat op papier verantwoordelijk is voor huisvesting (National Housing Authority - NHA) een nieuwe, energieke directeur had gekregen die probeerde de NHA uit een dertig jaar durende winterslaap te halen en met ons initiatief een extra impuls kreeg, want van het parlement had hij tot dan toe niets gehoord of gemerkt.

National Housing Policy

De parlementaire commissie kwam met een rapport, wat op zich al een ongebruikelijke werkwijze is, met een analyse van de huisvestingssituatie en een groot aantal aanbevelingen om de situatie te verbeteren. Zoals, uiteraard zou ik haast zeggen want parlementariërs heten hier lawmakers, een aantal wetten: een huisvestingswet, wettelijke bescherming van huurders en een wet op de ruimtelijke ordening. Daarnaast o.a.een voorstel om banken aan te sporen om  met langlopende leningen het eigen woningbezit te stimuleren voor middeninkomens en een voorstel om een speciale commissie voor volkshuisvesting in beide kamers in te stellen, want dat er ontbrak er tot dan toe (en nog steeds) aan. Over het rapport organiseerde NDI een levendige debatdag en daarna… viel er een stilte in. De commissieleden werden opgeslurpt door andere activiteiten. En de NHA, aangestoken door het werk van de commissie, begon te werken aan een National Housing Policy, waarvoor ze dezelfde Ohene Sarfoh aantrokken. Dat was natuurlijk een prima zaak, en enkele commissieleden namen in verschillende sessies aan dat proces deel. Een maand of twee geleden werd de National Housing Policy, een lijvig document, gepresenteerd op een nationale conferentie. En spraken de directeur en ik met elkaar af dat het nu tijd werd dat het parlement een openbare hoorzitting zou organiseren over sociale huisvesting.

Openbare hoorzitting

De openbare hoorzitting vond afgelopen woensdag 21 mei plaats in de Joint Chamber van de Capitol Building, zoals het parlementsgebouw naar goed Amerikaan gebruik wordt genoemd . Van 11 tot 5 uur voerde een reeks van mensen het woord. Ministers en hoge ambtenaren van Publieke Werken, Welzijn en Financiën, vrouwen- en milieuorganisaties, bewonersorganisaties uit sloppenwijken en uiteraard de directeur van de NHA hadden goede verhalen over de noodzaak van overheidsinterventie om huisvesting voor de laagste inkomens te realiseren. Talloze argumenten passeerden de revue. Dat Liberia onmogelijk een middeninkomenland (het ideaal van elk Afrikaans land) kan worden als het geen prioriteit aan huisvesting geeft. De directeur van de NHA benadrukte het economische belang van woningbouw, dat positieve economische effecten in andere sectoren genereert: toeleveringsbedrijven van bouwmaterialen, loodgieters, huishoudelijke apparaten, meubelzaken enz. (De meubelboulevard mag in Nederland een metafoor zijn voor het verdrijven van de verveling op de Tweede Paas-, Kerst- en Pinksterdag, in Monrovia staan er langs de Tubmanboulevard in de buitenlucht op een aantal plekken  honderden zithoeken, tafels, stoelen, kasten en bedden in het gelid, aangeleverd vanuit de er achter gelegen timmerwerkplaatsen.) 


Velen wezen op het onmetelijke belang van schoon  water, toiletten en riolering, dat alleen via goede huisvesting duurzaam gerealiseerd kan worden. Enzovoorts. De parlementsleden, en dan met name de twee actiefste leden van de parlementaire onderzoekscommissie, waren onvermoeibaar gedurende de vijf uur durende hoorzitting met het stellen van de goede vragen waaruit een grote betrokkenheid sprak. Het betoog van de commissionair  van West Point maakte veel indruk. Scherp analyseerde de township burgemeester de situatie waarin de bewoners van deze slum verkeren. Poepen en piesen op het aangrenzende strand, brandgevaarlijk dicht op elkaar gebouwde krotten, nauwelijks publieke voorzieningen (scholen, klinieken) enz. 40% van de bevolking is afhankelijk van de visvangst. Als je de enige asfaltweg door West Point afrijdt tot de punt van de landtong kom je uit bij een haventje waar talloze houten, smalle vissersboten liggen. Zij bepleitte een aanpak waarbij de 60% die niet van de vis afhankelijk is woonruimte elders in de stad krijgt, waardoor de druk op  West Point aanmerkelijk vermindert en er ruimte ontstaat voor een leefbare ontwikkeling van de township.

Huisvesting van arbeiders van een ijzermijn.
Bouwstroom

Geld is uiteraard een groot probleem. Hoe een bouwstroom van, pakweg, 30.000 betaalbare woningen per jaar te financieren? Ook daarvoor kwamen er ideeën op tafel. De woordvoerder van de nationale sociale verzekeraar zegde voorzichtig toe dat zijn instelling bereid is ingelegde premiegelden te investeren in sociale woningbouw. De NHA overlegt  met een groot, buitenlands, mijnbedrijf dat bereid is om duizenden woningen voor hun arbeiders, maar ook voor anderen uit de omringende dorpen, te bouwen. Internationale financiële instellingen overwegen om gunstige, langlopende leningen te verstrekken. UNHabitat heeft door al deze ontwikkelingen Liberia ook weer in het oog gekregen en heeft toegezegd de NHA te assisteren met het vertalen van de National Housing Policy in wetten, die de basis moeten leggen voor de veelomvattende overheidsinterventies.
Kortom, het lijkt erop dat het tij ten goede begint te keren. Dat de eb van een passieve overheid plaats maakt voor een vloed van initiatieven en, want daar gaat het natuurlijk om, een bouwstroom van betaalbare woningen op gang komt.


zaterdag 15 februari 2014

Een politieke belofte is sneller gegeven dan uitgevoerd


Deze week stond in het teken van twee van onze meest in het oog springende activiteiten, waar we het eerste jaar van ons programma mee afsluiten. Afgelopen woensdag en donderdag organiseerde NDI een National Issues Forum in het stadhuis van Monrovia en op vrijdag was het National Lobby Day in het parlementsgebouw.
Het National Issues Forum had als doel om activisten van burgergroepen te laten discussiëren met mensen uit de wetenschap, ambtenaren, internationale organisaties en stafleden van parlementariërs om zo hun standpunten, argumenten en doelstellingen aan te scherpen. Twee dagen, vier dagdelen, lang werden in twee parallelle sessies in totaal dus acht onderwerpen bediscussieerd. Onderwerpen die van groot belang zijn voor de ontwikkeling van Liberia, in het middelpunt van de maatschappelijke en politieke discussie staan, maar tegelijkertijd schreeuwen om meer aandacht en daadkracht van het parlement. Die acht sessies werden inhoudelijk niet door NDI voorbereid, maar door acht verschillende (coalities van) belangengroepen. Daaronder drie groepen, die wij met trainingen, adviezen en geld ondersteunen, om hun expertise en lobbykwaliteiten te vergroten. Dat zijn de WASH-coalitie (water, sanitair, hygiëne), de Natural Resource Management Consortium (NRM) en SEWODA, een women-empowerment groep. 

Deelnemers aan een sessie.
Lege bureaus en fourwheeldrives

WASH wijdde een sessie aan de noodzakelijke versimpeling van de politieke en ambtelijke commissies, agentschappen en ministeriële bemoeienissen om zo de aansturing en de realisering van zulke  belangrijke basisvoorzieningen als schoon water en riolering voor alle Liberianen bereikbaar te maken. Want nu is dat een wirwar van clubjes en baasjes die in kantoren achter veelal lege bureaus zitten, rondrijden in fourwheeldrives met chauffeur en bij iedere daadwerkelijke aanleg van waterput of riolering rekenen op geld van een internationale organisatie. Dat dit drastisch moet veranderen is voor velen duidelijk en hoe dat zou moeten was onderwerp van deze sessie. Door het fors saneren van en dus snijden in die ambtelijke top en de geldstromen meer richten op de aanleg van de zo noodzakelijke voorzieningen.
Het NRM-consortium zette in op de noodzaak van een eerlijke landpolitiek. Liberia kamp, zoals veel andere Afrikaanse landen, met wildwest taferelen als het om grondbezit gaat. Velen noemen zich ten onrechte eigenaar van stukken grond, verkopen die, waarna een ander zich meldt als de echte eigenaar en een land dispute is het gevolg. Dit gebeurt in steden en in het oerwoud, waar buitenlandse bedrijven azen op concessies voor bos- en mijnbouw en belachelijk goedkope deals met de chief van een dorp willen sluiten. Dat het noodzakelijk is om eerlijke wetgeving tot stand te brengen betoogde in deze sessie ook de vertegenwoordiger van de Land Commission, die bezig is met een wetsontwerp.
SEWODA richtte haar peilen op twee wetten die ter behandeling op het bordje van het parlement liggen. De Gender Parity Bill beoogt te bereiken dat in Huis en Senaat tenminste 30% van de leden vrouw (of man…) is. Of er voldoende steun voor dit wetsontwerp bestaat is onzeker, vandaar dat SEWODA er alles aan doet om zoveel mogelijk discussie over dit onderwerp te organiseren. Daarnaast moet de Anti-Rape Bill de parlementaire eindstreep halen om het grote probleem van verkrachtingen, met name ook binnen familieverband, te kunnen aanpakken. Steun daarvoor lijkt verzekerd, al betekent het aannemen van een wet, zeker (ook) in Liberia,  nog niet dat daar ook naar gehandeld wordt.

Geen woorden maar daden

De vierde sessie ging over de erbarmelijke kwaliteit in het lager onderwijs, dat geteisterd wordt door slecht betaalde, corrupte en incompetente onderwijzers, nauwelijks leermiddelen, overvolle klassen en uiterst onhygiënische omstandigheden. Het zijn deze ‘bekende feiten’ die de aanwezige onderwijsmensen de revue lieten passeren. Het is wonderbaarlijk dat er zoveel berusting bestaat op dit vlak. Veel meer actie is nodig om beleidsmakers tot herbezinning te dwingen, zo luidde de conclusie van deze sessie. En sommige deelnemers zullen daar ook mee bezig gaan.

De voorzitter van de jeugdafdeling van de vakbond licht toe.
De massale jeugdwerkloosheid werd in de vijfde sessie geanalyseerd door vertegenwoordigers van de koepel van jeugdorganisaties FLY (Federation of Liberian Youth) en de jeugdafdeling van de vakbond (Liberia Labor Congress). De cijfers zijn schrikbarend hoog (65% tussen 18 en 35 is werkloos) en het beleid werd als volstrekt onvoldoende gekarakteriseerd, wat ook wel door de vertegenwoordiger van het Ministerie van ‘Jeugd en Sport’ werd erkend. De zaal zat vol gemotiveerde jongeren die aan drie uur discussiëren niet genoeg hadden hun onvrede te uiten. De voorstellen van beide jeugdorganisaties (beter vakonderwijs, begeleiding naar werk, banen scheppen door de overheid) werden wel ondersteund, maar ook hier was de conclusie dat er veel meer moet gebeuren dan woorden op papier, wil er iets veranderen.
‘Veiligheid’ was het onderwerp van sessie nummer 6, waarbij de o.a. slechte staat van de gevangenissen en het doen en laten van de particuliere veiligheidsbedrijven werden besproken. Dat het, eufemistisch uitgedrukt, geen pretje is om in een Liberiaanse gevangenis te zitten, moge duidelijk zijn. Recente rapporten van internationale waarnemers op dit vlak waren vernietigend. Aan het fenomeen van de particuliere beveiligingsbedrijven heb ik in dit blog al eerder aandacht geschonken, en tot mijn grote verrassing vond de Security Work Group, die deze sessie organiseerde, dat de wildgroei in deze sector aangepakt moest worden.


Overweldigende opkomst

De sessies 7 en 8 gingen over wetgeving die de democratie in Liberia moeten verstevigen. Er werd in deze sessies gediscussieerd over noodzakelijke wijzigingen in de kieswet om verkiezingen eerlijker en transparanter te laten verlopen, zoals een evenwichtige samenstelling van de kiesraad, verbetering van de kiezersregistratie en een betrouwbare klachtenprocedure. De grondwet van Liberia is eveneens aan herziening toe. Er liggen vele wensen op tafel, maar gezien de ingewikkelde, ongelijksoortige en soms verwarrende tekst van de huidige grondwet is het haast onbegonnen werk om met wijzigingen, die alleen via een referendum van kracht kunnen worden, de tekst te verbeteren. Een geheel nieuwe grondwet zou de beste oplossing zijn, maar het is zeer de vraag of dat haalbaar is.
Deze acht actuele onderwerpen werden in ‘The Ballroom’ en ‘The Lounge’ van de City Hall van Monrovia bediscussieerd. We hadden op ongeveer honderd deelnemers voor elke dag gerekend, maar kwamen bedrogen uit. De eerste dag werd bezocht door zo’n 250 discussianten en de tweede dag door ruim 200. Een overweldigende opkomst die laat zien dat er een grote behoefte is om met een menukaart van acht sessies in de hand met elkaar diepgaand te discussiëren over belangrijke kwesties.
Lobbyisten poseren voor het parlementsgebouw.
National Lobby Day

De dag erop, vrijdag Valentijnsdag,  was de National Lobby Day. Niet voor niets waren beide evenementen in de tijd aan elkaar gekoppeld. Onze drie partners, NRM, WASH en SEWODA, hadden in de weken er voor afspraken gemaakt met ongeveer 60 (van de 103) parlementariërs om op deze vrijdag in individuele ontmoetingen de onderwerpen aan de orde te stellen die de dagen ervoor in hun sessies waren bediscussieerd. Elke belangengroep had een team van tien mensen samengesteld, die een week of drie geleden door ons een dag zijn getraind in hoe je zo’n lobbygesprek met een parlementariër moet voeren. Zoals: bezoek de lawmaker met een kleine delegatie (3-5 man/vrouw), verdeel de rollen, behandel één of twee onderwerpen, bereid je uiteraard goed voor, wees concreet met wat je wilt bereiken, probeer samen met de parlementariër een conclusie te formuleren voor een follow-up, laat een A4tje achter met de hoofdpunten en contactgegevens van je groep, maak een groepsfoto, bespreek het gesprek na met de delegatie en verdeel de taken die na het gesprek nodig zijn, stuur een bedankbrief met daarin de gezamenlijk getrokken conclusie en blijf met de parlementariër in gesprek. 
Iedere groep had een verschillend fel gekleurd T-shirt aan met de eigen slogan. En zo zwierven er afgelopen vrijdag van 10 tot 4 uur zo’n dertig actieve lobbyisten door het gebouw om met al die parlementariërs hun argumenten en wensen te bediscussiëren. Dat ging prima. Ze kregen van veel parlementariërs steun voor hun ideeën en voorstellen en nu is het uiteraard zaak om die steun te verzilveren in concrete daden. Aan het slot van de dag werd een persconferentie gehouden, waar veel journalisten op af kwamen. De leiders van de groepen gaven een beknopt verslag van de gesprekken die er gevoerd waren. Ze benadrukten dat zo’n lobbygesprek niet het einde was, maar het begin van engagement tussen parlementariërs en belangengroepen. Daar moet verder aan gewerkt worden want een belofte is door een politicus sneller gegeven dan uitgevoerd. 

De persconferentie.

zaterdag 14 december 2013

Liberia: Never a Dull Moment!


Dit is mijn laatste blog van 2013. Half januari meld ik me weer.

Dit is geen jaaroverzicht ‘Liberia 2013’, maar ik wil wel enkele zaken ‘updaten’ die ik in dit blog het afgelopen jaar heb aangeroerd.

Persvrijheid hersteld?

Op 24 augustus en 1 september wijdde ik mijn blog aan de arrestatie van Rodney Sieh, de hoofdredacteur van een van de beste, en meest kritische kranten van Liberia, de FrontPageAfrica. Op een kwade dag in augustus werden de burelen van de krant gesloten en Sieh gearresteerd. Er was de krant een boete van US$1,5 miljoen opgelegd, vanwege smaad. Een voormalige minister was in 2010 beledigd naar de rechtbank gestapt, omdat de krant had geschreven dat hij als minister was ontslagen, vanwege corruptie. In 2011 kwam de uitspraak, maar pas in augustus 2013 werd geprobeerd de uitspraak te ‘verzilveren’. Waarom? Omdat de krant in de maanden er vòòr ongezouten kritiek had geleverd op het zwakke beleid van president Sirleaf. Zij is razend populair in het buitenland, maar in Liberia ligt de Nobelprijswinnaar regelmatig onder vuur. De corruptie wordt nauwelijks aangepakt en er zit geen schot in de verbetering van de erbarmelijke levensomstandigheden van de meeste Liberianen. De gevangenneming van Sieh leverde (inter)nationaal stormen van protest op. In Liberia werd er op straat en digitaal gedemonstreerd. De president, veelvuldig op stap buiten de landsgrenzen, moest steeds maar uitleggen, waarom de persvrijheid in haar land zo wordt beknot. Aanvankelijk beriep ze zich op de zogenaamde onafhankelijke rechtspraak (een gotspe want deze is door en door corrupt) om uiteindelijk, twee weken geleden, achter de schermen in te grijpen. Sieh werd vrijgelaten en de zaak werd geseponeerd. De krant verschijnt weer met Rodney Sieh aan het hoofd en pakt de draad weer op. Zoals een artikel van vandaag, onder de kop ‘Aiding & Abetting’ 


waarin ambtenaren ervan worden beschuldigd hand en spant diensten te verlenen aan de grootschalige drugsmokkel die in Liberia zou plaatsvinden. In hetzelfde artikel wordt nog eens het smeuïge voorval van enkele weken geleden opgedist, toen een commandant van de presidentiële beveiliging met zijn escorte auto werd betrapt op de grens met Sierra Leone. Hij had 297 kg marihuana in de kofferbak. De directeur van de bewakingsdienst verklaarde dat de commandant een vrije dag had, en dus niet ‘on duty’ was, maar wel een officiële escorte auto had gebruikt. De president vond dat blijkbaar te zwak en liet een paar dagen daarna verklaren dat de auto op dat moment geen deel meer uitmaakte van haar begeleidingsstoet. Niemand die dat gelooft.

Van onderzoek naar resultaat

Ik heb enkele keren bericht over ‘study investigation missions’ die ik voor NDI organiseerde. Met een groepje parlementariërs het land in om onderzoek te doen, mensen te spreken en te rapporteren over heikele kwesties. In dit geval sociale huisvesting, waarmee het bitter slecht is gesteld, en de natuurlijke hulpbronnen waar  Liberia zo rijk aan is, maar zo weinig van profiteert. Beide rapporten met aanbevelingen zijn nog niet door het parlement aanvaardt, maar vinden op een andere manier wel hun weg. De tot voor kort levenloze National Housing Authority is volop bezig met het ontwikkelen van een nationaal volkshuisvestingsbeleid. De noodzaak van overheidsinterventie in de volkshuisvesting vindt meer en meer weerklank. 

De parlementaire onderzoekscommissie overlegt met een vakbondsdelegatie op een rubberplantage.
Het parlement is druk doende om meer greep te krijgen op hoe de regering omgaat met het verlenen van concessies aan buitenlandse bedrijven om hout, rubber, ijzererts, goud en binnenkort ook olie te winnen –en uit het land weg te slepen. De ‘New Petroleum Law’ die bij het parlement op tafel ligt, beoogt deze concessieverleningen transparanter en profijtelijker voor de staatsbegroting af te wikkelen. Maar de positie van het parlement en  belangengroepen uit de samenleving is nog steeds zwak. En dat past prima in het programma dat NDI nu uitvoert: het versterken van de invloed van belangengroepen op het parlement om het ertoe te  bewegen het beleid van de regering scherper te beoordelen –en aan te sturen- op de sociale impact (werk, wonen, gezondheid en onderwijs) voor de Liberianen. In ons programma werken we nauw samen met een coalitie van belangengroepen die zich richt op ‘goed bestuur’ t.a.v. de bodemschatten en een andere coalitie die de urgentie van snelle verbeteringen in de woonomstandigheden t.a.v. water, riolering en hygiëne bepleit. Het zijn onderwerpen die door de parlementaire missies al zijn verkend en waarop nu, mede door druk van ‘onderop’ vooruitgang moet worden geboekt.

Bibliotheek & vakbond

In augustus berichtte ik over de zomerschool die Jacq, mijn vrouw, organiseerde in een van de armste openbare lagere scholen van de stad. De school heeft inmiddels een heuse bibliotheek, zodat de leerlingen eindelijk eens een boekje kunnen lezen. Onderwijzers hebben een taskforce gevormd om concrete zaken als schooltuinen en fatsoenlijke toiletten te realiseren. 

Kinderen in de rij voor de zomerschool
De drie jonge Liberianen die een eigen landbouwbedrijf willen beginnen, verdienen nog steeds onze (en uw!) steun. Zie de ‘banner’ rechts boven in dit blog.
De brief over de moderne slavernij, die vorige week in mijn blog stond afgedrukt is nog niet door het beveiligingsbedrijf beantwoordt. Dat zullen ze ook niet doen. Volgende week praten we met de algemeen secretaris van de nationale vakbond om te onderzoeken hoe zij de positie van beveiligingspersoneel kunnen verbeteren om zo een eind te maken aan de verschrikkelijk slechte arbeidsomstandigheden van deze uitgebuite beroepsgroep.
Liberia: never a dull moment!

vrijdag 18 oktober 2013

Betaalbare huisvesting voor een waardig bestaan

Lezers die al langer mijn blog lezen vragen zich misschien wel eens af: hoe staat het nu met de sociale huisvesting in Liberia? Die Platvoet kan daar natuurlijk wel mooie verhalen over schrijven (zie mijn blogs van 18 januari 2013 en 8 september 2012) maar daarna hoor je er nooit meer iets van.
Dat zal ik nu recht zetten.
Even het geheugen opfrissen. Vorig jaar heb ik een zogenaamde ‘Study Investigation Mission’ georganiseerd voor een groepje van zes parlementariërs. Zij hebben zich in gesprekken met experts en het afleggen van werkbezoeken aan sloppenwijken en (spaarzame) nieuwbouwprojecten verdiept in de volkshuisvesting. Dat is hard nodig, want de woonomstandigheden van het overgrote deel van de bevolking zijn onbeschrijflijk slecht. Ze wonen in huisjes en hutjes, gemaakt van golfplaat, sloophout en wat steen, zonder elektra, riolering, wc of stromend water. En het meest wonderlijke is dat dit geen enkele rol speelt in de politiek, noch in het parlement, noch in het maatschappelijk debat, noch in de media. Dat was voor mij onbegrijpelijk en onuitstaanbaar. Het opkomen voor een betaalbare (huur)woning, versterking van de positie van de huurder, bekritiseren van het zwaar ideologisch ingezette en financieel buitengewoon bevoordeelde eigen woningbezit: het loopt als een rode draad door mijn politieke activiteiten. Ik gruw van het belachelijke beeld dat in Nederland steeds meer is gaan heersen dat een huurder een loser is en een eigen woningbezitter de geluksvogel. Nu is dat (laatste) beeld door de crisis wel iets aan het kantelen nu blijkt dat in werkelijkheid banken de meeste huizen bezitten, maar de huurders lijken harder aangepakt te worden dan ooit.

Openbaar toilet in West Point (Monrovia) de grootste sloppenwijk
van Liberia waar 70.000 mensen wonen. 85% van de huizen in Monrovia
beschikt niet over een eigen toilet.
De vrije markt: een fata morgana

Terug naar Liberia. Die zes parlementariërs werden de ogen geopend. Overheidsbemoeienis met huisvesting is absoluut noodzakelijk. Wachten op de ‘zegenrijke werking van de vrije markt’ is (ook) op dit terrein een gotspe, een waanidee, een ideologisch fata morgana.  De missie werd begeleid en geadviseerd door een Ghanese expert, opgeleid in Rotterdam, die een uitstekend rapport namens de parlementariërs schreef met een aantal beleidsaanbevelingen. Want zo’n beetje alles moet –letterlijk en figuurlijk-  vanaf de grond opgebouwd worden. Er is geen kadaster, geen grondpolitiek, geen huurrecht, geen financieringsinstrument, geen huurprijsbeleid, geen woningbouwbeleid en –vooruit!- geen stimuleringsregeling voor het eigen woningbezit. Over het rapport vond in januari van dit jaar een discussiebijeenkomst plaats. Het was mooi te zien hoeveel mensen daar op af kwamen die oprecht blij waren dat er eindelijk een poging werd gedaan om ‘affordable and adequate’ huisvesting op de politieke agenda te krijgen.



Door het werk van de Missie werd ook de kwijnende National Housing Authority (NHA) tot nieuw leven gewekt. Deze overheidsinstantie –en met dit type is Liberia rijk gezegend – heeft een gebouw, wat personeel en een enkele dienstauto, maar verder niets. Toen ik ruim een jaar geleden met het idee van de Missie bij het NHA aanklopte, was er net een nieuwe directeur benoemd, die graag wilde, maar opliep tegen een muur van politieke desinteresse. Inmiddels heeft de NHA, gesteund door het werk van de parlementaire Missie, geld losgepeuterd voor het ontwikkelen van een Nationaal volkshuisvestingsbeleid.  Onze man uit Ghana is daar als expert, adviseur en schrijver bij betrokken. Er zijn inmiddels drie conferenties geweest om het onderwerp uit te diepen, waar parlementariërs van de Missie van zich hebben doen spreken. Deze week stond er een artikel in een van de toonaangevende kranten waarin de vice-president zich onomwonden uitsprak voor een actief overheidsbeleid om betaalbare huisvesting van de grond te krijgen. Onder de kop ‘VP Boakai wants improved housing sector‘ bestempelt de vice president goede huisvesting als een basisvoorziening om te kunnen overleven. Hij geeft toe dat decennia lang er niets is gebeurd, dat het hoog op de politieke agenda moet komen en dat sociaal-economische ontwikkeling in het land gebaat is met een actief huisvestingsbeleid.   

Een impuls voor sociaal-economische ontwikkeling

En er gebeurt meer dan het produceren van woorden en papier.  Er is inmiddels door de regering een budget vrijgemaakt om te beginnen met de bouw van 5000 betaalbare woningen. De Centrale Bank overweegt geld te investeren in de bouw van woningen. Ingezien lijkt te worden dat deze investering een grote impuls kan betekenen voor de schrale Liberiaanse economie. Bouw van woningen betekent immers werk voor toeleveringsbedrijven, bouwvakkers, loodgieters, woninginrichtingen enz. en draagt bij aan de ontwikkeling van breed scala aan vakmanschappen dat node wordt gemist.
Het is een stap op de goede weg. Maar er zullen nog vele moeten volgen voordat wordt bereikt wat Boakai zo mooi in het interview zei: goede huisvesting voor de laagste inkomens legt de basis voor een leven in waardigheid.  

Leden van de parlementaire Missie in een in aanbouw
 zijnde woning in Buchanan




vrijdag 18 januari 2013

De Missie voor sociale huisvesting wint terrein


Langzamerhand begint het parlement weer op stoom te komen. Huis en Senaat vergaderen weer, na een ‘agricultural break’ die hier maar liefst vier maanden duurt. Van september tot januari worden parlementariërs geacht terug te gaan naar hun kiesdistricten en daarnaast vakantie te vieren. Het beeld dat ik daarvan heb meegekregen is heel wisselend. Sommigen zijn maandenlang in de Verenigde Staten. Anderen gaan hun kiezers opzoeken, wat een autorit over zeer slechte wegen van zo’n 10 tot 15 uur kan betekenen als de parlementariër een kiesdistrict in een uithoek van Liberia vertegenwoordigt. Ook worden er congressen in het buitenland bezocht of werkbezoeken afgelegd. En er zijn volksvertegenwoordigers die min of meer door gaan met hun werk, interviews geven, bereikbaar zijn, een kritische brief aan een minister schrijven of, zoals ik in december berichtte, actief zijn in de Study Investigation Misison on Extractive Industries, die NDI in december ondersteunde. (Zie mijn blog in december 2012 'Een missie voor 'eerlijke' bodemschatten')

Swingende activiteiten

En omdat het parlement vanaf maandag 14 januari weer draait, krijgen onze activiteiten ook weer een swing. De voorbereidingen van de afgelopen weken moeten de komende weken in allerlei activiteiten worden omgezet. Diverse trainingen van de staf van het parlement staan op stapel, evenals de laatste fasen van de twee Study Investigation Missions die we met het parlement hebben georganiseerd: over sociale huisvesting en extractieve industrieën. Goede onderwerpen voor het parlement om zich mee bezig te houden en vervolgens een duw in de goede richting te geven: meer geld en aandacht voor huisvesting van de armsten en –daarmee samenhangend – het beter benutten van de bodemschatten voor de sociale ontwikkeling van de Liberiaanse bevolking.

Westpoint: sloppenwijk in Monrovia


Succesvolle Missie sociale huisvesting

Die Missies zijn een beetje mijn kindje. Een groepje parlementariërs verdiept zich in een onderwerp, bijgestaan door experts. Vervolgens wordt er een rapport met beleidsaanbevelingen geschreven, daarover wordt vervolgens een discussiedag gehouden en daarna moet het parlement zich erover buigen.
Aan het rapport over de extractieve industrieën wordt op dit moment de laatste hand gelegd door onze twee experts (een Tanzaniaanse en een Liberiaan) die de Missie assisteren. In februari bezoekt de Missie nog enkele mijnen, waarna het rapport eveneens op een policy seminar wordt bediscussieerd.
Over de Study Investigation Mission on Affordable and Adequate Housing berichtte ik eerder in september ('Een missie voor sociale woningbouw').
Over het concept-rapport van de Missie vond afgelopen woensdag (16 januari) een discussiedag plaats. Onze Ghanese volkshuisvestingsexpert, Ohene Sarfoh, die het concept-rapport schreef, besprak het met een selecte groep deskundigen. Er waren uiteraard betrokken parlementariërs aanwezig, maar ook architecten, vertegenwoordigers van diverse ministeries, de ‘wijkburgemeester’ van de grootste sloppenwijk van Monrovia, WestPoint, stedelijke ambtenaren, en enkele internationale organisaties. Het was een uitstekende, diepgaande discussie over de vele voorstellen die in het rapport worden gedaan. Het was natuurlijk heel goed om te horen dat velen blij waren dat eindelijk (sociale) huisvesting wordt geagendeerd, want het was tot nu toe een grote, blinde vlek. Noch in de regering, noch in het parlement, noch in de civil society lijkt er veel belangstelling te bestaan om de schandalig slechte huisvesting waarin miljoenen Liberianen hun leven slijten als sociale misstand te benoemen en daar verbetering in te eisen. Met deze parlementaire missie wordt daar verandering in aangebracht – dat was de wens en de hoop die velen uitspraken.



Arrangementen en roadmaps

De voorstellen in het rapport richten zich op vier onderdelen: (a) erkenning van het simpele feit dat sociale huisvesting een politieke prioriteit behoort te zijn, (b) wetgeving op het gebied van grondpolitiek en huurbeleid, (c) stimuleren van de inzet van een scala aan instrumenten om private en publieke financiering van sociale woningbouw van de grond te krijgen en (d) ‘arrangementen’ (om dat modewoord maar eens te gebruiken) tussen overheid, instellingen en maatschappelijke groepen om met een gezamenlijk aanpak de daad bij het woord te voegen. Er werden suggesties voor een roadmap (ook al zo’n modewoord, maar de term rolde vaak over tafel) gedaan en er sprak een groot ongeduld uit de vele opmerkingen. De lang in schijndood verkerende National Housing Authority is mede door deze parlementaire missie weer springlevend aan het worden, zo bleek uit de bijdragen van de managing director op het seminar. UNHABITAT, de VN-organisatie die zich  bezig houdt met alles wat met wonen en de woonomgeving te maken heeft, is zich in Liberia eveneens op goede wijze aan het heroriënteren. Banken en pensioenfondsen beraden zich na met de Missie gesproken te hebben, op ‘zachte’ leningen en financieringen om de woningbouw uit het slop te krijgen. Kortom, er lijkt beweging te komen in een tot voort kort geblokkeerd, onzichtbaar ‘beleidsveld’ dat tegelijkertijd zo schrijnend is voor een ieder die niet blind door dit land loopt, fiets of rijdt.  Ik sloot het seminar af met de woorden dat dit niet het einde, maar juist het begin moest zijn van het formuleren van die concrete huisvestingsagenda.
Nieuwbouw voor middeninkomens 
En toen: de fiets!

Even  heel iets anders. We hebben veel (leuke) reacties gekregen op de blog van vorige week, waarin we verhaalden over de bijna-arrestatie door de bewakingsdienst van de president, omdat we het konvooi, waarmee ze altijd van huis naar kantoor wordt vervoerd, niets vermoedend doorbraken.
Een dag later hadden we het opnieuw aan de stok met een gezagsdrager – deze keer een agent van politie. We hadden de auto in een flauwe bocht van een drukke straat in het centrum geparkeerd, op zoek naar een tweede hands fiets. Even verderop werden die volop verhandeld. Op zich al een hele belevenis om een tweede hands fiets te kopen. Uiteraard willen de vijf handelaren allemaal dat je bij een van hen koopt. Ze hebben ieder een stuk of vijftien fietsen, meest lichte mountain bikes, in de aanbieding. Maar omdat we lang zijn, vielen de meesten af. Na enige wikken en wegen bleef er een geschikte over. Om te laten zien dat we wel iets van fietsen wisten, oefenden we even wat controles uit. Trappers en wielen leken goed, met weinig ruimtes en ruis, om hun assen te draaien. Na wat onderhandelen kregen we de vraagprijs van 135 dollars naar 95 omlaag. Terwijl we aan het loven en bieden waren draaiden er andere straatverkopers om ons heen, de een was gespecialiseerd in fietspompen, de ander in bagagedragers en een derde in sloten. Als we op ieder vraagprijs waren ingegaan was de prijs van de fiets in no-time verdubbeld. Uiteindelijk kochten we met de fiets  alleen een bagagedrager. Handig voor de boodschappen. Terug bij de auto stond een agent ons op te wachten. Een grote vrachtwagen had door onze fout geparkeerde auto de bocht niet kunnen maken. De chauffeur leek het wachten niet te deren, maar de agent was not amused en beloofde ons een ticket. We gingen deze keer nauwelijks in discussie, omdat het duidelijk was dat we fout waren. Maar toen ging ook de agent in de fout. Vooruit, als we hem een telefoonkaart gaven, zou hij geen bekeuring uitschrijven. Ah, omkoping? Dat is tegen de wet! Natuurlijk, agenten verdienen veel te weinig in Liberia, maar om dat te veranderen moet je staken, demonstreren, de vakbond versterken, in actie komen, looneisen stellen. Zo hebben onze voorouders dat ook in Europa gedaan – en zo werkt het nog steeds. We kwamen in een woordenwisseling  met de agent terecht (‘Wel graag uw naam op de bekeuring zetten, want dan kunnen we bij uw superieuren melden dat we de keuze kregen uit een bekeuring of een telefoonkaart’) die er uiteindelijk toe leidde dat hij zijn bonnenboekje in de achterzak hield en wij de telefoonkaart in de onze.

Na een dag al een lekke band...

zondag 9 september 2012

Een missie voor sociale woningbouw

Deze week stond helemaal in het teken van een van de interessantste –en hopelijk nuttigste- activiteiten die ik ontplooi sinds hier ik begonnen ben. Om de werkwijze van het parlement –en de prestaties van de parlementariërs- te versterken, organiseren we dit jaar twee ‘study investigation missions’. Het is een manier van werken die het Nederlandse parlement niet kent, maar vele andere wel. Zelf heb ik er zeer goede ervaringen mee opgedaan toen ik in de  Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa zat. Het is een van de beste middelen die een parlement kan inzetten om zelf de agenda te bepalen –en niet de oren naar de regering te laten hangen. Het recept is vrij eenvoudig. Men neme een belangrijk onderwerp, waar nodig iets aan moet gebeuren. Eerst vindt er een bronnenstudie plaats, daarna gaan enkele parlementariërs op pad voor een ‘fact finding mission’. Praten met deskundigen, met mensen die direct betrokken zijn, met gebruikers en een bezoek ter plekke. Vervolgens wordt er een rapport geschreven met beleidsaanbevelingen. Daar kan dan nog een keer een discussiedag aan gewijd worden, waarna er besluitvorming plaats vindt en-als het goed is- de koe vervolgens bij de hoorns wordt gevat.

Krotten zonder douche, wc of keuken

Ik was pas een week in Liberia toen ik al wist wat het onderwerp van de eerste missie moest worden: sociale woningbouw. De huisvestingssituatie is met geen pen te beschrijven, zo slecht. Het overgrote deel van de bevolking woont in uit leem, sloophout of golfplaat opgetrokken hutten en krotten, zonder elektriciteit, riolering en water. Zonder douche, wc of keuken. In een ruimte van een tien tot vijftien vierkante meters wonen gezinnen van vijf tot tien mensen. De regering heeft ambitieuze plannen: wegen, stuwdammen, een nieuw vliegveld – en ook gaat er geld naar gezondheidszorg en onderwijs, maar aan huisvesting wordt geen cent besteed. Het is een grote witte vlek, ook bij de meeste politici.
Krot in WestPoint
Gelukkig niet bij allemaal. Dus heb ik een team gevormd van zes parlementariërs, die graag met dit onderwerp aan de slag wilden. Na een paar weken van voorbereiding, waren in de afgelopen week alle activiteiten samengebald. De missie werd ondersteund door een expert uit Ghana, die ik via mijn Nederlandse huisvestingsconnecties op het spoor was gekomen. Een fantastische vent, met een grote ervaring op het gebied van slums en stedenbouw in de Afrikaanse context.
er waren gesprekken met het ministerie van Publieke Werken en de National Housing Authority (NHA). Deze NHA is een agentschap van de regering, een tot voor kort lege huls. De laatste betaalbare woningen zijn 25 jaar geleden gebouwd. Sinds kort is er een nieuwe, energieke directeur benoemd, die dolblij was met dit voor hem onverwachte initiatief om sociale woningbouw op de politieke agenda te krijgen.

Banken en pensioenfondsen

De missie heeft met directeuren van banken en pensioenfondsen gesproken over medefinanciering van bouwprojecten. De grootste krottenwijk in Monrovia, WestPoint is bezocht, waar 75.000 mensen samengepakt wonen in een strook land tussen rivier en zee rondom één smalle toegangsweg. Wij spraken met de wijkburgemeester, die zo’n dertig actieve bewoners had opgetrommeld die de parlementariërs op waardige, maar niet mis te verstane wijze, informeerden over hun leefomstandigheden. Zo’n 5% heeft een baan buiten de wijk, de rest probeert rond te komen van de visvangst en straathandel. Boven de rivier zijn van wat gammele golfplaten schijthuizen opgetrokken. Water moet in jerrycans van een kilometer ver worden gehaald. Er wordt buiten gekookt. De bewoners vertelden trots dat er allerlei zelforganisaties zijn. Vrouwen, vissers, jongerendebatclubs, en ook mini-spaarbankjes om elkaar met microkredieten te ondersteunen. Maar voor de grote aanpak van de wijk keken ze –terecht- naar de politiek. Ze waardeerden het dat er nu eindelijk eens parlementariërs in hun slum waren, die serieus geïnteresseerd waren in hun woonsituatie. De parlementariërs legden op hun beurt uit dat deze missie als doel had om op landelijk niveau met daadswerkelijke plannen te komen voor sociale woningbouw – en dus niet al volgende week de schop in de grond gaat.

Overheidsinterventies

Maar de missie ging ook landinwaarts. We bezochten drie ‘counties’ (provincies), waar we met de ‘superintendent’ (regeringsvertegenwoordiger) spraken en projecten bezochten. Uit die gesprekken bleek dat de situatie in het binnenland even slechts was als in Monrovia. De meeste mensen huren hun schamele onderkomen, verhuurders hebben verder geen enkele verplichting, van enig nieuwbouwbeleid is geen sprake, concessies aan buitenlandse bedrijven voor houtkap of mijnbouw worden niet verbonden aan voorwaarden om bij te dragen aan het ledigen van sociale noden enzovoorts.
Nieuwbouwproject bij Buchanan
 De vrije markt ideologie is, in combinatie met de ‘open deur politiek’, de hoofdverantwoordelijke voor de situatie waarin dit op zich zo rijke land zijn bevolking in bittere armoede onderdompelt. Langzaam maar zeker lijkt het inzicht te rijpen dat interventies van de overheid noodzakelijk zijn om dit te keren.
De missie bezocht ook twee nieuwbouw projecten. Eén nieuwbouwproject was geïnitieerd door de NAH, het eerste sinds 1985. In een bos, even buiten Buchanan, zijn welgeteld 10 sociale woningen gebouwd voor employees van overheidsdiensten. De woningen waren net opgeleverd, en nog niet bewoond. Het zijn drie- of vierkamerwoningen van gemiddeld zo’n 80m2. Stichtingskosten rond de 12.000 Amerikaanse dollars.

Ecohomes

Het tweede project dat we bezochten was van een particuliere, maar duurzame ontwikkelaar ‘Ecohomes’. De initiator is een Amerikaan, die na jarenlang voor verschillende parlementariërs van de Democratische Partij te hebben gewerkt, heel iets anders wilde gaan doen. Hij woont nu in Liberia en heeft fondsen weten te werven voor de bouw van een ‘community’ die uiteindelijk moet uitgroeien tot zo’n zeshonderd woningen voor lagere- en middeninkomens. Onder begeleiding van vakmensen wordt veel werk verricht door tot voort kort werkloze jongeren uit het naburige dorp, waarbij gebruik wordt gemaakt van lokaal gekapt hout en andere bouwmaterialen uit de omgeving. De woningen worden gebouwd van baksteen en op de schuine daken liggen dakpannen. De bouw is flexibel: de gefundeerde buitenruimte is van een maat die aanbouw van een extra (slaap)kamer mogelijk maakt. 

Ecohomes
Zonnecollectoren maken geen deel uit van het concept, omdat batterijen, waar de energie in moet worden opgeslagen, peperduur zijn. Windenergie is daarentegen een serieuze optie: het terrein ligt op een heuveltje, vlak bij zee. Bij de huizen komen moestuinen. De missie was onder de indruk van het sociale en duurzame karakter van dit project, waar de weer tot leven gekomen NHA veel steun aan geeft.
De ervaringen van deze week worden nu verwerkt in een concept-rapport met beleidsaanbevelingen, want zo werkt het ook hier. Dan organiseert NDI een ‘policy seminar’ over dit rapport, waar experts, politici, bestuurders en bewonersgroepen met de leden van de missie kunnen discussiëren over met name die aanbevelingen. En daarna is het aan de parlementariërs om  er in de goede zin van het woord ‘politiek van te maken’. Besluitvorming - en dan kan het echte werk beginnen!